inloggen
voeg je poezie toe dichtwoordenboek

tabblad: poezie

< vorige | alles | volgende >

poezie (nr. 1402):

Het buitenmeisje

Zij vroegen of ze tevreden was,
In de stad tevreden en daar.
Het jonge meisje knikte ja,
Zij waren zo goed voor haar!

Zij knikte ja, zij zweeg en ging
In de kelderkeuken staan,
En zag omhoog door 't vensterraam,
Op straat de voeten gaan.

Toen dacht zij aan het groene veld,
En aan haar ouders hut:
Daarover waait hoog de populier,
En de vlierboom staat aan de put.

Het geitje op 't grasveld, ginds verre de kerk,
En de lucht oneindig blauw;
Haar moeder haspelt* aan 't open raam,
En haar vader zit op 't getouw*.

De wiedsters in 't veld en de leeuwrik omhoog.
- O, lag zij bij hen in het vlas!
En zat zij te peinzen, toen vroegen zij haar,
Of zij tevreden was.

Zij waren zo goed en zo vriendlijk met haar,
Zij kon niet zeggen; " Neen."
Maar 's avonds als zij slapen ging,
Toen weende zij alleen.

-----------------------------------------------

haspelen - de klos gebruiken bij het spinnen van garen
getouw - het toestel waarop men weeft

gedichten(1870)

Schrijver: Virginie Loveling
Inzender: adm, 2 jan. 2006


Geplaatst in de categorie: woonoord

3,6 met 14 stemmen 2.934



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)