Het rijk der tranen
Een waterval, gestremd in 't vallen, bomen,
Verstijfd bij 't wortlen in de holle schacht,
En schepselen van duizend nare dromen....
't Is alles dood en steen en ijs en nacht.
De geest der hel, die dit heeft voortgebracht,
Doet vloek en klacht door lege stilte stromen:
Gij, rijk der tranen, waar de dood slechts lacht,
Baart angst en niet der schoonheid huivrend schromen:
Leen ik mijn ziel aan u, en leef uw leven -
Ik ben ontzield: gij hebt mij stug en wreed
Op mij terug, en dus tot haat gedreven.
Mathilde! U kan ik zeggen, wat ik leed:
Ik haatte, omdat ik liefde niet kon geven,
En wilde minnen, daar ik dichter heet!
------------------------------------------------------
uit: Mathilde, een sonnettenkrans (1881)
Inzender: Redactie, 4 februari 2026
Geplaatst in de categorie: liefde

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!