inloggen
voeg je poëzie toe

Poëzie

1877 - 1932

poëzie (nr. 3.678):

De bietebauw

Kleine, kleine stouterik,
zoudt ge moeder tergen?
Wacht ik zal hem roepen, ik,
uit de zwarte bergen.
Grijp, grap, grimmeland,
zonder lip of zonder tand,
Grijp, grap, grauw!
de bietebauw!

Hoor hem, met zijn berenkop,
op de deuren bonzen.
Krak! Hij kruipt de zolder op,
oei, oei, oei, de onze!
Grijp, grap, grimmeland,
zonder lip of zonder tand,
grijp, grap, grauw!
de bietebauw!

Recht naar bedde komt hij, boe,
riekt aan de gordijne,
doe maar zere uw oogjes toe,
of ge ziet de zijne!
Grijp, grap, grimmeland,
zonder lip of zonder tand,
grijp, grap, grauw!
de bietebauw!

Neen, neen, neen! Naar buiten, beest,
om de stoute knapen!
Moeders kind is braaf geweest;
kan zo schone slapen.
Douw, douw, kindje douw;
zwicht u voor de bietebauw,
douw-douw-dijn;
en zoet zijn!

-----------------------------
uit: Gedichten (1911)

bietebauw - boeman
zere - gauw
zwichten - tot rust komen(1911)

Schrijver: René de Clercq
Inzender: Redactie, 7 november 2021


Geplaatst in de categorie: kinderen

4.0 met 36 stemmen aantal keer bekeken 9.609

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!

reageer Geef je reactie op deze inzending: