Inloggen
start rijmen vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud
voeg zelf poëzie toe dichtwoordenboek

tabblad: poezie

< vorige | alles | volgende >

poezie (nr. 5148):

EEUWELINGEN

Gedaagde, bodemvaste bosgenoten,
bomen, die ‘k, wel vijftig jaren lang,
boom wete; en zo hoge als nu geschoten,
gezien hebbe, op zo menig wandelgang;
wat ben ik, arme miere, u bijgeleken,
die sta en u aanschouwe, o hoge bomenreken!

Mijn handen, uitgestrekt, en konnen, eiken,
beuken, op wel twee drie vamen naar,
vamende u om ‘t lijf, malkaar bereiken,
noch meten uwe stam, die, machtig zwaar,
die machtig diepe staat, de grond beneden,
in de onuitroeibaarheid van uwe wortelsteden.

Gij grijpt mij, grote bomen, vast; en ‘k voele
vreze mij het hert des herten slaan,
hore ik, al met eens, omhoge, ‘t koele
gedaver van de winden dóór u gaan!...
Gij spreekt dan tegen hen zo'n zware sprake,
dat, angstig en ontsteld ik worde, en koud gerake!


9/2/1897

Rijmsnoer (VI Zomermaand)

Schrijver: Guido Gezelle
Inzender: Redactie, 17-06-2018

infoatgedichten.nl



balBiografie van deze schrijver





Geplaatst in de categorie: planten

Zoek naar vergelijkbare inzendingen


Deze inzending is 2216 keer bekeken

3/5 sterren met 9 stemmen.



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)