inloggen
Per 1 maart 2020 wordt de site Gedichten.nl (incl. de bijbehorende domeinnamen) ter overname aangeboden door de eigenaar/hoofdredacteur, die in maart 2020 de mooie leeftijd van 77 jaar bereikt en graag de site ter overname aanbiedt aan een persoon, bedrijf of instelling, die de site verder wil uitbouwen.

Men kan met hem hierover in overleg treden via mostertman@gedichten.nl

voeg je poezie toe dichtwoordenboek

tabblad: poezie

< vorige | alles | volgende >

poezie (nr. 4909):

EEUWELINGEN

Gedaagde, bodemvaste bosgenoten,
bomen, die ‘k, wel vijftig jaren lang,
boom wete; en zo hoge als nu geschoten,
gezien hebbe, op zo menig wandelgang;
wat ben ik, arme miere, u bijgeleken,
die sta en u aanschouwe, o hoge bomenreken!

Mijn handen, uitgestrekt, en konnen, eiken,
beuken, op wel twee drie vamen naar,
vamende u om ‘t lijf, malkaar bereiken,
noch meten uwe stam, die, machtig zwaar,
die machtig diepe staat, de grond beneden,
in de onuitroeibaarheid van uwe wortelsteden.

Gij grijpt mij, grote bomen, vast; en ‘k voele
vreze mij het hert des herten slaan,
hore ik, al met eens, omhoge, ‘t koele
gedaver van de winden dóór u gaan!...
Gij spreekt dan tegen hen zo'n zware sprake,
dat, angstig en ontsteld ik worde, en koud gerake!


9/2/1897

Rijmsnoer (VI Zomermaand)

Schrijver: Guido Gezelle
Inzender: Redactie, 17 jun. 2018


Geplaatst in de categorie: planten

3,5 met 8 stemmen 2.700



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)