inloggen
voeg je poezie toe dichtwoordenboek

tabblad: poezie

< vorige | alles | volgende >

poezie (nr. 2331):

Aan mejuffrouw Agatha Deken

Ach DEKEN! DEKEN, ach! mijn waarde WOLFF! mijn man! -
In ’t holst des nachts! - ’k zit voor zijn ledikant te lezen;
Hij spreekt met mij, hij sterft, valt in mijn arm! - ik kan
Niet schrijven! - hemel! moest ik juist allenig wezen!
Geen ziekte, zelfs geen koorts; zo zegt hij nog: ’k Ben wèl;
Slechts wat vermoeid; dit komt van gisteren te preken:
Mijn lief, ’k word wat benauwd - hij richt zich op - ’k ontstel;
’k Vlieg op - hij zwijgt, hij geeft een snik - zijne ogen breken;
Zijn hoofd zijgt op mijn hart - hij ziet mij stervende aan:
’Mijn lieve waarde WOLFF! - afgrijslijke ogenblikken!
’Ach! kent gij mij niet meer? ik ben ’t: het was gedaan.
Denk, denk eens mijn vriendin! hoe dit mij heeft doen schrikken!
’k Ben bijna levenloos! (gij kent mijn teder hart:)
Ach, niemand spreekt mij toe! geen maagschap, gene vrinden!
Ik schrijf ’t, ik klaag ’t aan u - wat is mijn geest verward!
Ja! Dit’s het doodsgewaad; daarin zult gij hem vinden.
Geheel alleen! - wat zal ik doen? wie geeft mij raad?
’k Moet van dit sterfgeval noodzaaklijk kennis geven:
Ja, ’k moet; maar vinde mij hiertoe gans buiten staat:
Hoe zal dat gaan? zie, hoe mijn zwakke vingren beven;
Ik schrijf onleesbaar schrift: vriendin! wie staat mij bij?
Wie helpt, wie troost mij? ach! mijn waardste DEKEN! gij.

Schrijver: Betje Wolff-Bekker
Inzender: Redactie, 25 okt. 2008


Geplaatst in de categorie: overlijden

2,3 met 18 stemmen 3.174



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)