inloggen
voeg je poëzie toe

Poëzie

1898 - 1936

poëzie (nr. 4.780):

Saudade

Ik heb zoveel herinneringen,
Als blaadren ritslen aan de bomen,
Als rieten ruisen bij de stromen,
Als vogels het azuur inzingen,
Als lied, geruis en ritselingen:
Zoveel en vormlozer dan dromen.

Nog meer: uit alle hemelkringen
Als golven uit de zee aanstromen
En over brede stranden komen,
Maar nooit een korrel zand verdringen.

Ze fluistren alle door elkander
Wild en vertederd, hard en innig;
Ik word van weelde nog waanzinnig,
Vergeet mijzelf en word een ander.

De droeve worden altijd droever,
Nu ik het onherroeplijk weet,
Steeds weer te stranden aan de oever
Der zee van ’t altijddurend leed.

Ook de gelukkige worden droever,
Want zij zijn voorgoed voorbij:
Kussen, weelden, woorden van vroeger
Zijn als een dode vrucht in mij.

Ik heb alleen herinneringen,
Mijn leven is al lang voorbij.
Hoe kan een dode dan nog zingen?
Geen enkel lied leeft meer in mij.

Aan de kusten van de oceanen,
In het oerdonker van de bossen,
Hoor ik 't groot ruisen nog steeds ontstaan en
Zich nooit meer tot een stem verlossen.

----------------------------------------------
uit: Soleares III Saudades (1939)

Schrijver: Jan Jacob Slauerhoff
Inzender: Redactie, 25 november 2024


Geplaatst in de categorie: verdriet

4.3 met 21 stemmen aantal keer bekeken 5.806

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!

reageer Geef je reactie op deze inzending: