inloggen
voeg je poëzie toe

Poëzie

1878- 1929

poëzie (nr. 4.687):

Gelijk het gonzend bliksemen

Gelijk het gonzend bliksemen van motoren,
waaraan een mensen-wil zich-zelve riemt,
het ondoorgrondlijk- ijle wil doorboren
tot waar de blik van Gods oog doorpriemt;

neen, gelijk licht in licht : gelijk een kaarse
zo karig, dat de zonne haar doorvreet
van 't vroege groenen tot het late paarsen
maar die haar kleinheid onverdoofbaar weet;

neen, gelijk karpers die ter dikste drabben
wat leven gapen, tot de Dood ze treft
die dan eerst, door de peerlemoeren schabben
hun blonde buik naar 't waaiend lichten heft;

maar neen, maar neen; 'lijk aarde en 'lijk metalen,
verdicht bij dringen en zuigen van 't heelal,
worden verholen en ongenaakbaar stralen
vergaderd in één traan van kristal;

neen, dood stuk vlees, vervloeid in logge beken
of weeldrig bloeiend in een wormen feest;
neen, slechts dat vlees, dat vlees en arm leken,
en 't lage beest dat danst op 't hoge beest;
neen, neen, o God (ik weet niet hoe te zeggen;
ik weet niet, God, ik weet niet, maar ik zeg :
God);

gelijk de...

gelijk...

...

leken - verleden tijd van 'lijken' hier: kadavers

Schrijver: Karel van de Woestijne
Inzender: Redactie, 25 augustus 2024


Geplaatst in de categorie: emoties

3.6 met 9 stemmen aantal keer bekeken 2.425

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!

reageer Geef je reactie op deze inzending: