inloggen
voeg je poëzie toe

Poëzie

1856 - 1936

poëzie (nr. 2.050):

Sonetten II

Ik wou, ziel! dat gij goed waart, eind'loos goed,
Dat gij uw vijanden vergaaft en bad
Voor wie u kwaad doen, dat ge een wet bezat,
Die zei, dat ge al wie lijdt, beminnen moet.

Gij hebt die wet, ja, maar zo dikwijls doet
Ge alsof ze er niet was, of ge 'r woord vergat,
Of gij u zélf vergat, want, ziel! gij had
Geen wetten dan u zelf, voor kwaad noch goed.

Gij, die uw eigen God zijt, weet gij niet,
Mijn lieve, grote ziel! die nu zo weent,
Om weinig leed en kleine droefenis,

Zeg, weet gij niet, dat het zo heerlijk is,
Als ge alle lijden in u zelf vereent,
En lijdend and'ren troost in hun verdriet?

Schrijver: Albert Verwey
Inzender: adm, 30 nov. 2009


Geplaatst in de categorie: emoties

2,8 met 6 stemmen 1.759

Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)