Waar rees 't eenvoudigst volk door eigen kracht zo hoog
poëzie
4.0 met 2 stemmen
1.583 Waar rees 't eenvoudigst volk door eigen kracht zo hoog,
En streefde uit laag moeras tot aan de sterrenboog?
Waar bracht een zwakke hoop van ruwe vissersknapen,
Gewoon in de open boot op 't hobblig vocht te slapen,
Met gene schat, dan met zijn want en vangst bekend,
En aan geen tooi, dan die der ruwe pij, gewend,
Waar bracht die 't ooit…
Berk
poëzie
5.0 met 2 stemmen
3.088 Die blank en slank van stam en fijn van blâren
door ieder windje uw zekerheid voelt mindren,
gij zijt de teerste van de grote kindren,
die duistere aarde aan 't lokkend licht kon baren.
Maar lenig zijt gij en de zware stormen,
die trotser bomen kracht te machtig vond,
gij draagt ze buigend en op schraalste grond
kan uw bescheidenheid…
De Moeder
poëzie
3.7 met 224 stemmen
62.565 Hij sprak en zeide
In 't zaêl zich wendend:
Vaarwel, o moeder,
Nooit keer ik weer...
En door de lanen
Zag zij hem gaan en
Sprak geen vervloeking maar weende zeer.
Sprak geen vervloeking...
Doch, bijna blijde,
Beval de maagden:
Laat immermeer
De zetels staan en
De lampen aan en
De poort geopend, de slotbrug neer.
En toen, na jaren,…
Aan het venster, bij maneschijn.
poëzie
4.3 met 3 stemmen
2.822 Nacht en stil is 't, om mij heen
Al 't gewoel des daags verdween.
Slechts de lieve maan beschijnt
Mij, door zorgen afgepijnd.
Duizend tranen zijn gestort,
Duizend zorgen afgekort:
En, mij arme, die hier lij,
Is de middernacht zelf blij!
Zachtkens juich ik in mijn deel,
Mij is alles evenveel.
Niets van 't geen het oog bekoort
Is er,…
Bij de rozen
poëzie
3.4 met 8 stemmen
2.631 ‘Zij zijn voor sterven en vergaan geboren,’
zo dacht ik vluchtig toen ik bij de rozen was.
Maar schrok, en hoorde dreunen in mijn oren:
wat is u zelve, ijdel mens, beschoren,
zo kort als gij hier wandelt bij de rozen op het gras?…
EEN SPREKER DIE MAAR NIET UIT DE WAR KWAM
poëzie
4.2 met 10 stemmen
3.645 Jeroen wou zeggen: 'buitensporig',
Maar 'borenspuitig' kwam er uit.
Een poging, om 't weer goed te maken,
Had 'sporenbuitig' tot besluit.
Nog bleef de man naar juistheid streven
En 'spuitenborig' werd de klank; -
Toen zag hij af van verder pogen
En sprak: 'Meneren! 'k zeg u dank,
Dat gij de daad hier voor de wil naamt;
Een goedheid…
VERLANGEN
poëzie
3.7 met 6 stemmen
1.398 Verlangen is een vuur dat niet en dooft,
't is als 'n zwaan klapwiekend, kan niet sterven:
de Dood komt om het hart, in 't jonge hoofd
droomt nog 't verlangen in parelmoeren verven.
Mijn broeder, ons verlangen is sterker dan de wil
de strijd is als 'n bloemknop om 't verlangen
het dunne hulsje houdt 't gloeiend blad gevangen,…
Achterbalkon
poëzie
5.0 met 4 stemmen
2.823 Het menselijk gelaat - hoe droef mistekend,
des morgens in de tram grauw van de nacht,
des avonds in de tram grauw afgejacht
van al waar men zich deerlijk in verrekent.
Retour kantoor, kliniek en magazijn
tobt elk om wat men zich ziet tegenvallen.
Zie in de mondhoek, onder de oogwallen
onverwisselbaar de paraaf der pijn.
Hoe als nu plotseling…
LIEFDE.
poëzie
4.0 met 1 stemmen
3.089 Daar is een zoeken,
Dat woord en daad
(Liefst in 't verborgen)
Voor 't al moog zorgen,
Dat andren baat.
Gij, mijn vriendinne
Gij, tal van weken,
In zorg verstreken,
Gij toondet mij:
Die zusterliefde,
Die weinig vraagt;
Dat innig streven,
Om vreugd te geven
Wie smarten draagt!
Wie mag beogen
Zulk rein genot,
In '…
DE JONGGESTORVENE
poëzie
3.9 met 8 stemmen
1.094 Gij moest zo vroeg van deze wereld scheiden
Die gij beminde schoon haar smaad u sloeg,
Van al de dromen die uw jong verblijden
Nog ongerept en woordloos in zich droeg.
En toch toen dood u 't koele bed kwam spreiden
Sprak gij geen woord dat om een troostwoord vroeg, -
Bereid als een die lang en schoon mocht strijden
Zeidet gij zacht:…
ZOMERGOD
poëzie
3.8 met 10 stemmen
3.339 Het dorp, het veld, de vruchten,
Bezield, bezonnestraald,
Op landen en op luchten
De zomer zegepraalt!
IJlt tegen, blijde scharen,
De goudgelokte vorst,
Met bloemen in uw haren,
Met bloemen op uw borst.
IJlt tegen,
Hem tegen,
Met zang en groet,
Die weelde brengt en zegen
En liefde in 't jong gemoed.
Plant meien op zijn wegen,
Werpt kransen…
O, zomer!
poëzie
3.3 met 12 stemmen
2.856 O, zomer, met uw lokken, glanzend gouden,
En met uwe ogen, blauw gelijk de wanden
Van 't rondend hemeldak, en sneeuwen handen,
Die bloemenslingers slank gebogen houden!
Wier geurige adem zucht door rijs en wouden,
En gloeien wekt, waar zielen wieken spanden,
Tot die miljoenen traan en leed verbanden,
En lachten, of zij nimmer wenen zouden:…
EEN HERFSTDAG
poëzie
3.7 met 9 stemmen
4.404 Van zon en van een laatst geluk doorweven is de dag.
Zonnedraden, zilver beperled, zijden regenrag.
Gouden zon op de sterrevende blâren speelt;
Goud, veel goud overal, een Sesam-rotsen-weeld.
Dode blâren zijn op de grond gevallen,
Maar zó sterven lijkt me mooi en allen
Die m’n vrienden zijn, wens ik zulke dood;
Dat zij nooit kennen koude winternood…
Aan de dood
poëzie
4.0 met 1 stemmen
2.018 Slechts een slaaf der lusten schildert
U zo vreselijk en wreed!
Hij die gans verlaagd, verwilderd,
Van geen angst of tranen weet.
Mild en vriendlijk komt gij tegen
’t Bloedend hart – o dood! hoe streelt
Arme strijdren, op hun wegen,
Menigmaal, uw vreselijk beeld!
Gij voert hen, in stiller streken.
Hier gaan ze onder ’t kruis gebukt,
Hier…
FINALE
poëzie
4.0 met 7 stemmen
3.113 Ik sprak tot U, maar dronken,
tot U, die in mijn armen lag:
‘de wrange wereld ligt verzonken
en nimmer, nimmer meer, de dag!
Ik ben van U, nu ik U kus
voor U en U alleen
en al ons dromen en ons doen was dus
dat ik met U, werd één!
O deze nacht, o deze nacht
een tijdeloos verblijven,
de viering allerschoonste pracht
in twee verwonde…
Lierzang van een vader aan zijn enig zoontje
poëzie
4.0 met 10 stemmen
3.599 U wijd ik heden mijn gezang
Gelukkig kind! zo mild bestraald met zegen!...
(Maar laat ik eerst van uw behuilde wang
Die traantjes vegen.)
Gij op wiens pad, bij 's levens lentegloor,
Slechts rozen zonder dorens groeien...
(Pas op wat, Jans, daar stopt hij erwten in zijn oor.)
U, wie genot en zoetheên tegenvloeien,
Wie nog geen zonde drukt, geen…
Leven in droom
poëzie
4.0 met 1 stemmen
1.655 Wat was het landschap teer en fijn
Vannacht in droom bij zilvren schijn:
Een sierlijk brugje, een stralenbeek,
De berkentwijgen rank en bleek,
Huivrend, maar zonder ritseling.
En wijl ik peinzend glijdend ging
Over de lage heuvlen, grijs
Bemost, als licht behageld ijs,
Zag 'k eensklaps, als een avondgloed
's Winters door neevlen…
Christus in ’t hofke
poëzie
3.9 met 15 stemmen
6.074 Wat rode klonteren besmeuren deze gronden?
Wordt gij van zonde en wet, van dood en heel omringd?
Zeg, heeft de liefde uw hart in hare gloed verslonden,
Uw hart, dat smeltende door huid en kleed’ren dringt?
Heeft u Gods toorn een pijl in ’t ingewand gezonden,
Die uw beangst gemoed zo vinnig praamt en dwingt,
Dat zijne wonde, o mij! bloedt uit…
De gestrafte nieuwsgierigheid.
poëzie
4.0 met 2 stemmen
2.256 Laat de Wijsgeer ons verachten,
Daar hij schimpend op ons ziet;
En zich boven ons verheffen!
Kloë! och, ontrust u niet.
Zaagt gij wel, toen we uit dat bosje
Gistren kwamen - hoe hij mij
Met een nijdig oog begluurde?...
Maar ik liep hem trots voorbij.
'k Geef hem vrijheid om te gissen,
Wat hij wil, uit ons gelaat;
'k Wed, dat hij…
Dicht langs een bongerdhaag schichtte een pruimensnaaier
poëzie
4.0 met 3 stemmen
1.099 Dicht langs een bongerdhaag schichtte een pruimensnaaier,
De klepper vong de wind en joeg de vogel op,
Er gonsde een ver gerucht van tramp'len en geklop,
De garvenbindster zong op 't zoeven van de maaier.
Maar, de open lippen strak in zijn verdoolde kop,
sliep aan de lauwe berm een schuwe armoedzaaier.
De zomernoen was heet, de hemel trilde…