inloggen
voeg je poëzie toe

Poëzie

Gedichten van oude dichters

Laatst geselecteerde poëzie:

MACHTELD

poëzie
4.1 met 31 stemmen aantal keer bekeken 3.718
Macheld had wel horen luiden, Wat of vensterkens beduiden Die des avonds open staan; Maar een weinig frisse koelte Was zo welkom na de zoelte. En het hare stond maar aan. Ook scheen 't zuchtjen louter weelde, 't Zij het schalks haar boezem streelde, 't Zij het suisde in 't blonde haar; Echter wuifde 't uit het lover IJlings meer dan…

DE FRIESCHE POËET VI

poëzie
3.1 met 15 stemmen aantal keer bekeken 2.924
VI "Vergeef mij," huivert de dichter, "'t Is onbescheiden misschien, Maar mag ik ook vragen, wat dame de eer heb vóór mij te zien?" - En de schoone glimlacht: "Wel zeker! - maar eet ondertusschen voort, - Ik ben dat weeuwtje van Staavren, Daar ge mooglijk wel van hebt gehoord; Die een lading Dantziger tarwe Aan stuurboord in…

DE FRIESCHE POËET V

poëzie
2.8 met 20 stemmen aantal keer bekeken 2.434
V De dichter begrijpt er niets van; Maar eindelijk waagt hij het toch De vreemde schoone te vragen: "Waar ben ik?" en "leef ik nog?" En als kristal klinkt haar antwoord: "Mijn lieve landgenoot, Gij zit hier in Oud-Staavren, En ge zijt volstrekt niet dood. Gelukkig voor u bewoon ik Hier een waterdicht lokaal, Waar ik versche lucht…

DE FRIESCHE POËET IV

poëzie
2.4 met 12 stemmen aantal keer bekeken 2.326
IV Hoelang de gezonken poëet wel Bewustloos gelegen heeft, Dat zou ik niet kunnen zeggen. Genoeg, — de man herleeft. Hij heft de gevoelvolle blikken, Maar twijfelt schier aan hun trouw; Vlak toch tegenover zich ziet hij Een wonderschone vrouw. Haar gitzwarte lokken golven Langs een voorhoofd van elpenbeen Over leliewitte schouders…

DE FRIESCHE POËET III

poëzie
4.0 met 11 stemmen aantal keer bekeken 2.461
III De dichter is verdwenen In de diepte van 't dansende meer. Hij zinkt als een steen. En Eindlijk Komt hij in Oud-Stavoren neer. Want, ja, wat die goede Schokkers In hun eenvoud steeds hebben beweerd, Dat is waar: de verdronken koopstad Bestaat nog ongedeerd. Haar muren zijn nog stevig; Haar torens zijn nog hoog; Slechts is er…

De Friesche poëet II

poëzie
3.4 met 8 stemmen aantal keer bekeken 2.467
II In overoude tijden, Toen men nog geen stoomboten had, Lag er halfweg tusschen Enkhuizen En Staavren een bloeiende stad. Haar koene schippers brachten Haar schatten van heinde en veer, En onder haar kooplui telde Zij meer dan één millionair. Maar — wat ziet men gebeuren - 't Geld maakte haar kooplieden grootsch. Toen streken de elementen…

Laat ik nu leggen lichte dingen

poëzie
3.3 met 22 stemmen aantal keer bekeken 2.261
Laat ik nu leggen lichte dingen op haren lijf en gauw verganke- lijke, laat het zijn rozeranken en bloemen andere en trosseringen en wiekevlokken van grote bleke vlinders en blanke dauw geregen aan herfstrag, alles wat van de vege lente nog is, die gauw verstreken; en iets van zonlicht, nu ik het kuis en koel…

Zydy van minnaers smert een onverzaedlijck vraetjen

poëzie
3.4 met 11 stemmen aantal keer bekeken 3.251
Zydy van minnaers smert een onverzaedlijck vraetjen, O Min? so gaet het my noch al voor wint voor stroom, Hoe naeu men waect mijn lief met grendelslot en boom, Ick stae noch niet met u in 't alderquaedste blaetjen. Ghy komt en steeltse my door 't aldernauste gaetjen, En buyten moeyten van mijn slapend' lichaem loom, Voer dyze lieflijck by…
P.C. Hooft28 oktober 2001Lees meer >

Ik liep 's avonds door mijne stad

poëzie
3.2 met 25 stemmen aantal keer bekeken 3.732
Ik liep 's avonds door mijne stad, Het water zwartvloerig, elk huis had zich van boven tot onder met rouw behangen, dat was zo mijn verlangen. En voor alle ramen zaten mijn onderdanen naar me te zien, ze hadden het donker gelaten om me te beter te kunnen zien. En midden op een plein wou ik alleen zijn, ik heb mijn herauten verzonden…

O 'T RUISEN VAN HET RANKE RIET

poëzie
4.2 met 65 stemmen aantal keer bekeken 5.998
(Hom. Il. XVIII, 576) O! 't ruisen van het ranke riet! o wist ik toch uw droevig lied! wanneer de wind voorbij u voert en buigend uwe halmen roert, gij buigt, ootmoedig nijgend, neer, staat op en buigt ootmoedig weer, en zingt al buigen 't droevig lied, dat ik beminne, o ranke riet! O! 't ruisen van het ranke riet! hoe dikwijls dikwijls…

ONGELUKKIGE LIEFDE

poëzie
3.4 met 36 stemmen aantal keer bekeken 7.017
Eer ik nog de Liefde kende dacht ik, ze is het zoetste zoet. Hoe gelukkig! dien de Liefde, met heur' hemelnectar, voedt! 'k Zag, met tranen in mijn ogen, menigmaal een' jongeling, Die, met blijdschap op de wangen, naar zijn jeugdig meisje ging. "Liefde, geef mij ook een meisje! stel mijn kloppend hart te vreên! Liefde, geef mij ook een…

KINDERLIJK

poëzie
4.2 met 117 stemmen aantal keer bekeken 23.100
Constantijntje, ’t zalig kijntje Cherubijntje, van om hoog, D’ijdelheden, hier beneden, Uitlacht met een lodderoog. Moeder, zeit hij, waarom schreit gij? Waarom greit gij, op mijn lijk? Boven leef ik, boven zweef ik, Engeltje van ’t hemelrijk: En ik blink’ er, en ik drink er ’t Geen de schenker alles goeds Schenkt de…

Het gebroken glas

poëzie
3.4 met 31 stemmen aantal keer bekeken 7.527
Ene vertelling Cornelis had een glas gebroken Voor aan de straat; Schoon hij de stukken had verstoken, Hij wist geen raad Hij had een afschrik van te liegen, Wijl God het ziet; En zou hij Mama nu bedriegen, Dat kon hij niet. Hij stond onthutseld en bewogen; De moeder komt; Zij ziet de tranen in zijn ogen; Hij…

HET SCHRIJVERKE

poëzie
4.2 met 60 stemmen aantal keer bekeken 7.934
(gyrinus natans) O krinklende winklende waterding met 't zwarte kabotseken aan, wat zien ik toch geren uw kopke flink al schrijven op 't waterke gaan! Gij leeft en gij roert en gij loopt zo snel, al zie 'k u noch arrem noch been; gij wendt en gij weet uwe weg zo wel, al zie 'k u geen oge, geen één. Wat waart, of wat zijt…

Aan de sonnetten (I)

poëzie
3.7 met 15 stemmen aantal keer bekeken 2.711
Klinkt helder op, gebeeldhouwde sonnetten, Gij, kindren van de rustige gedachte! De ware vrijheid luistert naar de wetten: Hij stelt de wet, die úwe wetten achtte: Naar eigen hand de vrije taal te zetten, Is eedle kunst, geen grens, die haar ontkrachtte; Beperking moet vernuft en vinding wetten; Tot heersen is, wie zich beheerst, bij machte…
Meer laden...