Schumann
poëzie
4.0 met 2 stemmen
962 Zie, moederlief, 'k lig weer eens aan uw voeten
Als in de tijd toen 'k gans nog was ùw kind.
Laat vloeien 't heimwee naar mijn jeugd met zoete
Zang, die zich gouden door 't verleden windt.
Ik ging de wereld in, opdat ontgind
Wierd, wijze toekomst, die, in wording, wroette
Diep in mijn ziel; door wetens waan verblind
Glimlachte ik…
Als toen.
poëzie
3.8 met 6 stemmen
833 Wat blauw en wat wolken die blank staan
stil boven de duinenlijn,
de bogen van duinhelm die rank gaan
rijzen uit wiegend gedein.
In 't voetpad de zandige sporen
van 't karrenwiel, breed en zo diep;
ver over de velden de toren
een wachter en toch of hij sliep.
In greppels het geelbruine water
al wazig van 't kiemende groen....…
Avondsterre
poëzie
4.7 met 3 stemmen
844 Wisselziek in 't zweven
Blijken wind en wolk;
Om naar verre dreven
Wensen mee te geven,
Eise ik trouwer tolk.
Wees gij zelf bodinne,
Hoe mijn harte blaakt,
Schone ster der minne,
Die de westertinne
Rozen strooiend naakt!
Heffe naar uw stralen
't Lelietje in de knop,
't Lelietje der dalen,
Bij haar zoet verhalen
't Hoofdje…
Daar is een lied...
poëzie
3.7 met 3 stemmen
1.475 Daar is een lied dat 'k zingen moet -
O de avondzon op 't lentegras! -
Eer de onontkoombre dood voorgoed
Mijn stille lippen vult met as.
Wel leende ik nachten lang als knaap
Mijn hoofd aan de gesterde wand
Totdat het bloed zong in mijn slaap
Als de echo van een hemels land...
Wel droeg ik rijper vreugd en smart
Tot waar aan zoom…
Op mijne afbeeldinge in het klein door Filips de Koning
poëzie
4.0 met 4 stemmen
1.423 Zo schildert mij een Konings hand
In 't klein, terwijl ik 's Konings snaren,
En heilig harpgezang, en trant
Vast volge, in top van 's levens jaren,
Eén min dan zeventig. Wat is 't?
Noch min dan verf, een damp, een mist.
1664…
Er komt iemand bij mij
poëzie
4.3 met 3 stemmen
764 Er komt iemand bij mij, die 'k nimmer zag,
en uit-der-mate vriendlijk, die mij zegt:
‘Gij weet, ik berg iemand in mijne woon.
Neen: er verbergt zich iemand in mijn woon.
Ik zie hem niet, maar ben in hem begaan.
Ik ken hem, en hij is mijn liefst bezit...’
- Ik durf niet zeggen dat die vreemdling liegt.
Ik durf niet zeggen dat zijn gast…
Moeder
poëzie
4.0 met 5 stemmen
1.639 Moeder naar wier liefde mijn verlangen
Sinds mijn kinderjaren heeft geschreid,
Ach, hoe zult gij mij zo straks ontvangen
Na de lange scheidingstijd?
Zult gij me aanstonds als uw kind begroeten,
Als 'k ontwaken zal uit mijne dood?
Zal ik nederknielen mogen voor uw voeten
Met mijn hoofd in uwe schoot……
Maar wat dan? Wat zult gij tot…
De ruchtige belijders van een naam
poëzie
4.5 met 2 stemmen
923 De ruchtige belijders van een naam
Zijn grif ook tot verloochenen bekwaam.
Die `t onuitspreeklijke niet leert verzwijgen,
Verslingert tussen ijdel woordgekraam.…
Leer stil zijn en leer niets doen en leer wachten
poëzie
4.0 met 2 stemmen
1.941 Leer stil zijn en leer niets doen en leer wachten:
't geheim der sterken school altijd daarin,
dat zij zich instelden op lange drachte' en
intoomden d' ongestuime dadenzin.
Niet 't wachten der praatgragen zij het onze,
die, sprekend aldoor over wat zal zijn,
intussen inslurpen als grage sponzen,
met lijf en ziel de hete levenswijn…
Lichtjes in het dauwig gras
poëzie
4.0 met 4 stemmen
824 Lichtjes in het dauwig gras,
'k zag je wel, toen 't morgen was,
en de zonneluister ging
glanzen langs de heuvelkling.
Lichtjes, lichtjes zag ik veel,
iedre drop was een juweel,
onder diadeem van licht
zag ik toen jouw jong gezicht.
Elven-liedwijs mij toen ving
ringsom in de toverkring,
vogel-licht toen zweefde ik mee
over…
HET KRUIS VAN JEZUS CHRISTUS.
poëzie
3.7 met 3 stemmen
2.353 Der eeuwen eeuwigheid zweve, eeuwig grensloon, voort;
Door hare oneindigheid wordt, Kruis! uw lof gehoord,
En worm en seraf juicht, en rijst door u in waarde,
Waar immer leven werd verspreid,
Verhoogt ge, o Kruis! de zaligheid,
En zonnen tanen bij uw heerlijkheid, o Aarde!
Wat zien wij, stof, van u op onze donkre baan? —
Slechts wat het hart…
Rust.
poëzie
3.7 met 3 stemmen
938 Heerlijke, donzige nacht
zinkt op mij neer; zoelig zacht
smelt in zijn adem 't laatst verlangen,
wegstervend in een laatste stille klacht.
De suizlende avondwind speelt in de zilvren snaren
der kinderkalme ziel; en op zijn brede baren
voert hij, de wijde stilte door, onmeetbre zangen.
Uw spiegelende ziel, van weemoed plots omvangen…
Zo tedere schade als de bloemen vrezen
poëzie
4.0 met 1 stemmen
2.384 Zo tedere schade als de bloemen vrezen
Van zachte regen in de maand van mei,
Zo koel en teder heeft uw sterven mij
Schade gedaan, die nimmer zal genezen.
Eens, toen wij na de nacht tesaam verrezen
Lagen de rozen vochtig en gebroken, ik en gij
Wisten die lange nacht de regen, ik noch gij
Konden van teerheid immermeer genezen.
Gij hebt de…
DICHTERWIJDING
poëzie
5.0 met 2 stemmen
868 In donzen dromen zonk de blonde knaap.
D'arm boven 't hoofd, glimlachende in zijn slaap,
Lag in zijn lokken 't blanke godenkind.
Door 't open venster woei de lentewind,
Vol zoele geur van bloemen en van gras.
De lucht was licht, of ze àl van zilver was.
Toen zweefde een engel door 't omloverd raam
En vouwde op 't blanke bed de vleugels…
Dubbelzinnige vroomheid.
poëzie
5.0 met 1 stemmen
1.326 Winkelier.
Zeg, Kees! je lengt de brandewijn
Nog met wat water aan.
Knecht.
Ik wist, dat u dit gaarne heeft;
Dus, 'k heb het al gedaan.
W.
Heel goed. En heb je, naar mijn last,
Al krijt gemengd in 't meel?
K.
Jawel, mijnheer.
W.
En steentjes ook
In 't krentenvat?
K.
Ja, veel.
W.
Nu, àl te…
Leeuwerik
poëzie
4.2 met 4 stemmen
1.339 Blijft gij nooit één blanke uchtend,
Leeuwrik, zingen hier beneên,
Die uw nachtlijk nest ontvluchtend
Door de zilvren neevlen heen
Vleuglings vindt de gouden wegen
Waar uw aadmen juichen wordt,
Tot uw zang in vuren regen
Naar de koele vore stort;
Zingt gij nooit de rode smarten
Van de duistre aardenacht,
Wordt het bloeden…
WINTERAVOND
poëzie
3.3 met 3 stemmen
1.779 Storm en raas, ô Westenwind!
Dagen, nachten lang;
Pak uw zwaarste wolken samen,
Bulder langs de rammelende ramen,
Huil door schouw en gang;
Mij en ’t uitverkoren kind
Kozende aan mijn zij
De' arm deren niet uw ongestuime vlagen —
Veilig schuilen wij.
Turend hoe de vlam zich windt,
Snorrend opwaart schiet,
Knettert in een vlucht van vonken…
Welgelegen
poëzie
5.0 met 1 stemmen
1.172 ’k Noem mijn huis, vol huwlijkszegen,
Kinderliefde en moedermin,
Somtijds lachend: Welgelegen;
Maar die scherts heeft droeve zin.
„Welgelegen? woont gij buiten?
Of is ’t uitzicht dan zo schoon
Op uw stadje, door de ruiten?” –
Neen: doch weet ge wáár ik woon?
Vlak bij ’t kerkhof! Al de doden
Moeten steeds mijn huis voorbij
En…
Een minsenhart duut soms zo raor!
poëzie
4.3 met 6 stemmen
1.086 'k Heb iets ien mien wâ 'k nie verklaor:
Ik wil 'en ding vandaog
Dolgraog;
En hê 'k 'et, dan zal binnen 't jaor
Dâ ding zo zuutjes aon
Mien hart gaon tegenstaon.
Een minsenhart duut soms zo raor!
Ens wou 'k dolgraog 'en vlukske haor -
Te zeggen hoef ik nie
Van wie -
Zij gaf 'et mien; ik lei 't, zo waor,
Op 't hart. Was dâ nie…
Avond op het Forum Romanum
poëzie
4.0 met 1 stemmen
855 De Nacht is komend met een heir van dromen;
Zij volgen mee met wijd-geopende ogen;
Ver van het Westen af kwam zij getogen,
In 't vreemd blauw kleed met brede zwarte zomen.
Daar de verzoenlijke Avond lag in vrome
Gepeinzen neer, op hare arm gebogen,
In licht opaal en klaar goud onvertogen,
En zag nadenklijk naar 't verloren Rome...
Laag…