Deinè Theos* (sonnet CVI)
poëzie
2.7 met 29 stemmen
3.262 Met weekblauwe ogen zag de oneindigheid
Des hemels naar de donzen rozenglans,
Waar Zij in daagde: een breed-gewiekte krans
Van zielen had zich onder haar gereid.
Een geur van zomer-bloesems begeleidt
De zang der zonnen - duiven - die heur trans
Doorglóren in eerbied'ge rondedans
Om Haar, wier glimlach sferen groept en scheidt;
'Schoonheid…
'T IS LAAT AL IN DE NACHT. DOODSTIL IS 'T HUIS
poëzie
3.7 met 10 stemmen
2.498 'T is laat al in de nacht. Doodstil is 't huis.
Niets hoor 'k dan klokgetik en gasgesuis.
Met dwaze drukte zie 'k de slinger gaan,
Opglanzend, doffer glimlicht, af en aan.
'T is, of me in 't kleine, domme ding verscheen
De wijze tijd, en ernstig knikte: Neen.
De tafel ligt vol opgeslagen boeken:
Mijn leven heb 'k vermorst…
JESU WIJS EN WONDERMACHTIG
poëzie
3.3 met 20 stemmen
2.277 Jesu, wijs en wondermachtig,
weest mij, arme knecht, indachtig,
leert mij spreken uwe naam;
Jesu, maakt, ofschoon onweerdig,
te uwen lof mijn tonge veerdig,
te uwer eer mijn lied bekwaam!…
Franciscus*
poëzie
3.1 met 21 stemmen
2.893 Franciscus heeft, om U te ontmoeten,
Alles wat schittert afgedaan
Aan hals en hand, voorhoofd en voeten;
Want schamel wilde hij tot U gaan.
Maar niemand hebt Gij zó ontvangen,
O liefde, en als de dag begon,
Waart gij het, die zijn zuiv're zangen
Deed jubelen van zuster zon.
En moet ik óók zo tot U komen,
Afleggend waar mijn ziel mee speelt…
Aan J.J.L. ten Kate
poëzie
3.9 met 13 stemmen
3.219 Ten Kate! Ten Kate!
O koning der cantate!
Die hupp'lend in het priesterkleed,
Den lusthof onzer taal betreedt,
De schoonste bloemen plukkend, menglend,
Met bonten zwier ze strikkend, strenglend,
Verenglend 's levens duistre sfeer,
Ons minzaam dichtend naar de Heer!
O, J.J.L. ten Kate,
Wie zou u kunnen haten?
Ten Kate! Ten Kate…
Voorjaarsliedje
poëzie
3.2 met 22 stemmen
2.845 Lente lacht in onze dalen!
’k Durf niet treden in mijn hof,
Vol van geuren, kleuren, stralen,
Zonder liedeke van lof.
Met de takken, met de knoppen,
Lopen al de meisjes uit,
En de jonge boezems kloppen
Voor de milde Lentebruid.
Vreugde, liefde, trooste, zegen
Brengt zij in haar bloemkorf mee,
Al haar vrienden aêmt zij tegen…
In het hooi
poëzie
3.2 met 49 stemmen
4.899 Ik lag in het hooi,
De hemel was mooi,
Mijn bed zacht en goed,
En het geurde zo zoet.
Ik keek met een zucht
Van genot naar de lucht.
Mijn geluk was als dat
Van een spinnende kat.
En ik dacht: 'Zo meteen
Moet ik op, moet ik heen -
Maar ik weet nog niet, hoe
Ik dat kan, ik dat doe.
Als nu spelenderwijs
Mij de Man met de Zeis
Had…
Herdenking.
poëzie
3.2 met 31 stemmen
4.340 Wij schuilden onder dropplend lover,
Gedoken aan de plas;
De zwaluw glipte 't weivlak over,
En speelde om 't zilvren gras;
Een koeltje blies, met geur belaân,
Het leven door de wilgenblaân.
't Werd stiller; 't groen liet af van droppen;
Geen vogel zwierf meer om;
De daauw trok langs de heuveltoppen,
Waar achter 't westen glom…
Er zit een schim, wanneer we als vroeger praten
poëzie
3.8 met 14 stemmen
1.606 Er zit een schim, wanneer we als vroeger praten.
Hij ziet ons aan; wij doen, als zien we hem niet;
En de een kijkt steels naar de and're, of hij hem ziet,
En de ander antwoordt met niet-merken-laten:
We horen 't, als hij zwijgt hoe we eenmaal zaten,
Net zo, maar anders; en verwond'ring schiet
IJl door ons heen, hoe mensen ooit 't verdriet…
GRAFSCHRIFT*
poëzie
4.2 met 29 stemmen
4.550 Dat hier ligt, was een mens, daarin des Heren hand
handvollen over hoop van gaven had geplant:
vernuft en wetenschap en overvloed van reden,
bevalligheid in schoon en recht geschapen leden,
beleefde* vreugd en deugd, en ongemeen verstand
van zoete bezigheid en zondeloze zeden,
en al wat in een…
‘Mijn lief, mijn lief, mijn lief,’ zo sprak mijn lief mij toe
poëzie
3.6 met 48 stemmen
12.637 Sonnet
‘Mijn lief, mijn lief, mijn lief,’ zo sprak mijn lief mij toe,
Dewijl mijn lippen op haar lieve lipjes weidden.
De woordjes alle drie, wel klaar en wel bescheiden
Vloeiden mijn oren in, en roerden ('k weet niet hoe)
Al mijn gedachten om, staag malend nemmer moe;
Die 't oor mistrouwden en de woordjes wederleiden.
Dies ik mijn vrouwe…
BOERKE NAAS
poëzie
4.3 met 105 stemmen
11.304 Wie heeft er ooit het lied gehoord,
het lied van Boerke Naas?
't En ha', 't is waar, geen leeuwenhert,
maar toch, 't en was niet dwaas.
Boer Naas die was twee runders gaan
verkopen naar de stee
en bracht, als hij naar huis toe kwam,
zeshonderd franken mee.
Boer Naas, die maar een boer en was,
nochtans was scherp…
DOLCE FAR NIENTE
poëzie
3.0 met 24 stemmen
3.056 Ik lig in Hollands dierbaar duin,
Zo zacht in ’t lauwe zand,
En naast mij zit een blozend kind,
Een dochter van het strand.
Een zilvren wolkje speelt en drijft
Aan ’s Hemels blauwe boog;
En zoete vrede straalt en daalt
Op aarde van omhoog.
Het zilvren wolkje lacht en lokt,
Als riep het: 'o ga mee,
Reis met mij…
Zeg, liefken, heugt
poëzie
3.6 met 35 stemmen
7.556 Zeg, liefken, heugt
U nog de vreugd,
Wen op het kabblend water,
Zo spiegelrein,
Als kristallijn,
Zo ruisziek van geklater,
Ons kleene boot
Daar vlugjes vlood
In 't maanlicht, dat er glanste;
Een notendop,
Zoals zij op
De golfjens dobbrend danste;
Een rozeblad,
Waarin een schat,
Een parel, lag te luchten:
Mijn bange…
Jaap
poëzie
3.8 met 25 stemmen
3.508 Toen ik even
Van de verzen, die ik las,
De ogen peinzend hield geheven
Tot de vreugd, die buiten was...
Jaap, Jaap!
Wie zag ik daar komen
Onder mijn raam door de eikenlaan?
Jaap, mijn jongen,
De vogeltjes zongen
Hoog in de bomen
En alle vinken begonnen te slaan...
Ook in mijn hart ging het zingen aan.
Jaap, Jaap!
Daar liep Jaap met…
UITVAART VAN MIJN DOCHTERKEN (1633)
poëzie
4.1 met 53 stemmen
11.214 De felle Dood, die nu geen wit* mag zien,
Verschoont* de grijze liên.
Zij zit omhoog, en mikt met hare schicht
Op het onnozel wicht,
En lacht, wanneer in ’t scheien
De droeve moeders schreien.
Zij zag er een, dat, wuft* en onbestuurd,
De vreugd was van de buurt,
En, vlug te voet, in ’t slingertouwtje sprong
Of zoet Fiane zong,
En huppelde…
Madonna (Sonnetten XVIII)
poëzie
3.8 met 27 stemmen
2.567 Hoe minzaam heeft uw kozend woord geklonken,
Uw zilvren woord, maar àl te goed verstaan!
'k Zag in uw oog een glimlach en een traan,
Blauw bloempje, waarin morgenparels blonken;
Gij wijst mij naar de Moedermaagd, ik waan
Mij in aanbidding voor haar weg - gezonken....
Daar voel ik me eindelozen vree geschonken:
Ik zie naar háár - Mathilde,…
Een Lied (1916)
poëzie
3.3 met 25 stemmen
3.854 Een vrouw die, een heideheuvel afdalend, kleine, paarse
heidebloemen strooit over het hoofd van de welbeminde
en lacht, zó zijt gij tot mij gekomen
zomerlik reëel, sterke
ziel van buiten, geworden tot mijn ziel;
kracht, die weer buitenwaarts gaat.…
Beweeglijk bloemperk op stil blauw kanaal (1919)
poëzie
3.4 met 14 stemmen
1.428 Beweeglijk bloemperk op stil blauw kanaal,
Flikkeren, fel, hupp'lende zonnestippen,
Soms plotselinge lisch met gouden slippen,
Soms gouden pijlkruid, plots'ling vertikaal:
Magisch onzichtbaar zijn ze, als ze overwippen
Van top naar rimpeltop; een enk'le maal
Zie je, als een slangetje, een rankende straal,
Glinst'rend en glad, tussen twee…
Weiliedje (1916)
poëzie
3.8 met 46 stemmen
3.896 Waarom is de wei zo schoon ?
Omdat zich de zon op de weide
Gebouwd heeft tot tijloze woon
Zijn tenten uit blauwgroene zijde.
Des uchtends zweeft naakt in een damp
Een kind over halmen en sloten,
Die blozen van 't licht zijner lamp,
Als rozen door regen begoten.
Ten middag ligt lui op zijn zij
Een knaap naast zijn rundren en schapen…