NATURA CONSOLATRIX.
poëzie
3.0 met 8 stemmen
1.218 Hier rust ik ver van 't woelig mensenras
In macht'ge zuilengangen van het woud,
Met dak van wiss'lend groen, doorwrocht met goud,
Hier op het mollig, mosrijk lentegras.
Hier is geen mensgeknoei, geen misgewas
Van zwetsers, op gelogen kennis stout,
Geen huich'laars, die der waarheid zuiver goud
Besmetten voor wat hùn tot voordeel was.…
Herinneringen zingen, kind
poëzie
4.0 met 4 stemmen
1.731 Herinneringen zingen, kind, uw wit gelaat,
en 't zoet verhaal van úwe dagen en míjne dagen
die vredig in ons leve' als stille tuinen lagen
in 't tere licht van late schemering gebaad,
wijl d'hemel is om tuine-groen een stil gewaad
van trage, kalme schaduwen, en de bomen dragen
een laatste vogel-stem van lang-verglooiënd klagen
dat kwijnt…
VERLANGEN
poëzie
3.4 met 7 stemmen
3.756 Ik zegen u, verlangen,
Nu diep mijn blik begrijpt
Hoe rozenknop door zonne
tot roze rijpt.
Dat leerde ik uit uw ogen:
Die deden stil-spontaan
Bloesems van jong begeren
Wijd open gaan.
Zó hebt ge, zonder woorden,
Aan mij 't geheim verteld
Hoe de ene mensenziele
In de andere smelt.
Want als ik, schoon van liefde,
U lang in de ogen…
Biecht
poëzie
2.5 met 6 stemmen
2.046 Priester der bossen,
Thans wil 'k verklaren
Al u mijn zonden,
De lichte, de zware
Boven de pijnen de zonnegoudpracht,
Oordeel mij zacht.
Wonder verward weer,
Voel 'k mijn geheugen:
„Liefde, gij Godheid —
Liefde, gij leugen,
Tot uwe diensten ben ik altijd
Lachend bereid.—…
Avond aan de Amstel
poëzie
2.8 met 8 stemmen
2.433 Een rand van flauwend rood omzoomt de kimmen;
Hoog wijkt de lucht in eindloos ambergrauw;
De vlakte zwijmt; de vochte neevlen klimmen,
En overvloeien de landouw.
Zij glijen voort waar, 't laatste licht weerstralend,
De wereldstad, de bruid der waatren, troont;
Haar huizenrijen nog met rooskleur pralend,
Haar koepels nog met glans gekroond…
O nachten van gedragene extase
poëzie
3.0 met 4 stemmen
2.910 O nachten van gedragene extase
en diep gedronkene verzadiging,
als elk met zijn geluk te rade ging
en van alleenzijn langzaam wij genazen.
Te denken de ononderbroken uren
aan de volkomen overvloed van dit
verwezenlijkte; onvervreemd bezit,
dat blijven zal en ongeschonden duren;
het onbesefbare van deze gave
van ene andere en die naast…
FLUITSPEL
poëzie
4.0 met 9 stemmen
1.492 Toen heb ik uit holle rieten,
Speelman, die ten dans komt noden,
Troostend melodie doen vlieten,
Want ik weet de gang der goden;
Hoe zij eerst de onbewuste,
Sluimerend als gesloten kelken,
In de kuise boezem rusten,
Dan ontluiken en verwelken;
Wee, dat tranen wekt en zuchten,
Wie toch kan het heil begrijpen,
Dat beloofd wordt door het…
Nachtegalen
poëzie
3.8 met 6 stemmen
2.017 Ik leef in nacht, maar mane-schijn is buiten,
Die leeft in twinkelende vogelen-slag,
Ik zie hem schijnen door de onzichtbre ruiten,
Ik wacht, maar ik verlang niet naar de dag
Ondergedompeld wezend ganslijk, ach!
In dit zwart meer, o liefelijk geluid en
Wat uit zwart donkere spiegel òp komt fluiten,
Licht-lieve volk in wat àl duister…
Mager paardje
poëzie
2.5 met 11 stemmen
2.958 Mager paardje, jaag maar:
De steppe is eindeloos breed,
De vliegen steken in je flanken,
De stenen je zere hoeven,
Je mag nooit stilstaan en drinken
En de zon is zo hard en zo heet.
Smal scheepje, vaar maar:
Eindeloos is de zee,
Al trillen je moede masten,
Al heb je te zware lasten,
Toch mag je in geen haven rusten
En aan '…
Nooit glijdt een verstandig woordje
poëzie
2.6 met 21 stemmen
7.984 Nooit glijdt een verstandig woordje
Van die rozenlipjes dijn;
Die moeten maar zonder pozen
Aan het schertsen en kussen zijn.
Die moeten maar altoos lisplen:
`Jij bent de liefste mijn!'
Maar meen je dan, dat dit immer,
Mijn schatje, genoeg zal zijn?
Ga ik aan het redeneren,
Dra ben je het luisteren moe;
Stil geeuw je achter je…
De kleine bedelaarster
poëzie
3.0 met 5 stemmen
2.705 Ik kom uit mijn dorpje: ik kom om wat brood;
Ik dool door het slijk en de slibber der straten;
Mijn kleed is gescheurd en mijn voeten zijn bloot;
Mijn moeder is krank en mijn vader is dood:
Wij schreiden zo luid, maar het mocht ons niet baten.
Heb meêlij, heb deernis, mijnheer en mevrouw!
Och, sluit niet uw oren zo koel voor mijn klagen…
Kwinkslag
poëzie
3.3 met 27 stemmen
7.109 Een Schout ontbood een Boer voor 't hoge dorpgerecht,
En sprak, wel, hondsvod! guit! hebt gij van mij gezegd
Dat nooit een groter schurk, dan ik ben, is geboren?
Wie, ik? hervat de Boer: dat klinkt mij vreemd in de oren.
Neen Schoutlief! neen, men heeft jou leugens aangebracht:
'k Heb 't nooit gezeid, maar 'k heb 't wel duizendmaal gedacht…
Gij weent
poëzie
2.6 met 9 stemmen
5.171 I.
Gij weent - o God! wat doet u wenen? spreek?
Van waar die tranen op die lieve wangen, bleek
Als marmer en van doodskou overtogen?
Vrouw! waarom vloeit uit die zo minlijke oogen,
Die bittre, droeve tranenvloed?
Wat droefheid heerst op uw gemoed,
En rooft uw ziel haar kalm genoegen? -
O Gij, die beter waardig zijt,
Wat smart doet u de boezem…
Boek van jeugd
poëzie
4.0 met 5 stemmen
1.626 Ik zocht alom, ik zocht en kón niet vinden
Mijn Boek van Jeugd, verloren en versmeten.
't Was al zó oud: 'k had d'inhoud half vergeten,
Zo liefdezoel als heimweegeur van linden.
Maar gele bladen uit dat boek gereten,
Gedragen op erinnrings sidderwinden,
Wezen waar 't lag, omrankt van blanke winden,
Of me uit elk blad een bloem wou welkom…
Stijgend langsheen Sint-Goedelekerk
poëzie
3.0 met 5 stemmen
1.730 O zwart gevaarte boven 't hoofd
zwaar hangend in de donkre lucht,
wat heb ik in uw diepten al
gesmacht, gebeden en verzucht!
O levend stenen wezen! Hier,
door angst gejaagd, door hoop gestaald,
ben ik naar 's harten wondergang,
wild ópgedraafd of kalm gedaald.
Geen enkle boezemtrilling, die -
- géén wentling mijner ziele,…
Ik smacht naar de lente
poëzie
2.9 met 8 stemmen
2.064 Ik smacht naar de lente en haar goud,
Naar de jonge, de licht-tere kleuren,
Ik smacht naar het groenende hout,
Naar de zoetige Meidorengeuren.
Hoe heerlijk te liggen in 't mos,
Te staren in 't blauw van de hemel,
Te volgen de blaadjes die los
Zich wieg'len in takkengewemel!
Hoe welven zich bogen van glans
Om mij heen bij der lente verschijnen…
Schemeravond
poëzie
3.4 met 8 stemmen
1.855 "Twee kindertjes bij elkaar,
Een zusje en een broertje;
Ik wou, dat ik er meer van had,
Al van dat lieve goedje."
Zo zongen beide in 't schemeruurtje
Als Moeder 't olijk, vrolijk paar
Weer bij zich op de schoot ging beuren
En zij daar speelden met elkaar.
Nu zit ze alleen met ons klein-zusje,
Zingt, maar met tranen in haar…
Gij was aan mij gelijk de winde
poëzie
3.8 met 9 stemmen
1.778 Gij was aan mij gelijk de winde
die wentelt om een koren-aar;
dra zal ik aan mijn wang bevinden
de zoete streling van uw haar.
Dra zult gij 't glanzend voorhoofd beuren
tot waar mijn slapen komm'rend staan:
zo ziet men, wild, een winde geuren
naast 't wegend rijpen van het graan.
o, 'k Ben geen sterke: moe-gedragen,
verzwaart vaak de…
IN MIJN LEVEN
poëzie
3.8 met 13 stemmen
4.026 In mijn leven, steeds uiteengerukt
Door de vlagen waar 'k aan blootsta,
Daar 'k niet kan hechten aan liefde en geluk
Die mij zullen drijven tot ik doodga,
Ontstaan soms plotsling enkle plekken
Van een stilte zo onaangedaan,
Dat ik geloof in slaap te zijn gekomen
Bij de diepten waar geen onderstromen
Meer door 't eeuwig stilstaand water gaan…
Afscheid
poëzie
3.8 met 19 stemmen
5.950 Eén ogenblik van het voorbije leven
Als voor 't bewogen spiegelvlak te staan
Van rimplend water, dat met stadig beven,
Het beeld, eer het tot stand komt, doet vergaan,
De vorm te zien, die in het water drijft,
Onzuiver zo van kleuren als contouren,
Die, vluchtig bij het allerlichtst beroeren,
Geen wezen heeft, dat in zichzelf beklijft...
En…