Spel?
poëzie
3.3 met 7 stemmen
3.834 'Zo komt er nooit een eind aan 't geven:
Ik geef - maar wat ik geef, blijft mijn...'
Boutens
Of ooit mijn ziel heeft liefgehad?
Wie zegt, wat liefde is?
Maar ik droeg lang een gouden schat
Van liefde - of ik en weet niet wat -
In ziels geheimenis.
Ik heb, gelijk een gierigaard,
Mijn schatten opgetast,
Ik heb gewoekerd en gespaard…
HET TOEVALLIG GELUK
poëzie
4.8 met 4 stemmen
2.250 Door de nachtelijke stad,
Langs verlaten wegen,
Vult mijn geest zich met de schat
Van een stille zegen.
Nog gebogen door de druk
Van het mensenleven,
Vind ik menselijk geluk,
Waar geen mensen streven.
Uit het troosteloze zwart
En uit donkre hoeken
Daalt de vrede in mijn hart,
Dat moe is van zoeken.…
Ekster-ogen
poëzie
3.6 met 8 stemmen
3.725 Die ekster-ogen heeft, al treedt hij schoon wat zacht
't Is teken, dat hij is een man van groter macht.
Want hij mag zeggen ('t welk wij ook bekennen moeten)
Dat hij zijn vijanden heeft onder zijne voeten.
-------------------------------------------------------
uit: Over-Ysselsche Sangen en Dichten (1630)…
Ik ben van de buiten
poëzie
3.4 met 13 stemmen
2.961 Ik kreeg van mijn ouders,
Van ieder mijn part
Van vader mijn schouders
Van moeder mijn hart
Ik vocht om mijn stuiten
Met zuster en broer.
Ik ben van de buiten
Ik ben van de boer!
Bij d'eigenste pachter,
Eerst koeier, dan knecht
Mijn klakke van achter,
Mijn hoofd immer recht
Zo dien 'k om duiten,
En teer op mijn toer;
Ik ben van de…
LEED
poëzie
3.5 met 4 stemmen
2.556 Een grootmoeder had een hondje,
En dat hondje heette Mop;
Wel bromde hij soms een beetje,
Maar bijten deed hij nooit.
Want al zijn tanden was hij
Reeds kwijt, even als de vrouw;
Zij was al mooi op jaren,
En Mopje was ook niet jong.
Nu gebeurde 't op zekere morgen
Dat Mop gestorven was,
En dat hij werd begraven
In 't hoekje van de bleek…
Ons nationaal drinklied
poëzie
4.1 met 13 stemmen
3.818 Wij drinken hier niet van verdriet,
Nog minder van plezier;
Toch drinken wij, zoals gij ziet:
Er is niets anders hier!
Want in de schemer van uw dag,
Vaal tussen nacht en nacht,
Was er niet één die naar ons zag,
Géén die ons nodig dacht.
Niet één die onze wijsheid riep,
Of wachtte…
Antwoord der Roomse burgerij
poëzie
3.4 met 14 stemmen
2.776 Ik weet wel, goede vriend, dat Rome is 't bordeel
Waar lichaam ende ziel geduriglijk hoereren,
Het lijf volgt blindelings zijn beestelijk begeren,
De ziel wordt hare beul, de antichrist, te deel,
Zij is van ketterij een hoog gebouwd kasteel,
Een schole van die kloek zijn leugenen te leren,
Een bijslaap schaamteloos van ons verdwaalde heren,…
LIEFDE en WIJN
poëzie
3.1 met 65 stemmen
10.586 'k Heb twee bronnen, die de voedsters
van mijn jeugdig leven zijn:
'k Leef bij Fillis door de Liefde -
op mijn kamer door de Wijn.
-------------------------------------------
uit: Gezangen mijner jeugd (1782)…
SEPTEMBER
poëzie
3.4 met 9 stemmen
4.169 September blaas uw gouden vlammen
Door al de wijde wereld heen!
Blaas van nog boordevolle stammen
Het kwijnend afval naar beneên!
Begraaf ons in uw gulle goud,
Tot ons ontstuimige verlangen
Barst boven al uw wilde zangen
En feest in al uw vruchten houdt!
September blaas uw witte buien
Als blâren van een rozenstok!
Blaas aan ons hart, tot…
Kom nu, bedroefden! al wie raad'loos klagen!
poëzie
4.7 met 3 stemmen
1.330 Kom nu, bedroefden! al wie raad'loos klagen!
'k Bèn niet de Schoonheid, maar 'k zal vóor Haar spreken.
't Bewijs? 'k Geef u mijn woord-zelf als een teken,
Dat Zij mij zond en gij mij raad moogt vragen.
Geloof alleen maar dat zij álle dagen
Kan troosten al wie, lijdend, Háar aansmeken,
En woorden weet, die 't lachen door doen breken
Om…
Het roosje.
poëzie
2.4 met 8 stemmen
3.013 Een jonge tuinman kweekte teder
Een roosje, dat zijn bloembed droeg;
Behoedde 't wel voor buiig weder,
En gaf het warmte en vocht genoeg.
't Was eindlijk zeldzaam schoon ontloken,
En menig had en kocht het graag:
‘Het is voorlang mij reeds besproken’
Was elk bescheid op elke vraag.
Nu plukt hij 't zorglijk van de stengel,…
HET ZONNELICHT IS NEERGEDAALD
poëzie
4.7 met 9 stemmen
4.343 Het zonnelicht is neergedaald
en ‘t gaat bij andere lieden,
verwacht en welkom-weer onthaald,
de dag hun doen geschieden.
Het morgent daar, het avondt hier,
en wonderschone verven
zie ‘k wentelen in het westervier,
en stille, stille sterven.
‘t Was rood eerst, helder paars weldra;
en, blauw- en blauwerwendig,
door…
Dilemma
poëzie
3.2 met 17 stemmen
3.071 Verdraagzaam was ik – zeer! Toen heeft dat volkje mij
Voor onverschillig uitgekreten;
’k Werd boos, dat spreekt! en nu – nu vragen ze, even vrij:
Of dat verdraagzaamheid moet heten?…
Gulden Sporen Negentienhonderd Zestien
poëzie
4.0 met 9 stemmen
4.340 In dertienhonderd en twee
beken naar de stroom, stromen naar de zee,
zó de verdedigers van het vlaamse-gemeente-sisteem, sterk in de strijd,
wal, tegen de aanval van de franse leenroerigheid;
zee-wal, pal, als de Rode Zee ten tijde van de Eksode
was, tocht van godsvolk naar Kanaäan, tocht der Joden.
Maar negentienhonderd zestien
zal, zij aan…
't Is lang geleden (20)
poëzie
3.6 met 12 stemmen
2.279 Ik wenste toen een oudgraaflijk kasteel,
In 't midden van hoog beukenbos met uilen
En grafruïne, zwartbegroeid de zuilen,
Scheef elke schacht, gebarsten 't kapiteel;
Twee leeuwen, door oud mos vaalgroen en geel,
Spalkten naast de ophaalbrug hun drakenmuilen,
En uit het maanlicht kwam de herfststorm huilen
Door puin van gang, vol rits'lend…
Het gevallen meisje
poëzie
3.9 met 12 stemmen
3.563 Gevallen, ja, gevallen,
Gevallen en veracht!
Doch weet ge, zonder mallen,
Wat de arme daartoe bracht?
Nu loopt ze langs de straten
En kent geen uur van vreugd,
Sinds ééns zij heeft verlaten
God en het pad der deugd.
Doch wilt haar nu niet smaden -
Wie bracht haar in verdriet?
Een man heeft haar verraden,
Toen hij haar snood verliet.…
ik heb mij met moeite alleen gemaakt.
poëzie
3.1 met 74 stemmen
24.761 je zou niet zeggen: je zou niet zeggen dat
het zoveel moeite kost alleen te zijn als
een zon rollende over het grasveld
neem dan - vriend!- de mieren waar
wonend in hun paleizen als een mens
in zijn verbeelding -; wachten zij op regen en
graven dan verder: het puur kristal
is hen zand geworden.
in het oog van de nacht woon je als een merel…
De hond en het bokje
poëzie
4.0 met 13 stemmen
3.352 Hond:
Bokje, pas op, anders bijt ik u zeer!
Bokje:
Hondje, pas op, anders stoot ik u weer!
Hond:
Bokje, mijn tanden zijn scherp, pas maar op!
Bokje:
Hondje, mijn horens staan vast op de kop!
Hond:
Bokje, het was maar uit gekheid gezeid,
Laat ons wat spelen, wij hebben tijd.
Zij stoeiden en speelden en huppelden rond,
En buitelden…
Misdeelden
poëzie
3.4 met 27 stemmen
3.441 Ze zeggen nog wat,
Ze zeggen nog wat,
Ik heb zo vaak aan mijn hart gehad
Als trage brand die node verging,
Het hoofd van een mens, dat te sterven hing.
Uit de smeulende as van z'n brekend oog
Sloeg er bijwijlen een vlam omhoog,
'n Vlam als een vraag.
Want ze vragen nog wat,
Ze vragen:
Wie heeft er mij liefgehad?
En voor ze 't vernemen…
Ieder uur van mijmering
poëzie
3.7 met 7 stemmen
2.981 Ieder uur van mijmering over je goedheid,
Zo vanzelfsprekend grondeloos,
Smelt ik weg in gebeden naar jou.
Zo laat ben ik gekomen
Naar de tederheid van je blik,
En van zo ver naar je uitgestrekte handen,
Stilletjes, doorheen ruimte en tijd.
Ik had in mij zoveel weerbarstig roest
Dat uit mij wegvrat, met gulzige tanden,
Het vertrouwen.…