JAN ZONDERLING.
poëzie
4.0 met 1 stemmen
2.017 De zucht naar grootheid, die mij prest,
Doet mij betreden paden vloeken.
Ik kan niet b e t e r doen dan best,
Zo wil ik ’t dan bij a n d e r s zoeken.…
De gonsregen
poëzie
3.8 met 15 stemmen
4.028 De gonsregen, regen -
het òpbewegen
van bladen als water valt,
de regen valt valt valt.
Zo in me zelf gedoken te zitten
in 't glanzige niet meer witte
licht - en nooit te beginnen
beweging en niet te bezinnen.
De regen maakt grauwe strepen
in de gladgrauw geslepen
lucht - de gordijnen hangen…
Verjaardag
poëzie
3.1 met 14 stemmen
4.455 Nimmer moegerende Tijd,
Voerman, die de wagen rijdt
Over bergen en door dalen!
Laat mij, laat mij adem halen:
Waar toch jaagt gij in galop?
Voerman, hou eens even op.
Welk een onafzienbaar end
Hebt gij rustloos afgerend,
Zonder pleistren, zonder pozen,
Over dorens en langs rozen,
Onverdacht op weg en spoor,
Tussen klip en afgrond…
Van Hollands kleur
poëzie
4.5 met 2 stemmen
2.121 Rood is de vlag, die wij volgen genoten!
Rood is de morgen op zijn blozende kruin,
Rood zijn de pannen van de daken van Holland,
Rood zijn de stenen van de huizen van Holland,
Rood zijn de bloemen aan 't Haarlemse duin,
Rood zijn de kersen in de Betuwse tuin!
Wit is de vlag, die eens wappert op aarde,
Wit zijn de wolken die drijven voorbij…
Fietstocht I
poëzie
3.6 met 5 stemmen
3.472 Aan mijn fietstochtvrienden
Als een jong lied dat klinkt luid door lege hallen,
Zo is doorheen de Winter, de Lente getreden tot ons allen,
Die waren in een eeuw
Gehuld, van witte sneeuw.
Niet enkel jonger is geworden ons leven,
Maar ook veel witter en lichter geweven
Als in het kleed
Van winterleed.
Witte blijdschap
Is de witte boodschap…
't L A A T S T E
poëzie
3.4 met 22 stemmen
4.609 AAN DE ONBEKENDE LEZER
Hoe zoet is ‘t om te peizen dat,
terwijl ik rust misschien,
een ander, ver van hier, mij on-
bekend en nooit gezien,
u lezen kan, mijn dichten, mijn
geliefde, en niet en weet
van al de droeve falen van
uw vader de Poëet!
Hoe blij en is ‘t gedacht niet, als
ik neerzitte ende peis,
u volgend waar gij loopt op uw
gezwinde…
De menschen dóen, maar weten niet waaróm
poëzie
4.3 met 3 stemmen
3.395 De mensen dóen, maar weten niet waaróm
Zij doen, en zitte' in hun eentjes te wegen,
Hoe zij het meeste van het leven kregen,
't Leven dat langs hen gaat en ziet niet om, -
Hopen en haken of er níet wat kom,
Voelen hun hartjes van blijdschap bewegen,
Stil in hun lekkere bedjes gelegen.....
Maar áls 't wat geeft, dan houden zij zich…
Het huizeke
poëzie
3.8 met 9 stemmen
1.992 Ik weet er op een Hollands plein
een aardig huiske klein en rein,
van rode tichelsteentjes gebouwd
en vast wel een paar eeuwen oud.
Puntgeveltje, met trapkens vier, vijf, zes,
met houten luifel en hoog bordes,
half verscholen in loverpracht,
spiegelt het zich in de stille gracht ;
en als er een zonnestraal over zinkt,
al wat er aan is schittert…
Vogeltjes, die zo vroeg zingen, krijgt de poes
poëzie
4.6 met 14 stemmen
3.480 Een vogeltje vroeg in de morgen,
Zong vrolijk en zonder veel zorgen,
Als vogelkens zijn, een lied.
O vogeltje, hou toch uw snater!
O denk aan de loerende kater –
Gij zingt... ge ontsnapt hem niet.
Een dichtertje, vroeg in de morgen
Des levens, zong zonder veel zorgen,
Als dichteren zijn, een lied,
O zangertje, hou toch uw snater!
O zie toch…
Ach licht en is het lot van al
poëzie
4.7 met 3 stemmen
3.159 Ach licht en is het lot van al,
zo menig band wordt keten;
zo menige en zo groot getal
die 't blijzijn haast vergeten!…
SCHADUW
poëzie
4.1 met 60 stemmen
12.994 Ik heb te zeer
de liefde liefgehad
daarom wellicht heeft zij me niet bemind.
Zo doet de mooie minnaar
met een zeer verliefde kind.
Ik heb de zon te lief gehad
en beu van beedlen
aan de deuren van de dagen
ben ik geworden als een varenblad
dat liever in de lommer leeft
dan zon te dragen.
En daarom bouwt mijn kommer aan een huis
waar…
Homo Sum II
poëzie
3.6 met 16 stemmen
4.204 Ik ben de Dúivel-god dier grúwbre oorkónde,
't Vervlóekte Boék van laffe deémoed, klein,
Die loert, die loert, koud-donker, donker-rein,
Of Hij die ménsjes niet verdérven kónde.
Ook Hij droeg fier, op 't lijf vol eeuw'ge pijn,
Eén matelóze, toégeschroeide wonde,
Dat alles had zó anders kunnen zijn. -
Zijn Zijn.... Mysterie, maar zijn…
Het huis mijns vaders
poëzie
3.8 met 33 stemmen
5.426 Het huis mijns vaders waar de dagen trager waren,
was stil, daar 't in de schaduwing der tuinen lag
en in de stilte van de rust-gewelfde blaêren.
- Ik was een kind, en mat het leven aan de lach
van mijne moeder, die niet blij was, en aan 't waren
der schemeringen om de bomen, en der jaren
om 't vredig leven van de roereloze dag.
En 'k…
De bijl
poëzie
4.5 met 2 stemmen
3.165 Die ’t vatten kan, die vatt’ de kneep.
De Bijl (wie weet hoe lang geleden!)
Nog zonder steel, kwam ’t bos intreden,
En keek onnozel als een Lam,
En groette zelfs de kleinste stam;
Sprak voorts eerbiedig tot de bomen,
D’Eerste in rang: Ik ben gekomen,
O Eedle stammen, die uw kruin…
Wij zoeken 't ver
poëzie
3.2 met 4 stemmen
2.109 Wij zoeken 't ver:-
Ik zoek het zuiver schone beeld,
Dat kan verzoenen met dit leven:
De vreemde vlinder die daar speelt
Draagt 't op haar vleugelen geschreven -
Doch als 'k mijn handen om haar sluit
Wis ik die tere tekens uit!
"Gij volgt vergeefs wat immer vliedt
En houdt de schone schijn voor 't wezen,
Door eigen onrust…
Gedicht
poëzie
3.6 met 15 stemmen
4.124 Leg uw hoofd zo in mijn arm
dat van uw voorhoofd naar uw mond mijn blik schuive
over de kam van uw neus
Leg uw hoofd zo
ik leg op uw mond mijn hand
wees rust…
VERLANGEN
poëzie
3.1 met 32 stemmen
4.732 Wat brengt de Dag? De Avond.
Wat brengt het Leven? Dood.
Wat wil mijn hart gehavend?
Rust na nood.…
De gast
poëzie
3.8 met 8 stemmen
2.552 Als gij mij ééns slechts kon vertrouwen,
En Uwe vleuglen saam wou vouwen,
Om aan mijn dis, bij fruit en wijn,
Mijn gast te zijn,
Dan zou mijn huis geheiligd wezen,
En na Uw heengaan zou ik lezen
In ieder ding, als in een boek,
Van Uw bezoek.
Hier rustten zijn handen, zou ik weten,
Wanneer ik, aan mijn maal gezeten,
Het linnen witter blinken…
De lucht was als een perzik
poëzie
5.0 met 1 stemmen
2.507 De lucht was als een perzik,
de maan een diamant,
zwellende lentenevels
bloeiden aan alle kant.
Over de donzen heuvels
lokte een ver verschiet;
wij wilden zwervend worden,
zwervend en anders niet.
De voeten gingen samen,
de hand lag in de hand,
de harten opgedragen;
aarde, waar is uw band?
In dreven en valleien
geklommen…
TOEN zag ik je —
poëzie
3.3 met 20 stemmen
5.604 Er was toen veel licht,
de kamer was een bloem die dicht
in eens open uit gaat schijnen,
het licht vloog rond in lijnen.
Ik was heel stil en ik dacht niet veel,
ge hebt gekeken en heel
mijn hoofd is wijd opengewaaid,
zoals 's zomers opengelaaid
boven op een wijd, wijd land,
in een wijd werelds open land -
zo was ik eens in die kamer…