Ik zie de mens, maar ik begrijp hem niet
poëzie
4.0 met 9 stemmen
1.736 Ik zie de mens, maar ik begrijp hem niet: –
Hij eet van 't leven al wat lekker smaakt,
En proeft van ál zijn passies: zijn mond raakt
Iedere vrucht, die iedre hand hem biedt.
Hij zoekt in dronkenschap een droom, die vliedt,
In 't leven, – tot hij, moede en koud, ontwaakt,
Naakt en gebroken: op zijn lippen smaakt
Des levens droesem bitter…
Is 't lang geleên?
poëzie
3.7 met 9 stemmen
3.313 't Is lang geleên...
Lente was 't, en de dag was heen.
Heugt het je, Liefste, hoe wij samen
langs het zingende zeestrand kwamen,
hand in hand, en alleen ?
Spraken niet, - onze ogen alleen
hadden 't druk ; de zoetste tale
hoorden wij, voor de eerste male,
lang geleên.
Lente was 't voor u en mij ...
Lente is nu zo lang voorbij !
Lente had…
't Is me of ik uit een lange droom ontwaakte
poëzie
2.2 met 4 stemmen
1.471 't Is me of ik uit een lange droom ontwaakte;
weer slaan mij vreugdevlammen in 't gelaat,
en wat ik ál doorstond, in bittre haat,
gaat op in 't hoogtijdsvuur dat groots ontblaakte.
Hoe lang heb ik gedroomd - wie weet? het staat
geboekt op treurge bladen, - sinds daar kraakte
mijn ganse wezen en het leven staakte
zijn wondergang? - o bron van…
De zegger van verzen
poëzie
4.6 met 5 stemmen
1.609 Luister: het zeggen van dit vers is zo
Dat het door middel van uw oor uw ziel
Moet aandoen met vreugd en zekerheid:
'Dit is voor mij geschreven'. Want ik weet
Dat alle verzen langs uw oor gaan als
Het ruizen van water of ‘t gedruis
Van bomen in de wind: een vaag geluid
Voor niemand in het bizonder en waaraan
Geen luistraar – ’t zij dan dat zijn…
DE MANESCHIJN IN 'T BOS
poëzie
3.2 met 5 stemmen
1.419 Daar buiten, waar de herder 't vee
Reeds naar de stal geleidt,
Is aan het effen luchtgewelf
Een grauwend kleed verspreid,
Dat alles, wat het land mocht tooien,
Omwikkelt in zijn brede plooien.
En boven trilt op 't bevend blad
Nog 't stervend avondgoud,
Maar 't rijzend maantje strooit zijn glans
Met handenvol door 't hout,
Dat ons de…
Hoe schoone
poëzie
3.3 met 10 stemmen
5.299 Hoe schone is Moeders tranenlach,
wanneer het kindje teer
haar zoent en stamelt: “Moeder!” ach,
de aldereerste keer!…
HET KOELTJE
poëzie
2.8 met 6 stemmen
1.422 In de lentemorgenzwoelte
Streelt me een labberende koelte,
Luwend, stuwend, loddrend stoeiend,
Zachtkens âmend, floddrend vloeiend,
Kussend voorhoofd mij en konen,
Schuddend tengere anemonen,
Die in duizendtallen beven,
Waar zij langs de grond komt zweven,
Voertuig voor der bijen wieken,
Die met haar de honing rieken.
Op haar golving zweeft…
Speelgoed van mijn kinderjaren
poëzie
3.6 met 7 stemmen
1.966 Speelgoed van mijn kinderjaren,
'k Vraag u niet wanhopig weer:
'k Hield nog enkle wilde haren
Van mijn zorgeloos weleer,
En, bij 't rijpen van mijn leven,
Heeft des Hemels trouwe gunst
Hoger rijkdom mij gegeven:
Dromen, zangen, liefde en kunst!
Ik heb meisjes om te stoeien,
Voor de vlinders van 't terras!
Andre kijkers die mij boeien…
De hond en de kat
poëzie
3.3 met 3 stemmen
2.417 De hond en de kat.
Wel hoe blaft gij zo, Kardoes?
Ha, 't is tegen onze poes.
Ze is u zeker weer ontlopen
En daar in de boom gekropen.
Nu, 't is goed, dat zij maar vlucht;
Want gij bijt haar soms geducht.
Poes bleef zitten op de tak,
Net als sliep ze op haar gemak;
Maar, toen vriend Kardoes ging lopen,
Deed zij gauw haar ogen…
Maria zingt in gouden avondstond
poëzie
2.6 met 5 stemmen
2.556 Maria zingt in gouden avondstond
met blanke kele
en rode mond.
De rozen staan op hoge stelen,
een vogel luistert in het riet.
Dan sluimert 't kind in hare schoot,
haar ogen zijn van weelde groot
en in haar mond verzoemt het wiegelied.
De maanschil perelmoert in 't water,
maar in de schaduw sluipt de dood.
Gelukkiglijk, dat ziet ze niet,…
Danslied
poëzie
3.0 met 1 stemmen
1.292 Zei niet Uw stem: de vogel danst,
Het lover danst, de weide danst,
De Zon die op het water glanst,
De wind, de wolk, de wereld danst?
Gij reikte mij uw linkerhand,
Daarin gleed warm mijn rechterhand,
En velen volgden, tot een band
Van dansers slingerde over 't land.
De laatste tranen…
Stadsgezichten I
poëzie
4.0 met 7 stemmen
2.171 't Is laat,
en de wind
sluipt door de straat,
als een kind,
dat niet meer wil schreien ...
Een klok slaat
zijn lichte beien
dat vergaat ...
De boulevard ligt lang
regenglinstrend als een slang,
die naar zijn prooi wil glijen
en de huizen komen,
de sombre fantomen
zich roerloos rijen ...
Als donkre ziel,
waarin nog wanhoop gloeit,…
De overtocht
poëzie
3.7 met 10 stemmen
6.676 De eenzame zwarte boot
vaart in het holst van de nacht
door een duisternis, woest en groot,
de dood, de dood tegemoet.
ik lig diep in het kreunende ruim,
koud en beangst en alleen
en ik ween om het heldere land,
dat achter de einder verdween
en ik ween om het duistere land,
dat flauw aan de einder verscheen.
die door liefde getroffen is…
Wantje en Karel
poëzie
2.5 met 4 stemmen
1.566 Wantje was een rappe meid,
Blank en mals van koon;
Al de jongens uit de buurt
Vonden Wantje schoon.
De een vlocht haar een bloemenkrans,
De andre schonk haar fruit;
Men verzocht ze tot de dans:
Wantje lachte ze uit.
Karel was een flinkse maat,
Struis en bruin van vel;
Al de meiskens uit de buurt
Vonden Karel wel.
Ze belonkten hem…
Dagen voorbij
poëzie
3.0 met 3 stemmen
1.629 De langzame opstanding van het koren
onder de hand van de wind.
Door zeegroen waas van jonge korenaren
zien blauwe bloemen, als door morgendauw.
O dagen, die voorbij zijt, gij ligt begraven
onder blauwe luchten en zomerblond,
onder golvend koren.
En daar staan, als grote, blanke marmerbeelden,
de stille witte wolken op uw graf;
hun…
Nu weet ik wat het allerdroevigst is
poëzie
2.9 met 13 stemmen
4.662 Nu weet ik wat het allerdroevigst is.
't Is niet de dood of scheiding, niet het kwaad,
Dat anderen ons aandoen, of 't gemis
Aan aardse liefde, niet, dat ons verlaat
En jeugd èn schoonheid, eer genoten is
Het zoet van 't leven, niet de dwaze daad
Die men beweent in rouw en droefenis;
't Is: als men leeft voor iets, dat niet bestaat
En…
Dooi
poëzie
3.7 met 6 stemmen
3.809 Ik zit voor het open raam van de kroeg.
Het is zonnig, het is nog vrij vroeg.
En zeer, zeer vroeg was vanmorgen het licht,
de wereld, de zon en het jaar,
waardoor ik liep in snel, verend ritme,
stromend en stralend -
en lachend met haar,
die nu met een blinkend gezicht
tegenover mij zit.
Zij lacht, haar tanden zijn wit.
De schaduw op onze…
Ach, blijf met Uw genade
poëzie
3.3 met 9 stemmen
4.095 Ach, blijf met Uw genade,
Heer Jezus, ons nabij,
opdat ons nimmer schade
des boze heerschappij!
Licht Gij ons met Uw stralen,
o, Licht der wereld, voor,
opdat wij niet verdwalen
of struik'len op ons spoor!
Vervul dan met Uw zegen
onze armoe, rijke Heer,
en zend op onze wegen
Uw kracht en goedheid neer!
Neem Gij ons in Uw hoede,
onoverwonnen…
De Herfst blaast op de horen
poëzie
4.7 met 6 stemmen
2.387 De Herfst blaast op de horen
en ’t wierookt in het hout ;
de vruchten gloren.
De stilten weven gobelijnen
van gouddraad over ’t woud,
met reeën, die verbaasd verschijnen
uit varens en frambozenhout,
en sierlijk weer verdwijnen …
De schoonheid droomt van boom tot boom,
doch alle schoonheid zal verdwijnen,
want alle schoonheid is slechts…
Grafschrift voor een gissende Filosoof
poëzie
3.1 met 11 stemmen
4.166 Treed zachtjes, wandelaar; neen, treed vrijmoedig aan.
Gij hebt geen nood van hem te wekken,
Want ook al hoorde hij u op zijn grafsteen gaan,
Hij zou het tóch in twijfel trekken.…