Een Majeboom*
poëzie
4.2 met 5 stemmen
3.711 Aan de Joffren* Anne en Tesselschae Roemer Visschers gesonden naer* haar vertreck vanden huijse te Muiden, in 't jaer 1621, spreekt
Orpheus* met sijn stem en vinger
Maeckte eertijdts den* boomen voeten,
Datse* bij gekroonde* stoeten
Liepen nae* den soeten singer.
Ist dan vreemdt, dat ick verslinger
Op uw speelen,
Op uw queelen,
En loop achter…
't is de ure der getijden
poëzie
4.2 met 9 stemmen
2.917 Daar is, in iedere zuster-cel,
Bij 't ronken van de wekker-bel,
Een vaag gerucht begonnen:
't Is 't mommel- momp'len van gebeden,
De kloosterkerk wacht beneden,
Heur stille, vroege nonnen.
Ze komen van de donkere trap,
In zwart habijt en witte kap,
Een beetje voor de vieren;
Daar hangt in menige vensterspleet
Der gaanderijen, diep en…
Kindje
poëzie
4.1 met 8 stemmen
2.666 Op de peul mijns herten
rust uw hoofdeke van goud...
't Is of ik uw frêle zielke
tussen bei mijn handen houd:
Lijk albasten bloeme
licht uw teer gezichteke
en uit elk' azuren kijker
blikt een blauw gedichteke...
Kon ik vatten, kindje,
van die dichtjes ritme en rijm;
mocht ik, van uw broze wereld,
raden het subtiel geheim.
'k Durf…
Al te vroeg
poëzie
4.3 met 15 stemmen
4.195 De zon scheen koestrend op het kruid,
De Lente was gekomen,
En alle knopjes liepen uit,
Als waar'* er niets te schromen;
Ze dachten, dat de Wintervorst
Bij zonneschijn niet keren dorst.*
Maar toen de zon ter ruste lag,
Toen kwam met sneeuw beladen,
De winter eenklaps voor de dag,
En knakte steng* en bladen;
En al de bloempjes wit en rood…
Een rijk van dwang en duurt niet lang
poëzie
4.3 met 10 stemmen
5.128 Als de most*, te nauw bedwongen,
Lijdt en worstelt, lijdt en zucht,
Zonder adem, zonder lucht,
Zie, dan doet hij vreemde sprongen;
Zie, dan riekt de ganse vloer
Naar de dampen van de moer*:
Alle banden, alle duigen,
Die het vrij, het edel nat
Hielden in het enge vat,
Moeten wijken, moeten buigen
Voor de krachten van de wijn,
Hoe geweldig…
'T is zwart en donker
poëzie
3.2 met 9 stemmen
3.195 'T is zwart en donker,
kamerdonker als rook,
rood kolengeflonker,
daarboven holt de klok.
Langs de wanden bleekt flauw
een plaat en nog een -
het witte is lichtlauw,
't lijkt alles lang geleen.*)
Hoor, het leven vliedt,
de klok holt, tik, tik -
zingt het jammerlied
van het ogenblik.
--------------
Uit: Verzamelde Lyriek, 1966.…
Doods-gebed
poëzie
4.6 met 9 stemmen
1.936 Heer, als ik sterf
op een december-dag;
in het ziek laken dat ruikt,
en mijn gezicht: geel als een raap,
mijn baard verwoest door het zweet,
terwijl mijn hand vol angst in het kussen plukt,
Heer, houd dan voor mij, arm schaap,
houd uw barmhartigheid gereed.
Want gedurig was ik lui en dom,
onkuis, hovaardig en zot,
ik was gulzig aan bier-…
Aan dezelfde (Lucas de Heer)
poëzie
3.8 met 37 stemmen
14.665 God houdt in zijner hand de beker der gerichten
Daaruit, hij bitt'r of zoet een iegelijk en schenkt
Na dat zijn wijsheid groot verordent en gehengt,
Maar geenszins bij geval alzo de dwaze dichten.
Nu moet zijn kerk' altijds (want hij z' int kruis wil stichten)
Drinken de eerste dronk met bitterheid vermengd
Maar tgoddeloze volk dwelk vrij…
ONVERMOGEN
poëzie
4.8 met 13 stemmen
2.600 Op eenmaal soms ontwaakt in mij,
Wanneer ik 't minst verwachtte,
Van schoonheid en van poëzy
De wordende gedachte.
Een onbepaalde en zoete lust
Sluipt hart en aadren binnen,
Als werd ik in de droom gekust
Door een der Zanggodinnen.
Er ruisen tonen om mij heen,
En schone vormen zweven
In glanzig nevelwaas dooreen,
Die mij het hart doen…
EEN NIEUW LIED
poëzie
3.7 met 14 stemmen
3.090 (OP EEN BRUILOFT GEZONGEN)
't Was ochtend; een Meisje ging wandlen aan strand;
Een bootje, dat vlagde, lei ree;
En straks was de vriendlijke Schipper ter hand,
Die sprak: 'Schoon Kind, wilt gij mee?
't Is het rechte getij om te varen,
Nu de morgenzon glanst op de baren.
Grijp moed, Schoon Kind, en vaar mee!'
Het Meisje, met blosje op…
De wereld
poëzie
3.7 met 6 stemmen
2.496 Wat zijt ge, o samenstel van onbegrijplijkheden?
o Schaakling van gewrocht en oorzaak zonder end?
Wier mooglijkheid de geest te nauwernood rekent;
Wier dadelijk bestaan een nacht is voor de reden!
o Afgrond! die ’t besef geen weg windt in te treden!
Wat zijt ge? Een blote schijn, het zintuig ingeprent?
Een indruk van ’t verstand, waarom ’t zich…
De jacht
poëzie
2.0 met 3 stemmen
2.088 Ik heb haar lief, die grazige eenzaamheid,
Waar ik de zachte hartslag van de tijd
Nog kalmer dan het eigen bloed voel kloppen,
En, schaduw werpend langs de heuveltoppen,
Gods zegen in een wolk mij tegenglijdt.
Maar soms, wanneer ik bij mijn kudde wacht
Op hem, die straks mij aflost, op de nacht,
Komt eensklaps een geschal de stilte storen.…
Toen Knaap mij de laatste maal knipte
poëzie
4.5 met 15 stemmen
7.012 Toen KNAAP mij de laatste maal knipte,
Was hij aangedaan onder zijn werk.
'Wat wordt u al grijs!' sprak hij somber,
'Ik vrees, u studeert te sterk.'
En JONGMANS, toen hij mij gistren
De maat voor een pantalon nam,
Keek van mijn magerheid zó op,
Dat ik dacht, dat hem iets overkwam.
Vater MULLER* ontzei me zijn tafel.
Ze verliep anders helemaal…
Het kalf
poëzie
3.3 met 12 stemmen
2.601 Het kalf
Kent een natuurkundige maar half
Daar er geen tijd is om het te bestuderen,
zo gauw is het uit de kleren
Intussen weet men uit Plinius*, dat dit dier
Gewoonlijk PA! zegt tegen een stier
En tegen een koe:
MOE!
En 't antwoord is dan gewoonlijk BOE!
't Geen in het chinees zoveel wil zeggen als HOW DO YOU DO?
Voorts zeit hij OOM tegen…
Eens heb ik de dalende zon gevraagd
poëzie
4.0 met 27 stemmen
3.431 Eens heb ik de dalende zon gevraagd
te wachten,
eens heb ik van dichte nacht-schaduw
het luchte, vluchtige vlieden beklaagd -
en nu! - en nu! -
Nu glijden de tijden zo langzaam aan,
de dagen, de tragen, ze willen niet gaan
en lang - lang - lang zijn de uren der nachten.
Eens hield ik de goudene uren te goed
voor klachten,
eens vulde ik de…
LIED
poëzie
3.6 met 10 stemmen
2.685 Stemme: Ik heb de groene straten
Die zonder hoop moet minnen,
Die is er ellendig aan*,
Die dwarlen al zijn zinnen
In ijdelheid* en waan.
Ick spreek, laas! uit verzoeken*,
Want ik heb ‘t zelfs verzocht*:
Dus mag* ik wel vervloeken
Mijn dwaasheid onbedocht.
Zou men wel zotheid vinden
Zo groot (helaas!) als mijn,
Die min en lang beminde…
Verlaine sterft
poëzie
3.3 met 50 stemmen
23.450 Een kamer, een tafel, een bed,
grillige bloemen van ijs
waaieren wit aan het raam -
de nacht staat over Parijs.
Een oud man weet zich alleen,
geen hand die de zijne vindt;
zelfs niet eens de goede troost
van een enkel glas absinth.
De muren zijn verveloos
in het armzalige vertrek,
waar ik, denkt Paul Verlaine,
alleen, als een hond verrek…
De glimlach
poëzie
3.5 met 30 stemmen
5.256 Het was een avond op de heide
En de ganse hei was leeg,
En de dichte witte hemel,
En de heide, en 'k zelve zweeg.
Langs de wolken en de vlakte
Ging de eenzame avondwind,
En de heide, en de hemel,
En mijn eigen hart was blind.
Toen ging plots de hemel open -
En een kleine plek van zon
Dreef de wijde heide over,
Als een dof-goud…
LIEDEKEN
poëzie
3.0 met 11 stemmen
3.378 [Stemme:
Nu spreid uw kapje nedere,
Het is zo mooie wedere etc.]
Mocht ik verwerven hetgeen ik wou,
Of zo ’t naar wense gevil,
Ik kreeg een schone wijze Vrouw,
Maar hoewel dat ik niet en trouw,
’t Schort mij niet aan de wil.
De angst die in ’t verkiezen leit,
Bezwaart mijn hart zo zeer,
Dat mijn arme genegenheid
zeer zelden ziet gelegenheid…
Geluk
poëzie
4.0 met 18 stemmen
4.089 Dit is geluk:
Dit is de vreugde die langer duurt
Dan de eigen dag, dan overnacht;
De vreugde die groeit in dromen onbedacht
En, voor de zon de witte morgen vuurt,
Om roereloze slaper wacht
In al der aardedingen donkere pracht;
Dit is de vreugde die zich niet meer bezint:
O onverwonderd wonder, heilige macht
Van 't dagelijks herboren kind…