De eenzame
poëzie
2.7 met 11 stemmen
2.747 En elke dag opnieuw, bij het ontwaken,
Keert hij zich droevig in zijn bedde om,
Terwijl zijn handen, in nerveus gefrom,
Spelen over ’t weggewoelde linnen laken.
Hij fronselt tegen ’t licht dat door de blinden,
Ten kier gelaten, bleek zijn bed beschijnt,
Zijn tengere gestalte teer omlijnt,
En zoekt zijn mond ten koele kus te vinden.
Hij…
De bruid
poëzie
3.3 met 13 stemmen
7.986 De lucht, over de jonge dag,
Was helderder dan ooit.
Iets ongewoon-verblijdends lag
In weide en veld gestrooid.
De torenklok zong, wat ze kon,
De vlaggen staken uit:
De bruigom was de lentezon
En Holland was de bruid.
Ze was des morgens opgestaan,
Een ranke, frisse meid.
Ze deed haar gazen sluier aan
van dunne dauwigheid.
Ze stak zich…
De Rotterdamse beurs
poëzie
2.8 met 8 stemmen
2.333 Op de beurs daar lopen heren
Met en zonder hoge hoed
Die daar van elkander leren
Hoe men geld verdienen moet
Op de beurs daar doet men zaken
In effecten en in graan
Door de herrie die ze maken
Kan men niemendal verstaan
Op de beurs mag men niet roken
Roken is daar onbekend
Wordt er toch eens opgestoken
Dan verschijnt de president
De…
Kinderogen
poëzie
3.0 met 7 stemmen
2.629 Lente-ogen, waar 't lentzonnetje in gaat schijnen,
Zodra de wimpervenstertjes ontsluiten;
Spiegeltjes klaar die geen menswereld buiten,
Maar 't eigen lentezieltje doen weerschijnen,
Zo rustig rein dat ze in hun kristallijnen
Glanstoverkring al 't duistre buitensluiten;
Boodschappertjes van heil die zachtkens stuiten
Verbitterd woord van…
Mei
poëzie
3.8 met 8 stemmen
5.013 en midden op de glooiing lag in 't licht
een vierkant veld met bloemen, opgericht,
Van bekervorm. Ze maakten met elkaar
Een tafel, klaar voor 't drinkgelag, en waar
De gasten nog niet aanzitten. Vol wijn
Staan al de kelken, dungesteeld en fijn
Geslepen. Tulpen waren 't rood en geel.
Rondom, de hyacinten fors van steel,
De sombre bloemen donkerblauw…
Homo Sum I
poëzie
3.8 met 8 stemmen
2.780 Ik was de gróte Minnaar zonder ruste,
Die ging hoog-heerlijk in triomf door 't Leven,
Jeugdig omklemmend in een stórm van beven
Al zielen, gróte en kleine, naar het lustte
Dit Hoog Hart, dat toch nóoit zijn droefheid suste,
Droefheid om Liéfde's wil, die géén kon geven:
Nu weêr om Zélf's wil, wijl ik zelf moest sneven,
Dán wijl ik…
Gij, die ik zoet te slapen leide
poëzie
3.0 met 13 stemmen
2.137 Gij, die ik zoet te slapen leide,
uw adem zoelend aan mijn mond,
- Kind van mijn liefde en van mijn lijden, -
en die 'k, toen 'k plots ontwaakte, wijde
met wakend oog me aanstaren vond:
'k en zal aan u geen sussen wagen,
die schielijk dûs de slaap ontwijkt;
de nacht wordt rijker dan de dagen,
want reeds klaart vreugde na de vragen…
Eetwagen
poëzie
3.7 met 11 stemmen
1.866 Hij dronk de wijn. Ik zag de zonnestralen
Eén eeuwig ogenblik verspelen in zijn glas.
Hij zal nooit weten (God weet waar wij dwalen!)
Dat ik de dichter van zijn wijnkelk was.…
PSALM 39
poëzie
3.2 met 17 stemmen
10.006 1.
Voor den Oppersangmeester int gheslachte van Jeduthun. Een Psalmliedt Dauids.
2
Ick hadd' voor my ghenomen end' gedacht
Ick wil op mijn wech nemen acht.
End' toesien dat mijn tongh' haer niet misgae,
Met yet te seggen dat misstae.
Ick woud' een prang' my setten voor de mont.
Soo langh' als t'boos' volck voor my stont.…
Zijn wij tezamen, God?
poëzie
3.8 met 12 stemmen
2.298 Zijn wij tezamen, God? Het overkomt
Mij in de nacht, of aan de lichte morgen,
Wanneer ik lig van alle dingen weggeborgen,
Dat iets opstijgt in mij, en ik wacht
Te worden toegesproken door een naam,
God, of natuur, - één wie ik mij niet schaam
Te zeggen, dat ik ben het dwaze ding,
Dat zich een God weet, en een nieteling.
Oproer is in mij…
Ene wolk
poëzie
2.2 met 6 stemmen
1.637 Een plekje blauw breekt door aan 't zwerk,
En 't schemert op de heuveltoppen,
Het tikklen zwijgt der regendroppen,
Een lichtstraal glijdt langs 't vochtig perk.
Alleen 't geluwde koeltje fluistert,
Als goud gloeit weer de vlinderwiek,
De zonnestraal wekt woudmuziek,
En dan - een wolk, die 't al verduistert.
Uit lichtblauwe ogen straalt…
Het dal
poëzie
3.0 met 3 stemmen
1.669 Zie 't wijde dal, in zachte sluimering verzonken,
omsluierd van het dikkend duister, - eindloos ver,
geruisloos, lichtloos, als van d'avondwijn nog dronken.
Ginds pinkt, verdooft, pinkt weer één pinkelende ster.
"Pâle étoile du soir, messagère lontaine,"
zo zingt ons zwellend hart de grote zanger na;
is 't mooglijk dat uw oog van reine…
Ik wens u
poëzie
3.9 met 22 stemmen
7.496 Ik wens U een jaar
Als een alfabet
Met alle letters van A tot Z
Van arbeid, blijheid en
Creativiteit
Tot zegen, zon en zaligheid.…
Daar liep een dichtje
poëzie
2.3 met 7 stemmen
3.661 Daar liep een dichtje in mijn gebed,
en 'k wilde 't aan de kant gezet,
maar, niet te doen, het wilde en 't zou
mij plagen, als ik bidden wou!
En nu is mijn gebed gedaan,
en 't dichtje is 'k weet niet waar gegaan:
vergeefs gezocht, vergeefs, o wee,
'k en vinde noch rijm noch dichtje meer!…
Sonetten II
poëzie
2.8 met 6 stemmen
2.139 Ik wou, ziel! dat gij goed waart, eind'loos goed,
Dat gij uw vijanden vergaaft en bad
Voor wie u kwaad doen, dat ge een wet bezat,
Die zei, dat ge al wie lijdt, beminnen moet.
Gij hebt die wet, ja, maar zo dikwijls doet
Ge alsof ze er niet was, of ge 'r woord vergat,
Of gij u zélf vergat, want, ziel! gij had
Geen wetten dan u zelf…
Het spijtig meisje.
poëzie
2.8 met 6 stemmen
2.654 Piet:
Aardig Meiske, lieve Zoetje,
Trouw eens eindelijk jouw Piet.
Kom, mijn lieverdje, nu moet je!
Wees toch zo kieskeurig niet.
Kijk, daar sta ik als zo'n snijer;
Spreek dan Zoetje, wil je mij?
Ben ik dan geen kante vrijer?
Heb ik dan geen Boerderij?
Zou jij mij nu lopen laten,
Ben je mij dan niet getrouw?
Ik kan op zijn Steeds…
Winterlied van een landjongeling
poëzie
3.8 met 6 stemmen
1.915 Hoe sneeuwt, mijn geliefde! de vlokkige wol,
Zo blank als uw boezem, de dalvelden vol!
Het noorden ombuldert ons hutje op 't norst,
En hek en geboomte is met rijp overkorst.
't Is winter! het ijs nam de beek in bezit;
De daken der landlijke stulpen zijn wit,
En grauw en eerwaardig, met zilveren top,
Rijst ginter de staatlijke kerktoren…
Hoort gij het heldere fluiten der vinken?
poëzie
3.2 met 6 stemmen
1.436 Hoort gij het heldere fluiten der vinken?
gadekens winken
hun zacht en zoet;
’t jonge gebroedje begint, om te paren,
’t liefdeverklaren,
want minnegloed
glimt in hun gemoed.
Noem me niet koekoek, o lustige vrinden,
haast zult ge vinden
een lieflijk kind;
haast zult ge heimlijk aan hoeken en straten
fluistren…
Omgekeerde Sint Franciscus
poëzie
3.1 met 8 stemmen
1.446 De heilige Man in zijn pij keek door het raam naar de ganzen,
Lachte: wat snaatren die beesten! kon ik ze maar verstaan!
Zij zeiden: kijk, de heilige Man ging onder de mensen,
Werd lichtvaardig als zij en nam hun manieren aan.…
Heimwee
poëzie
2.7 met 9 stemmen
2.639 Der bomen kruinen buigen,
Ontbladerd van hun groen.
Nu gaat de winter komen
En alles treuren doen.
Het graan is in de schuren,
Het geurig hooi in 't droog,
En de appels op de zolder,
Op hopen - o zo hoog!
Wat hebt gij van de zomer
Vergaard en opgedaan?
- Gedachten zonder einde,
vervlogen en vergaan.
Wat staat ons nog te wachten
Dan…