EN BIJ HET RIJZEN VAN DE SCHEEMRING LAG
poëzie
4.2 met 20 stemmen
3.132 En bij het rijzen van de scheemring lag
hij in het gras naar de avondlucht te turen;
een afgrond leek de tuin, berghoog de muren,
zwart van klimop met stoffig spinnenrag;
het leek een put, waarin de lichte dag
op ’t donker dreef, vol schimmige figuren;
enkle geluiden van de naaste buren
plonsden als steentjes d’rin: een naam, - een lach.…
Het middagmaal
poëzie
3.9 met 21 stemmen
4.365 Wanneer ik 's middags op 't kantoor
Mijn dagtaak heb volbracht,
Dan weet ik, als ik huiswaarts keer,
Welk schouwspel mij daar wacht:
Mijn vrouwtje vliegt mij te gemoet,
De kind'ren jub'len aan mijn voet.
Dan zetten wij ons aan de dis
Met schotels volgelaân,
En wachtten rustig tot de meid
De soep heeft opgedaan,
En bidden…
De stille weg
poëzie
3.4 met 74 stemmen
5.844 De stille weg
de maannachtlichte weg -
de bomen
de zo stil oudgeworden bomen -
het water
het zachtbespannen tevreeë water.
En daar achter in 't ver de neergezonken hemel
met 't sterrengefemel.…
Heerszuchtigen
poëzie
3.5 met 19 stemmen
2.310 Heerszuchtigen, die vrede uit uw harten sluit,
aldus spreken de volkeren uw vonnis uit:
Gehuicheld, ontheiligd uw liefde voor recht,
de leus die gij roemt, de bede die gij zegt!
Is uw heil ons heil, uw nut ons nut?
Zijt gij zout in ons brood of een staak in onze hut?
Wat dienst is uw dienst en wat hebt gij gedaan
om te vergen ons bloed en met…
Het lied des storms
poëzie
3.4 met 23 stemmen
3.309 Door 't woud der pijnen kreunt en zucht de wind,
En machtig wuiven de gepluimde toppen,
En strooien rond de zware schilfer-knoppen,
Die stuiven over 't knerpend naalden-grint:
En uit het hemel-groen dier ruige koppen,
Die schudden: ja, en neen, van woede ontzind....
Daalt daar een lied op 't bevend mensenkind,
Dat van een groots ontzag de…
SCHAAKSPEL
poëzie
3.9 met 20 stemmen
3.848 Pier scheidde midden uit het schaken
En zei, hij was het spelen zat.
Maar 't was de minste van twee zaken:
Hij was het spelen moe, én mat.
[15 december 1647]…
Die morgen was zij moe en zwaar
poëzie
3.9 met 16 stemmen
4.279 Die morgen was zij moe en zwaar
en talmende opgestaan
en had met achteloos besef
haar dagelijks doen gedaan.
Zij ging verloren door het vertrek
met ongevoelde schreden,
behaspelende dit en dat,
verschikkende zonder reden.
Als plotseling met een vreemd gevoel
zich iets in haar bewoog
en een nieuwe en wondere zekerheid
haar door de gedachten…
Broodkruimels
poëzie
3.7 met 15 stemmen
2.794 Wat pikt er tegen 't vensterglas,
Alsof het vroeg: 'doe open?'
Zo 't eens die kleine vogel was...
Die 'k op de plaats zag lopen!
Och ja! daar zit hij, koud en stram;
Hoe sjilpt hij om wat eten...
Och, dat ik nu mijn boterham
Maar niet had opgegeten!
Of had ik al de krummels maar,
Die moeder weg moest vegen,
Dan was het arme diertje…
MIJN ZOON, GEEF MIJ UW HART
poëzie
4.1 met 20 stemmen
4.900 De zomernacht werd zwart,
Toen, zacht en duidlijk klonk er
Een klare stem door ‘t donker:
Mijn zoon, geef Mij uw hart!
Ik aarzelde... verward...
Was het de wind die zoefde?
En weer zei, maar bedroefder,
De stem: geef Mij uw hart!
Ik wrong mij op de grond,
Tot ik de woorden vond:
Heer, ‘t moet door U genomen!
En nog eens overviel…
Hitte
poëzie
3.3 met 10 stemmen
3.809 Hoog staat het stralend witte zonjuweel
En slaat zijn hete licht op 't land te gruis,
De zilvren vlammen laaien uit 't hemelhuis,
De barnende aarde blakert grijs en geel.
Elk buigt zijn rug onder het zware kruis
Van vlammen, een last van vuur, - het lijkt of heel
De wereld brandend draait, - de zon ziet scheel
En kookt het gulzig zweet op…
Het hondje
poëzie
3.9 met 68 stemmen
7.396 Hoe dankbaar is mijn kleine hond
Voor beentjes en wat brood!
Hij kwispelstaart, hij loopt in ’t rond,
En springt op mijnen schoot.
Míj geeft men vlees en brood en wijn,
En dikwijls lekkernij:
Maar kan een beest zo dankbaar zijn,
Wat wacht men niet van mij!…
'K weet dat vlak bij me, in 't hart van God gedoken
poëzie
3.8 met 23 stemmen
2.266 'K weet dat vlak bij me, in 't hart van God gedoken
De grote liefden van mijn leven wonen:
Daar staan ze, veilig, stil als anemonen,
Door geen orkaan van 't oppervlak gebroken.
Ik weet dat liefdewoorden, ongesproken,
Het wonder van de Godheid rijker tonen,
Dan perken van bliksemende Orionen,
Tot tijdelozen uit Zijn kiem ontloken.
Voor…
DE ZELFMOORDENAAR
poëzie
4.2 met 95 stemmen
18.273 In het diepst van het woud
- 't Was al herfst en erg koud -
Liep een heer in zijn eentje te dwalen.
Och, zijn oog zag zo dof!
En zijn goed zat zo slof!
En hij tandknerste, als was hij aan 't malen.
"Ha!" dus riep hij verwoed,
"'k Heb een adder gebroed,
Neen, erger, een draak aan mijn borst hier!"
En hij sloeg op zijn jas,
En hij trapte…
Aan een verouderend Meisje.
poëzie
3.6 met 18 stemmen
3.320 Naar Ausonius.
’k Zei duizendmaal, Lycoor, de tijd gaat vliegend om:
Besteed uw jeugd, ’t is tijd; haast naakt ons de ouderdom.
Vergeefs! gij loecht mij uit. Nu sloop om wollen sokken
De grijsheid ons op ’t lijf, en jeugd en bloei vertrokken.
Thans spijt u, dat ge een perk, u voor ’t genot vergund,
En achtloos doorgesleurd, niet weer herroepen…
AAN MIJNE VRIEND GERRIT JOAN MEIJER.
poëzie
4.0 met 1 stemmen
2.417 Bij al 't plundren, bij 't vernielen,
Bij het weiden van het zwaard,
Bij de duizenden die vielen
Door de dwingeland der aard',
Wiens gevloekte vuist niets spaart —
In dees hartverpletbre dagen,
Waar geen bloempje bloost aan 't blad,
En, in plaats der rozenvlagen,
Weemlend langs het bruiloftspad,
Merg en bloed de weg bespat —
Voegen…
Bij de kerk
poëzie
3.4 met 23 stemmen
5.717 De mensen zijn naar de kerk -
De landen liggen alleen,
Ik voel mij zo licht, zo sterk,
Zo over de velden heen!
Daarboven mij drijft een wolk
In de blauwe morgenlucht,
Beneê gaat het vlindervolk
In een wapperende vlucht,
De mensen zijn naar de kerk -
Wat is de morgen weer rijk!
Ik denk aan een heel mooi werk:
Een Maria van Van Eyck.…
RIETPLUKKEN
poëzie
3.0 met 9 stemmen
3.882 Wij moesten riet gaan plukken,
Lang riet waar wind in ritselt,
Waarvan men manden vlecht,
En mochten in een boot
’t Vijfvoudig meer bevaren,
Bereikten ’t eiland lang voor noen.
Wij lagen ’s avonds nog in ’t gras,
En hadden niet één handvol riet
Geplukt om mee naar huis te gaan.…
Toren van Babel
poëzie
3.6 met 15 stemmen
5.561 Ik zat op school en kreeg weer te horen
Dat de toren van Babel
als een ton
in duigen had moeten vallen
omdat de menselijke ziel
van de ene hoogmoed in de andere viel
‘en hoogmoed komt voor de val—’;
zij had haar grenzen niet willen bewaren,
zij had niet kunnen verkroppen
dat de toppen des heuvels onbereikbaar waren,
zij had Gods…
De gerichte wil
poëzie
4.0 met 8 stemmen
2.466 Wanneer ik stierf en zij die mij beminden
Rondom mijn baar staan en de een d'andre vraagt:
Wat had ge lief in hem: zijn menslijkheid,
Zijn dichterlijke gaaf, zijn trouw aan vrinden,
De zachtheid van een kracht die draagt en schraagt,
Of de onafhanklijkheid van zijn beleid, -
Dan hoop ik dat een zeggen zal:…
MALHEUR
poëzie
3.7 met 20 stemmen
4.036 Warme walmstal
de heer privaatdocent K.
in de zomerfriste uit Breslau
probeert of hij bij middel van een convergerend glas
zijn sigaar Uebersee Bismarck kan aansteken
Op 2 meter van de bergtop verwijderd
valt zijn hoge hoed in de afgrond
een waardevol kledingstuk voor een privaatdocent onmisbaar
wat de heer K. begrijpt
hij probeert te vatten…