Over de hel en de hemel
Als stoker van warmte,
zo nodig ook
de hittebronnen zelf
handig opporrend,
wist hij mij te wel vinden,
in vuurvorm en vlammen,
voor dat gloeiendhete verhaal
op zijn aangebrande lippen
en een afgebladderde tong.
Over de hel en de hemel.
Of, zoals hij zei,
dat wat allebei niet bestaat,
tenzij:
als je er bent, went het nimmer, want
de oneindigheid van immers alles
waar jij het meest voor vreest,
dat wat jou meer bezeert dan
je pijnlijkste herinnering,
die dingen die jij dacht te verhullen
voor jan en alleman, - ja, ook zij
zullen alom vertegenwoordigd zijn;
je ontkomt nergens aan,
in die oneindige stroom,
een diepbedroefde rivier
gevuld met eigen tranen.
En,
mocht je van zins zijn naar de hemel te gaan,
ook daar wacht je de onverzoenlijke oneindigheid;
menig diep gelovige is per decreet, dus per direct,
naar beneden gekomen, naar de hel gegleden,
om aan de onhebbelijkheid van
een constante perfectie te ontkomen;
ook het besef dat indaalt als al die mensen
waarvan men hoopte, of dacht, wel in de hemel
tegen te komen, maar daar niet zijn,
doet opvallend veel doden afglijden.
Geplaatst in de categorie: individu

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!