Gij weent
poëzie
2.6 met 9 stemmen
5.209 I.
Gij weent - o God! wat doet u wenen? spreek?
Van waar die tranen op die lieve wangen, bleek
Als marmer en van doodskou overtogen?
Vrouw! waarom vloeit uit die zo minlijke oogen,
Die bittre, droeve tranenvloed?
Wat droefheid heerst op uw gemoed,
En rooft uw ziel haar kalm genoegen? -
O Gij, die beter waardig zijt,
Wat smart doet u de boezem…
Boek van jeugd
poëzie
4.0 met 5 stemmen
1.653 Ik zocht alom, ik zocht en kón niet vinden
Mijn Boek van Jeugd, verloren en versmeten.
't Was al zó oud: 'k had d'inhoud half vergeten,
Zo liefdezoel als heimweegeur van linden.
Maar gele bladen uit dat boek gereten,
Gedragen op erinnrings sidderwinden,
Wezen waar 't lag, omrankt van blanke winden,
Of me uit elk blad een bloem wou welkom…
Stijgend langsheen Sint-Goedelekerk
poëzie
3.0 met 5 stemmen
1.763 O zwart gevaarte boven 't hoofd
zwaar hangend in de donkre lucht,
wat heb ik in uw diepten al
gesmacht, gebeden en verzucht!
O levend stenen wezen! Hier,
door angst gejaagd, door hoop gestaald,
ben ik naar 's harten wondergang,
wild ópgedraafd of kalm gedaald.
Geen enkle boezemtrilling, die -
- géén wentling mijner ziele,…
Ik smacht naar de lente
poëzie
2.9 met 8 stemmen
2.103 Ik smacht naar de lente en haar goud,
Naar de jonge, de licht-tere kleuren,
Ik smacht naar het groenende hout,
Naar de zoetige Meidorengeuren.
Hoe heerlijk te liggen in 't mos,
Te staren in 't blauw van de hemel,
Te volgen de blaadjes die los
Zich wieg'len in takkengewemel!
Hoe welven zich bogen van glans
Om mij heen bij der lente verschijnen…
Schemeravond
poëzie
3.4 met 8 stemmen
1.890 "Twee kindertjes bij elkaar,
Een zusje en een broertje;
Ik wou, dat ik er meer van had,
Al van dat lieve goedje."
Zo zongen beide in 't schemeruurtje
Als Moeder 't olijk, vrolijk paar
Weer bij zich op de schoot ging beuren
En zij daar speelden met elkaar.
Nu zit ze alleen met ons klein-zusje,
Zingt, maar met tranen in haar…
Gij was aan mij gelijk de winde
poëzie
3.8 met 9 stemmen
1.807 Gij was aan mij gelijk de winde
die wentelt om een koren-aar;
dra zal ik aan mijn wang bevinden
de zoete streling van uw haar.
Dra zult gij 't glanzend voorhoofd beuren
tot waar mijn slapen komm'rend staan:
zo ziet men, wild, een winde geuren
naast 't wegend rijpen van het graan.
o, 'k Ben geen sterke: moe-gedragen,
verzwaart vaak de…
IN MIJN LEVEN
poëzie
3.8 met 13 stemmen
4.089 In mijn leven, steeds uiteengerukt
Door de vlagen waar 'k aan blootsta,
Daar 'k niet kan hechten aan liefde en geluk
Die mij zullen drijven tot ik doodga,
Ontstaan soms plotsling enkle plekken
Van een stilte zo onaangedaan,
Dat ik geloof in slaap te zijn gekomen
Bij de diepten waar geen onderstromen
Meer door 't eeuwig stilstaand water gaan…
Afscheid
poëzie
3.8 met 19 stemmen
5.987 Eén ogenblik van het voorbije leven
Als voor 't bewogen spiegelvlak te staan
Van rimplend water, dat met stadig beven,
Het beeld, eer het tot stand komt, doet vergaan,
De vorm te zien, die in het water drijft,
Onzuiver zo van kleuren als contouren,
Die, vluchtig bij het allerlichtst beroeren,
Geen wezen heeft, dat in zichzelf beklijft...
En…
De eenzame
poëzie
2.7 met 11 stemmen
2.794 En elke dag opnieuw, bij het ontwaken,
Keert hij zich droevig in zijn bedde om,
Terwijl zijn handen, in nerveus gefrom,
Spelen over ’t weggewoelde linnen laken.
Hij fronselt tegen ’t licht dat door de blinden,
Ten kier gelaten, bleek zijn bed beschijnt,
Zijn tengere gestalte teer omlijnt,
En zoekt zijn mond ten koele kus te vinden.
Hij…
De bruid
poëzie
3.3 met 13 stemmen
8.153 De lucht, over de jonge dag,
Was helderder dan ooit.
Iets ongewoon-verblijdends lag
In weide en veld gestrooid.
De torenklok zong, wat ze kon,
De vlaggen staken uit:
De bruigom was de lentezon
En Holland was de bruid.
Ze was des morgens opgestaan,
Een ranke, frisse meid.
Ze deed haar gazen sluier aan
van dunne dauwigheid.
Ze stak zich…
De Rotterdamse beurs
poëzie
2.8 met 8 stemmen
2.384 Op de beurs daar lopen heren
Met en zonder hoge hoed
Die daar van elkander leren
Hoe men geld verdienen moet
Op de beurs daar doet men zaken
In effecten en in graan
Door de herrie die ze maken
Kan men niemendal verstaan
Op de beurs mag men niet roken
Roken is daar onbekend
Wordt er toch eens opgestoken
Dan verschijnt de president
De…
Kinderogen
poëzie
3.0 met 7 stemmen
2.662 Lente-ogen, waar 't lentzonnetje in gaat schijnen,
Zodra de wimpervenstertjes ontsluiten;
Spiegeltjes klaar die geen menswereld buiten,
Maar 't eigen lentezieltje doen weerschijnen,
Zo rustig rein dat ze in hun kristallijnen
Glanstoverkring al 't duistre buitensluiten;
Boodschappertjes van heil die zachtkens stuiten
Verbitterd woord van…
Mei
poëzie
3.8 met 8 stemmen
5.049 en midden op de glooiing lag in 't licht
een vierkant veld met bloemen, opgericht,
Van bekervorm. Ze maakten met elkaar
Een tafel, klaar voor 't drinkgelag, en waar
De gasten nog niet aanzitten. Vol wijn
Staan al de kelken, dungesteeld en fijn
Geslepen. Tulpen waren 't rood en geel.
Rondom, de hyacinten fors van steel,
De sombre bloemen donkerblauw…
Homo Sum I
poëzie
3.8 met 8 stemmen
2.809 Ik was de gróte Minnaar zonder ruste,
Die ging hoog-heerlijk in triomf door 't Leven,
Jeugdig omklemmend in een stórm van beven
Al zielen, gróte en kleine, naar het lustte
Dit Hoog Hart, dat toch nóoit zijn droefheid suste,
Droefheid om Liéfde's wil, die géén kon geven:
Nu weêr om Zélf's wil, wijl ik zelf moest sneven,
Dán wijl ik…
Gij, die ik zoet te slapen leide
poëzie
3.0 met 13 stemmen
2.165 Gij, die ik zoet te slapen leide,
uw adem zoelend aan mijn mond,
- Kind van mijn liefde en van mijn lijden, -
en die 'k, toen 'k plots ontwaakte, wijde
met wakend oog me aanstaren vond:
'k en zal aan u geen sussen wagen,
die schielijk dûs de slaap ontwijkt;
de nacht wordt rijker dan de dagen,
want reeds klaart vreugde na de vragen…
Eetwagen
poëzie
3.7 met 11 stemmen
1.894 Hij dronk de wijn. Ik zag de zonnestralen
Eén eeuwig ogenblik verspelen in zijn glas.
Hij zal nooit weten (God weet waar wij dwalen!)
Dat ik de dichter van zijn wijnkelk was.…
PSALM 39
poëzie
3.2 met 17 stemmen
10.049 1.
Voor den Oppersangmeester int gheslachte van Jeduthun. Een Psalmliedt Dauids.
2
Ick hadd' voor my ghenomen end' gedacht
Ick wil op mijn wech nemen acht.
End' toesien dat mijn tongh' haer niet misgae,
Met yet te seggen dat misstae.
Ick woud' een prang' my setten voor de mont.
Soo langh' als t'boos' volck voor my stont.…
Zijn wij tezamen, God?
poëzie
3.8 met 12 stemmen
2.331 Zijn wij tezamen, God? Het overkomt
Mij in de nacht, of aan de lichte morgen,
Wanneer ik lig van alle dingen weggeborgen,
Dat iets opstijgt in mij, en ik wacht
Te worden toegesproken door een naam,
God, of natuur, - één wie ik mij niet schaam
Te zeggen, dat ik ben het dwaze ding,
Dat zich een God weet, en een nieteling.
Oproer is in mij…
Ene wolk
poëzie
2.2 met 6 stemmen
1.669 Een plekje blauw breekt door aan 't zwerk,
En 't schemert op de heuveltoppen,
Het tikklen zwijgt der regendroppen,
Een lichtstraal glijdt langs 't vochtig perk.
Alleen 't geluwde koeltje fluistert,
Als goud gloeit weer de vlinderwiek,
De zonnestraal wekt woudmuziek,
En dan - een wolk, die 't al verduistert.
Uit lichtblauwe ogen straalt…
Het dal
poëzie
3.0 met 3 stemmen
1.696 Zie 't wijde dal, in zachte sluimering verzonken,
omsluierd van het dikkend duister, - eindloos ver,
geruisloos, lichtloos, als van d'avondwijn nog dronken.
Ginds pinkt, verdooft, pinkt weer één pinkelende ster.
"Pâle étoile du soir, messagère lontaine,"
zo zingt ons zwellend hart de grote zanger na;
is 't mooglijk dat uw oog van reine…