Alles Rijmt Wanneer Je Achteruit Het Boek Gaat Lezen
============
==================
ik tekende paarden, steeds weer paarden,
die dezelfde kant op rijden.
in het patroon van het tafelzeil
zie ik alles wat bestaat
door een manier van kijken
en er was warmte en geluk
mijn moeder strijkt de overalls, blauwgelapt,
met boerenbonte boetepleisters
de kachel likt de kolenkit,
houd hem in de gaten!
de lucht van aangebrand laurier
stroomstootjes van Philips
goed geaard is niemand hier.
dát is mijn foto van geluk
moeder is dood.
in mijn hoofd leeft zij
nog, kreukloos alsof zij
nooit veroudert.
dan hier en daar een korte flits
- slordig met geluk -
is het genoeg om één heel leven
op te draaien?
zij kocht voor mij drop,
de BoBo en een geweer van echt metaal.
oma speelde Sinterklaas, ik moest vertalen
voor de Amerikaan die bloosde als een kind,
verre voorouders zocht.
en zij was helemaal verliefd,
en ik wist dat
iedereen heel gek doet,
bij een laatste kans.
ik zag het allemaal:
begrijpen is geen redding,
begrijpen is slechts zien
hoe machteloos men is.
mijn oom gooit een pepermunt naar de hond.
'moet je kijken,' lachte hij,
en de hond trok gekke bekken, alsof hij
op TV was en kon lachen om zichzelf;
of een grap vertelde over katten,
of hoe kort het leven is,
door de tijd zelf, beetgenomen.
en Dokter Moerman moest
mijn opa’s leven rekken,
maar hij werd er alleen maar mager van,
tot hij precies paste in zijn kist,
alsof de dood hem op maat had gesneden.
de aarde
de koeien
de wind, de regen de vorst
en de klei, altijd de klei:
's zomers licht als stof,
waartoe wij wederkeren
in het najaar zwaar als schuld,
ploegen wieden oogsten, repeat—
de eentonige dreun van het platteland.
dit land is niet mijn land,
het drukt en het zuigt je vast:
vol en rul, en zwaar en zwart,
grijs en groen en grauw.
men vindt schelpen hier en daar:
de zee komt terug, dat is
wat ze willen zeggen, en terecht,
een varkenskaak wat schrikken doet,
maar heel grappig is
in de zakdoek, dat wordt het lachen
geblazen.
in de bijbel wordt er
aan land- en tuinbouw gedaan,
daarom kan de boer Zijn evangelie
van nature goed begrijpen.
domineeshandjes, dropveters,
hamers klinken, sikkels blinken, gezangen,
berijmd nog wel, en al,
wie kent ze niet.
en vandaar dat ik het gevoel
voor taal kreeg, want zelfs geen TV of Malle Pietje
te zien. elk dorp had een Malle Pietje,
soms wel twee, nooit getrouwd, en dat is raar.
huisvrouwen giechelen van plezier
voor het wilde dier
dat komt als de maan
achter wolken jaagt,
en er dingen gebeuren,
zondig tot en met.
ik zelf zag bepaalde
zonden door de vingers:
hoe moet je anders rondkomen
met het leven?
en valt het u niet op
dat ik het weinig over broertjes heb?
(als je de oudste bent, baan je zelf
een weg, naar voren en naar binnen)
is het allemaal nog goedgekomen? nee.
maar we leven nog, zegt men dan,
met een grimmige grijns,
die steeds weemoediger,
droever wordt, en ook van binnen
wordt een man eerst grijs, dan kaal.
zelfmoord loont nu eigenlijk de moeite niet meer,
zei rare Ome Gerard soms,
op verjaardagen, niet eens dronken, als de vrouw
des huizes rond kwam met volle
kont en dienblad.
==================
===========
... Ik zit paarden te tekenen, in het patroon van het tafelzeil ziet men alles, behalve misschien de toekomst. Mijn moeder strijkt blauwe overalls en de kachel is warm, de lucht van aangebrand laurier, stoomstootjes. Dát is mijn foto van geluk. En dan hier en daar een korte flits: zuinig met geluk, dat is niet mijn term, maar is het genoeg? Zij kocht voor mij de BoBo en drop en een pistool van echt metaal, en mijn oma was Sinterklaas en ik moest vertalen bij de Amerikaan, en zij was helemaal verliefd en ik wist dat iedereen heel gek doet bij een laatste kans. Zo slim was ik wel: ik begreep alles en kon er toch helemaal niets aan doen.
Mijn oom gaf pepermunt aan de hond, die dan gekke bekken trok, alsof hij op TV was en dokter Moerman moest mijn opa’s leven rekken, maar hij werd er alleen maar mager van, totdat hij paste in zijn kist. Die gruwel is ook niet uitgewist. De grond, de dieren, de seizoenen, ploegen, wieden, oogsten, repeat. Het land is niet van jou en het drukt. En er is klei in veel gedaanten, vol en rul en zwaar en zuigend en grijs en groen en grauw, vooral met schelpen en het gebit van varkens uit voorgaande cycli.
In de Bijbel wordt er ook aan landbouw en veeteelt gedaan, dus men kan als boer het goed begrijpen. Domineeshandjes, dropveter, klinkhamers klinken, sikkels blinken, gezangen, berijmd nog wel, en al, wie kent ze niet. En vandaar dat ik het gevoel voor taal kreeg, want zelfs geen TV of Malle Pietje te zien. Elk dorp had een Malle Pietje, soms wel twee, die nooit getrouwd waren, en dat is raar. Huisvrouwen giechelen van plezier voor het wilde dier dat komt als de maan achter wolken jaagt en er dingen gebeuren, en zonden gaan uitgevoerd worden.
Ik zag zelf bepaalde zonden door de vingers; hoe moet je anders rondkomen of leven? En valt u het niet op dat ik het weinig over broertjes heb? Als je de oudste bent, baan je de weg en kijk je naar binnen, niet naar buiten.
Is het allemaal nog goedgekomen? Nee. Maar we leven nog, zegt men dan, met een grimmige grijns van binnen die steeds weemoediger en droever wordt, en ook vanbinnen wordt een man grijs en dan kaal.
Zolang het kan. Gaan we door. Het is nu de moeite niet meer om er de stekker eruit te trekken, zei vieze oom Gerard altijd, op verjaardagen, toen er een huisvrouwe des huizes voorbij kwam schuiven met haar volle dienblad en dikke kont. ...
Zie ook: https://www.gedichten.nl/schrijver/Simon+K.?begin=1
Schrijver: Simon K., 7 december 2025
Geplaatst in de categorie: psychologie

Er zijn 13 reacties op deze inzending:
voor de dichter ook altijd een fantasiebeeld blijft. Ik maak mij als dichter geen
illusies, bovendien leef ik in de illusie dat ik mij sowieso geen illusies maak, maar
ik ben het met U eens als U stelt, geparafraseerd, dat wij onszelf niet al te serieus
moeten nemen.
Daar bevindt zich voor mij misschien wel de werkelijke moeilijkheid des levens:
de balans tussen jezelf de moeite waard vinden om een plek te hebben op deze
wereld versus jezelf niet té serieus nemen, -moet ik mij dan ook nog druk maken
over wat De Ander van mij denkt? (laat staan wat een verzonnen god van mij zou
vinden).
Evolutionair hangen wij tussen de chimpansees en bonobo’s in de doornstruiken,
bloedend van levenspijn omdat we zijn gaan nadenken. Alleen omdat we zijn gaan
denken, hebben we zo’n zware lijdenslast. Tussen hoop en vrees begint het geloof,
voor sommigen.
Het smerige nest waar ik flink doorgerot uitgerold ben, heeft toch een aantal
positieve effecten nagelaten: ik geloof helemaal niks en niemand. Voor mij het
ideale uitgangspunt om de wereld te ontdekken, tjonge wat ben ik op mijn bek
gegaan. En dat blijf ik doen, met de volle bakkes in de wind; als iedereen zegt dat
rechts goed is, ga ik links. En vice versa. Non-conformisme als overlevingskracht.
Ik heb er zelfs de dood mee overleefd.
De poëzie is voor mij niks anders dan het leven zelf, in al zijn verscheidenheid.
En ik vind het leven over het algemeen, en hoe de meeste mensen het aanpakken
in het bijzonder, een hachelijke zaak. ‘Ik ben’ omdat mijn ouders seks hebben gehad,
heel veel meer filosofische diepgang zie ik daar niet in.
Zowel de poëzie als het leven zijn dus feitelijk een zoektocht naar een beetje een
redelijke uitvoering. Als De Ander daarvan mee kan genieten, of zich ergeren, dan
heeft mijn poëzie of mijn leven ‘zin’ gehad. Denk ik.
En, ja, ik vind overal iets van. Dus probeer ik in mijn poëzie/leven De Ander op de
hoogte te stellen van wat ik vind, omdat het kan. Maar het heeft vrijwel nooit dat
effect dat ik, eerlijk is eerlijk, toch probeer te bereiken: denk zoals ik, dan komt alles
goed.
Maar ja, zo werkt het niet.
Dus dompel ik mij maar onder in het opgeschreven denken van zij die ooit waren,
en van zij die zijn, echter: ik heb ook nog aardse taken te volbrengen. Niets menselijks
is mij vreemd, dat is misschien wel de beste omschrijving van wie ik ben, -so be it.
Dank u voor uw reactie. Ik begrijp precies wat u bedoelt: mooi is soms saai, ruw aan de kantjes is soms nodig. De waarheid is korrelig. Goed opgeleide mensen zijn vaak netjes, scheiden hun afval en hebben alles verzekerd. Hun wilde jaren zijn lang vergeten. Schaapjes op het droge, alles keurig geregeld voor later. Ik wil hier eigenlijk veel meer neertypen, maar dat wordt niet altijd gewaardeerd, dus ik probeer het kort te houden.
Ik heb mijn tekst ook wat opgekuist, anders komt die misschien niet eens door de ballotagecommissie, nog voor de kerst. Niets zo zielig als een kerstkaart ontvangen op 28 december; dan hoeft het voor mij ook niet meer. In ieder geval wél op tijd voor de kerstdagen van 2026. Een goed timmerman heeft maar drie essentiële gereedschappen nodig: de bijl, de beitel en de hamer. Net als een schrijver dus, al heeft die ook nog een schaaf nodig.
Over de verschuiving van macht en bevolkingssamenstelling: het is nu al verloren, want de regering wil nog steeds woke zijn en niet optreden. Zelfs moordenaars worden in de watten gelegd. In plaats van ze simpelweg het land uit te bonjouren (hier stond eerst wat beters), maar ja, alles moet volgens de wet. Aan de ene kant terecht, anders wordt alles willekeur, dat begrijp ik. Aan de andere kant leidt het tot eindeloze trajecten: psychologisch onderzoek, begrip, bewijslast zonder officiële identiteit, behandeling via tbs, gevangenisstraf en eventueel integratie na tig jaren.
Het christendom is een feminiene godsdienst als tegenhanger van de masculiene Romeinse machocultuur: militair, hard en logisch. Als tegenwicht dus. Nu is dat aspect van hardheid en logica grotendeels uit de samenleving verdwenen. Wat overblijft is een softe aanpak voor bijna alles: vergeving, begrip, et cetera. Die twee horen samen voor het beste resultaat. Zie het als een metafoor: zachtheid kan alleen bestaan naast kracht, en kracht zonder zachtheid ontspoort net zo goed. Zie de nazi's
De toekomst zie ik somber in. De rijkere middenklasse zal vluchten, met geld en skills, naar Midden-Europa of andere continenten. De zwakken en ouderen blijven achter en kunnen geen weerstand bieden. Door aantallen zullen anderen overheersen. Oude wetten blijven op papier bestaan, maar worden door corruptie selectief toegepast. Chaos en willekeur. Kunstschatten verdwijnen, gebouwen worden uitgewoond, onderhoud verdwijnt, langetermijndenken verdampt. Nederlanders buigen en knikken, zelfs nu al, terwijl getuigen worden neergeknald en alles wat waarde heeft weerloos wordt.
Misschien rest er alleen nog filosofie voor de zelfdenkende, zelftankende, far-out-of-every-box-denkende mens. Niet alles klakkeloos aannemen, zelfs je eigen theorieën niet, maar blijven prakkiseren tot je niet meer hoeft te prakkiseren (Zeeuws woord) en je uiteindelijk staand of liggend in je eindholletje ploft. Er is altijd een eindejaarsopruiming, ook onder VIP’s, en na elke val van de oude boom komen nieuwe scheuten onder het gras. The beat goes on. These boots are made for walkin’, and walk is what they do.
Vriendelijke kerstgroet aan u allen en aan R.E.N.S.,
Simon
commentaren van allen..
..een prettige afwisseling tussen
al het verdorde gras.
Dank u voor uw antwoord. Ik wist niet dat uw mail een grapje was, maar het is leuk om met u te praten.
Ik realiseerde me net dat het citaat van Kierkegaard niet helemaal juist was. Het moet zijn:
"Het leven kan alleen achterwaarts begrepen worden, maar het moet voorwaarts worden geleefd."
Origineel: "Livet forstås baglæns, men må leves forlæns."
Het citaat bestaat niet letterlijk zo bij Kierkegaard, maar de betekenis achter de woorden is terug te vinden in zijn Dagboeken.
Ik spreek een aardig woordje Deens, ziet u wel. Is trouwens ook daadwerkelijk zo.
Ja, ik ben een autodidact. Dat is de amanuensis die de gang aanveegt, in de hoop snel aan het einde te komen om een shaggie te roken, en daarom veel van de afgesloten hokjes aan de zijkant voor het gemak maar half aanveegt of dicht laat. Maar het voordeel is wel dat, door de constante leerzucht en de neiging tot perfectie, de vloerveger later toch ook die overgeslagen hokjes gaat inspecteren.
Dat is meestal de manier waarop ik alles leer: gewoon door nieuwsgierigheid en een misschien chaotisch leertraject, maar uiteindelijk is er geen hoekje overgeslagen. Een betere aanpak dan de standaard taalcursussen, die in hoofdstuk 1 tot en met 4 alleen maar uitentreuren blijven zeuren over het verschil tussen zijn of niet zijn.
O, dat was weer een ander half afgemaakt project: eventjes Shakespeare doorgronden. Ik houd het voorlopig bij de korte komedies. Maar hij was ronduit erg grappig. Moet ook wel, want je moet het publiek niet vervelen.
Kierkegaard leek, wat u heel goed beschreef, met zijn frisse pannenkoekengezicht precies op een EO-presentator: goed in het pak, met een persoonlijke relatie tot Jezus alsof het zijn beste vriend is. Heel wat anders dan de zware, uit de klei getrokken gereformeerde aanpak, waarbij God gevreesd werd als een chagrijnige Stalin, die weliswaar een vriendelijke oogopslag heeft en goed kan omgaan met kindertjes op zijn arm om ze aan een tank te laten voelen, die grote dikke loop, en evengoed nog voor de eerste koffie een dodenlijst kan tekenen, gewoon omdat hij de baas is en niemand in discussie gaat.
Filosofie aan de RUG, zo ver verwijderd van de Acropolis, maar er toch een mening over hebben.
Dit alles was een grapje, natuurlijk, net als het leven.
Emil Cioran, wat een heerlijke pessimist. Toch 84 geworden in Parijs, toen het nog een bruisende stad was.
..........................................
Komt gelijk weer een associatie, want ja, zo denk ik en schrijf ik, en u kunt dat, aan uw schrijfstijl te merken, toch ook wel waarderen:
"Brussel was toen nog een bruisende stad
Brussel was toen oh la la en olijk
Brussel was toen nog een ruisende stad
Brussel en Brussel was vrij en vrolijk
Op de parkeerplaats was het vol en dol
Heren met strohoeden, zware knevels
Dames met sleepjurk en kant parasol
De paardentram schoof langs oude gevels
Op 't tramdak zaten twee mensen blij te praten
Hij, mijn opa zaliger, zij, mijn oma zaliger
Hij was sergeant-majoortje, hij zat op een kantoortje
Hij dacht niet na, zij dacht aan niets
Dus wie verwacht van mij nog iets"
Een citaat uit het lied Brussel van Jaques Brel. Ja, ik houd ook van kleinkinst, en songteksten.
Ik heb mij ernstig vergist: met de humanoria als basis kan men best hele mooie banen krijgen, zoals bij de overheid.
Niet als loodgieter, misschien, of manager op een worstenfabriek, maar eerder directeur van een musem, leraar, diplomaat, dat niet, of men moet enigszins half van adel zijn of tot oude geslachten behoren.
Herenboer, bent u de zoon van een herenboer, want dan staan wij dialectisch in verschillende vakken. Rood tegen blauw, het socialisme heeft toch wel iets goeds gebracht, de adel ook, kapitalisme ook, het is een mix.
Zelfs het christendom moet je zien als een tegenwicht tegen de masculiene Romeinse macho cultuur van logica, overheersing en regels. De vrouwelijk kant, die ook nodig was, een beetje zachtheid en begrip. Maar vrouwelijkheid en mannelijkheid moeten in evenwicht zijn, en dat ontbreekt heden ten dage: er is wel begrip, maar geen handhaving. Dan krijg je onbalans.
Ik houd het maar hierbij. Het sloeg op overdadig ontvangen van 'ontheemden '. Tussen hele dikke aanhalingstekens.
Een citaat uit het lied Brussel van Jacques Brel. Ja, ik houd ook van kleinkunst en songteksten.
Ik heb mij ernstig vergist: met de humaniora als basis kan men best hele mooie banen krijgen, zoals bij de overheid. Niet als loodgieter misschien, of als manager op een worstenfabriek, maar eerder als directeur van een museum, leraar, diplomaat. Dat laatste dan weer niet, of men moet enigszins half van adel zijn of tot oude geslachten behoren.
Herenboer, bent u de zoon van een herenboer? Want dan staan wij dialectisch in verschillende vakken. Rood tegen blauw.
Het socialisme heeft toch wel iets goeds gebracht, de adel ook, het kapitalisme ook. Het is een mix. Zelfs het christendom moet je zien als een tegenwicht tegen de masculiene Romeinse machocultuur van logica, overheersing en regels. De vrouwelijke kant, die ook nodig was: een beetje zachtheid en begrip.
Maar vrouwelijkheid en mannelijkheid moeten in evenwicht zijn, en dat ontbreekt heden ten dage. Er is wel begrip, maar geen handhaving. Dan krijg je onbalans.
Ik houd het maar hierbij. Het sloeg op het overdadig ontvangen van ‘ontheemden’. Tussen hele dikke aanhalingstekens.
.........................................
Maar laten we het houden bij literatuur, wat voor mij een hobby is. Dat wil niet zeggen dat ik er geen verstand van heb. Alhoewel: het is bijna onmogelijk om de mer à boire, dit is van Maxim, leeg te drinken. Het is gewoon te veel.
Nietzsche. Ik zal eerlijk zijn: geen boek van gelezen, maar wel hele mooie aforismen, waarin hij zijn visie verpakte. Ook zijn kisten met boeken, die hij meesleepte als een olifantenvoet over de Alpen. Dan verliefd worden, met z’n tweeën, op dezelfde vrouw. Een ezeltje of oud paard omhelzen uit medeleven. Zarathustra komt van de berg, gooit wat knuppels in het hoenderhok. Tweehonderd jaar later snappen we het pas: dat je zonder moraal niet kunt leven.
Übermensch, Gutmensch. Hij had het beter de autonome mens of de onafhankelijk denkende mens kunnen noemen, want niet ieder mens gaat elke dag beginnen om voor zichzelf een nieuwe moraal uit te hakken. Ik vind zijn quotes verschrikkelijk prachtig, zoals: "Je moet nog steeds iets van chaos in je hebben om een dansende ster te baren."
Nietzsche is net zo goed dichter als filosoof. Zijn ideeën zijn complex en diepgaand intiem. Zijn oeuvre verwijst voortdurend naar zichzelf en biedt rasters van begrip en conceptuele kaders voor zijn meer cryptische geschriften. Ik heb misschien niet het volledige beeld, niemand heeft dat, van wat hij met dit of dat bedoelde.
Zijn oorlog tegen absolute metafysische ideeën maakt de meer poëtische delen van zijn werk vrij ondoorzichtig voor een platonische analyse, woord voor woord, idee voor idee, concept voor concept. Dus ik vermoed dat het betekent: kunst of nieuwe inzichten komen alleen uit het brein van vrije geesten, zoals Einstein en ik, eigenlijk.
Dus u ziet, ik ben op de hoogte. Het is gezien, tenminste: de kaft is gelezen en wegens tijdgebrek weer netjes in de kast gezet. Ik weet genoeg.
- Ik weet genoeg -
Een goede startzin voor een humoristisch gedicht, zoals alleen ik ze kan schrijven. Johnny the Selfkicker, even een zijspoor, was ook een inspiratie, en de Vijftigers, met hun klare, experimentele toon. En nu neem ik op mijn oude dag nog even de buitenlanders mee en zie hoe slecht Nederland soms afsteekt.
..............................................
Engels is een rijke taal. Het is dat Peter Stuyvesant Nieuw Amsterdam weggaf voor een habbekrats, anders had de hele wereld nu Nederlands gesproken. Ook alle computerprogramma’s en popsongs. Hahaha.
Nederland was toch te klein om de wereld te overheersen, en misschien niet wreed genoeg. Engeland heeft India echt onder de knoet gekregen met geweld. En Amerika is een wreed land: als je niet succesvol bent, ben je een loser. En als je braaf werkt, ben je ook een loser. Over heel de wereld domineren ze, zonder schaamte.
De burgers van dat land zijn enorm sentimenteel en dik. Alleen de seriemoordenaars en schoolshooters blijven opvallend slank. Misschien omdat je van moorden slank blijft.
.......................................................
Nog over het eigenlijke thema: de titel van mijn gedicht wilde eigenlijk zeggen dat je dingen pas achteraf begrijpt, en dat het misschien zo heeft moeten zijn, en je gemaakt heeft tot wie je nu bent. Daarom is het bezig zijn met literatuur, kunst, filosofie en psychologie voor mij ook een soort therapie, en het plaatst dingen in een ander perspectief.
- Perspectief - , dat had ook de titel kunnen zijn.
Dank en groet, Simon
Als liefhebber en kenner van het Belcampiaanse en niet te vergeten de onderkoeld-droge stekeligheden van W.F. Hermans (vooral zijn anglofobe exercities in zijn Sadistisch Universum zijn memorabel en hilarisch!) wil ik graag even inhaken op de figuur van Kierkegaard. Jawel!
Dat is nog eens lang geleden...
Nog steeds ben ik in het bezit van een paar boeken van mijn voormalige RUG-filosofiedocent Van Raalten (reeds lang niet meer in het land der levenden, god hebbe zijn ziel) en in een van die werkjes - een soort uitgediepte versie van collegedictaten - had ik van onze Deense vroeg-existentialist een portret geplakt. Net als bij die andere negentiende-eeuwers, Marx, Kant, Nietzsche en Hegel...
Maar helaas, weg, foetsie, geen plaatje...en laat ik nou altijd gedacht hebben dat dat zo'n oude Satie-achtige knakker was - met hoed? Ach...dat was maar één omslagontwerp - zijn dagboeken! De rest van zijn werken staat hij als schönling afgebeeld...
Maar goed, weer even de geest gescherpt!
Dus dank hiervoor!
Vooral de trits angst-twijfel-vertwijfeling had mij destijds - in schier onheuglijke tijden - danig te pakken en aan het denken gezet, dwalend als zoekende geest, ondergedompeld in het hoge noorderlicht...
Wie weet tot ooit, Simon
en anders...tot later!
Scherzo
Om te beginnen dank voor uw reactie. Hier mijn mondeling pleidooi en pleitrede, van mijn cliënt, die geheel onschuldig hier aanwezig is en trouwens makkelijk in de omgang en altijd binnen heeft gestaan bij een oud vrouwtje. Het is als volgt:
Ik had ook heel andere titels in overweging, zoals: uit de klei getrokken, mijn erfdeel. Dat laatste was een associatie op Ons Erfdeel, of gewoon een zinsdeel uit de tekst van het gedicht, wat de meest gebruikelijke methode is.
Ik had weleens, zeer zeldzaam bij mij thuis, iemand die enigszins belangstelling had voor mijn gedichten en teksten, en die zei: die titels, die titels, met een soort bewonderende lach. Ja, dat zag ik later ook: al mijn titels zijn een soort kleine reclameslogans, die enigszins blijven hangen qua klank en raadselachtigheid. Dat deed W.F. Hermans ook. Al zijn boektitels zijn prachtige aforismen in het klein: Uit talloos veel miljoenen, Een wonderkind of een total loss, Mandarijnen op zwavelzuur, Nooit meer slapen. Dus de reden was om een opvallende, nieuwsgierigheid opwekkende, goed klinkende titel te maken.
“Alles Rijmt Wanneer Je Achteruit Je Boek Gaat Lezen”: ik had in eerste instantie daar “als” staan, en dat heb ik puur en alleen vervangen door “wanneer”, na vijf seconden denken, omdat dat ritmisch beter klinkt. Bij het hardop voordragen, voor de drie liefhebbers van poëzie in Nederland tussen de 50 en 80 jaar.
Maar dan over deze titel. Een gedicht is vaak een beetje cryptisch. Je moet onderhand het leven en de details van de schrijver kennen en op de hoogte zijn van alle referenties, die niet per se uitgelegd worden maar verondersteld. Heel elitair allemaal. Denk aan de gedichten van Sylvia Plath: zij spreekt vaak in raadselen. Als je niet weet waar het gedicht over gaat, moet je het of zelf eruit destilleren, of op weg worden geholpen door achtergrondinformatie. Ook de songs van Bob Dylan en Leonard Cohen. Het helpt als je alle referenties kunt herkennen, maar dan nog.
Dus vandaar dat ik min of meer getraind ben hierin. Volgens mij gaat daarom Desolation Row van Dylan gewoon over alle types die rondscharrelden in de buurt waar hij destijds, in 1963, woonde: Greenwich Village. De doorgedraaiden, de meelopers, de echte niet-begrepen kunstenaars, de zwervers en de vrouwen die bij de kliek wilden horen, de geflipte zwerver, et cetera. En hijzelf.
Maar goed. Deze titel is als volgt bedoeld: je moet je leven vooruit leven, maar kunt het pas achteraf begrijpen, een citaat van Kierkegaard. En “Alles Rijmt Wanneer Je Achteruit Je Boek Gaat Lezen” heb ik zo moeten schrijven wegens de cadans en klank.
“Alles rijmt” slaat dus op “alles klopt”. Een andere betekenis van het woord rijmen. Dus u moet het allemaal niet al te letterlijk nemen of precies analyseren, want ja, als je achteruit gaat lezen, bestaan de woorden niet eens meer, of er moet toevallig een palindroom tussen zitten.
Het klinkt misschien allemaal heel pretentieus en pedant, maar ik ben niet echt zo. Ik knal gewoon alles intuïtief en associatief eruit, en dan zien we wel.
Hahaha. Maar alhoewel er nog wel wat geschaafd kan worden, ben ik toch, als geheel en als totaalbeeld en momentopname, wel redelijk tevreden over het gedicht. Want er zitten ook echte stukjes in die mijzelf raken als schrijver, dat ik dat zo op papier zette. Eigenlijk mijn onbewuste.
Nogmaals heel veel dank voor uw reactie. Ik geef graag uitleg over al mijn fratsen, lol. Ik heb al lang geleerd dat je een gedicht niet op een logische manier moet gaan opbouwen, et cetera. Het moet iets magisch en spontaans hebben.
Ik kreeg al eerder commentaar van iemand, dat ging over een beschouwing. Deze meneer was heel verontwaardigd dat mijn titel misleidend was. Dat was, ik moet het even opzoeken: KIJKEND IN EEN SPIEGEL ZONDER WEERKAATSING. Hij vond het niet kloppen en ik was verbitterd, omdat ik nihilistisch en existentieel was, terwijl ik het bedoeld had als een soort poëtische referentie aan een zenkoan, in de trant van: het geluid van het klappen van één hand, of zo.
Ik kreeg een heel verontwaardigde repliek. Het ging mij alleen maar om de mooiigheid van de zin, dat moet men niet helemaal logisch gaan ontleden, in mijn opinie. Trouwens niet alleen de mooiigheid, ook het thema van de tekst. Ik had hem niet geantwoord, en daar zit ik dan een beetje mee. Maar het kan nog.
Ik ben sowieso al blij dat ik gelezen word. En ik wil de lezer niet vermoeien met niet-creatieve of saaie teksten. Dat kan ik ook hoor. Hahaha.
Met vriendelijke groet,
Simon
Je kunt namelijk ook het eerste hoofdstuk #74 noemen, zoals Peter Buwalda in de Jaknikkers heeft gedaan. Schiet lekker op, voor de lezer (Ik ben al bij hoofdstuk 70!). Nou weet ik niet of dat in lijn is met de strekking van uw intentie met de titel, of dat het slot omgekeerd evenredig dient te worden opgevat aan de opening van het plot...Geen teruggespoelde film, toch? Daar maak je misschien wel kans mee op een gouden kalf, maar los daarvan...
Dank u voor uw reactie. Het is altijd een genoegen antwoord te krijgen op de Olympus, met die gure wind van onverschilligheid en een karig dieet van kritiek op spelfouten. Doe het zelf dan, zou mijn vroegere ik zeggen, maar dat was voordat ik mijn cursus ego loslaten summa cum laude heb gevolgd.
Eind december krijg ik het opeens heel druk. Ik wil dan van mezelf mijn jaarquota aan onverbiddelijke literatuur nog halen. Ik werk het beste met de zweep eronder.
En dan nog the best of the best selecteren en net op tijd laten drukken voor 1 januari. Dat lukt natuurlijk nooit. Alleen al de verkoopblurb op de achterpagina, daar ben ik dagen mee bezig. Ook mijn foto wordt steeds moeilijker passend te maken met een ernstig getroubleerde dichter, want genomen in het zwembad.
Kortom, ik ben het best met flauwekul, dat stroomt als vanzelf uit mijn pen. En je moet gewoon dicht bij jezelf blijven. Dat heb ik op de schrijversvakschool geleerd, waar ik nooit geweest ben.
Is Bob Dylan op de liedjesschrijversvakschool geweest? Nou dan? Is Jimi Hendrix op de muziekschool/conservatorium geweest? Heeft Adolf een opleiding tot generaal of bruggenbouwer gehad? Nou dan, nog een keer.
Ik heb uw antwoord in goede orde mogen ontvangen en met belangstelling tot mij genomen. Ik, als dichter der dichters en getraind in tussen de regels door kunnen lezen, moest daardoor aan één kant heel dankbaar zijn. Ik zie uw moeite en wil om mij nog dezelfde dag antwoord te geven, wat ik zie als een vorm van respect en waardering naar mij toe. Ik heb er nota bene twee of drie dagen over gedaan, maar met dezelfde insteek. Ik begreep dat u een jaar heeft moeten doubleren. Ik vermoed het moeilijke, beruchte derde jaar.
Trouwens, ik vermoed een katholiek gymnasium, vanwege de extra lessen godsdienst/kerkvaders/martelaren en heiligen. Sint-Petrus werd ondersteboven, op eigen verzoek, gekruisigd en daarna stond er een kerk. Jawel, ik bedoelde het zo. Dat, weet ik, zag u, en ik weet dat u dat kan waarderen. De meeste katholieken zeggen ook ëën als ze voorlezen, zo haal je de papen er makkelijk uit. Grapje, no offence. Het viel me op, en het is nog waar ook.
Ik begrijp ook de toespeling op uitvallende krijgers, inderdaad, vaak jonge mannen, die het allemaal maar onnodige kennis vinden, dat Latijn (en Grieks), en wat heb je eraan? En het is nog moeilijk ook, vooral het leren van nieuwe woorden. In je latere leven heb je juist, zoals bekend, een enorm houvast aan die woorden, die aan de basis liggen van veel Europese talen. Waardoor je dan weer veel gemakkelijker al die Romaanse talen leert. Zoals ik, en ik neem aan u ook. U hebt veel met Italia, dus ik neem aan dat u daar uw beroep, uw hobby of uw woning van maakte, ooit of eens.
Ik spreek Spaans en Portugees en Engels, maar dan niet op Rutte-niveau. Alhoewel ik niet de juiste term weet voor steenkolenengels, alhoewel ik het ergens wel eens gehoord heb. Veelgemaakte fouten zijn voorzetsels, zoals talking at the telephone, etc., de woordvolgorde, en de uitspraak met veel te harde medeklinkers. Maar goed, ik ben slechts een autodidact, een zelfleerder. En ik denk dat de humaniora mij aanspraken omdat ik een gevoel voor taal heb, door het woord Gods en de Statenbijbel erin gegoten. Ik begreep echt wat er gezegd werd, daardoor kon ik juist niet de te leren psalmen correct opzeggen, ik parafraseerde te veel. Oftewel, een teken dat je wel begreep wat er staat. Toch knap werk, die berijming der psalmen.
Ik luisterde net de luisterboeken van de boeken der Bijbel, voorgelezen, zeg maar tot leven gebracht, door David... Lunge? Ik ben nu even zijn naam vergeten. Ik heb gelijk Ecclesiastes, oftewel Prediker, afgewerkt. Klinkt zo poëtisch in de oren. All is a chasing of wind. Ik vind dat de Bijbel op de canon der Nederlandse literatuur zou moeten staan.
Ik moet eigenlijk de gedichten bloemlezingen van Komrij hebben, maar ik ben zo arm. Het vak leer je door accumulatie, simulatie en synthese: eerst kennismaken en bewonderen, dan proberen te kopiëren, en dan je eigen stijl vinden.
Ik heb vandaag weer een absurde graaibak-gedachtenspinselcolumn geschreven, geheten: De theorie van alles, oftewel jongen, doe toch rustig. Sommige mensen begrijpen die stijl van humor niet.
Vaak gingen de meisjes wel door met het talenpakket. Ikzelf zat zelfs nog in de derde in het Latijnklasje, omdat ik graag omringd werd door hele knappe en slimme meiden. Eigenlijk was ik de haan in het kippenhok der klassieken. Serieus, dat was de reden. Bovendien snapte ik wiskunde niet echt, maar heden ten dage wel. Het werd gewoon niet goed uitgelegd. Men zat gelijk maar vergelijkingen op het bord te krijten, zonder dat ik de basis begreep. Zoals integreren en differentiëren, iets wat ik dus vijftig jaar later begreep, samen calculus genoemd wordt. Dit vond ik al een omissie.
Ik vermoed dat u later Nederlands of een andere taal of geschiedenis of filosofie heeft gestudeerd, en ook in die richting uw vak van heeft gemaakt, zoals uitgever etc. Of leraar, maar je kan met de humaniora alle kanten uit, dat wist ik destijds ook niet.
In ieder geval, het was weer een welbestede dag. Ik heb weer lekker geschreven vandaag. Het resultaat ziet u morgen in de krant, overmorgen in de kattenbak, en over-overmorgen weer opnieuw gerecycled als kladblokpapier. Ongebleekt, jazeker.
Mijn dank voor uw waardering en antwoord. Ik had net een goed idee voor een nieuw gedicht en nu ben ik het kwijt.
Ik dwaal af, dus daarom: nogmaals dank. Het is weer tijd voor mijn pilletje.
Groet, Simon
Goden- en heldensagen van de Odyssee, de Aeneis en de Metamorfosen werden eens per week als snoepje van de week geserveerd en de Geschiedenis van het Christendom werd om de zoveel tijd (weken?) gepresenteerd.
Allemaal in de eerste....tot stuk voor stuk de minst strijdvaardige soldaten het moede hoofd in de schoot legden, de tas met een surplus aan Know-ware (!) aan de pijp van Maarten hingen...
Vooralsnog kwamen de gedichten er bekaaid van af...en daar school de adder onder het akelige struikgewas...voor poëzieminnende intuïtievelingen als ik...
Maar...er gloorde licht (na zeven jaar...!)...
Tot zover even Simon...
De Styx en Hades...ach, daar kunnen we hele pagina's mee vullen...
Vale!
Maximus jr.
Aan Maxim,
Dank, dank, dank.
Dank u voor uw reactie. Het is altijd een genoegen onder uw gymnasium-invloed te douchen; het is ook voor een autodidact goed te volgen met behulp van Google. Grapje, hoor.
Ik zat zelfs te graven in de techniek van de allereerste tragedies, zoals Oedipus die op het laatst zijn eigen ogen uitsteekt, omdat hij het met zijn moeder had gedaan. Dat is inderdaad een tragedie, want dan kun je niet meer autorijden op de archipel.
Bekend nu met: het koor, persona, antifoon, etc. Ik leer mezelf het vak. Ik maak op mijn oude dag nog kennis met de Griekse beginselen, kuch. Nou, daar gaat de zeer oude wél van zingen.
Er was een tijd dat alle Nederlandse gedichten minimaal refereerden aan de Styx en allerlei Griekse godinnen en goden. Maar een gedicht is gewoon voor iedereen; het moet aanspreken bij iedereen. Het is een nichekunstvorm, weinig gewaardeerd. Ik las onlangs de gedichten van Cees Nooteboom; ik was niet echt onder de indruk.
Daarentegen zijn er ook genoeg Nederlandse hedendaagse dichters voor wie ik mijn pet afneem en nederig achteruit de kamer uitloop.
Ik had weer eens verloren en reed naar huis. In november. In de regen. En ik dacht:
- Altijd november, altijd regen. Altijd dit lege hart, altijd. -
En uit een ander gedicht: "Weer keert het jaar zijn wegen"; ik dacht uit Domweg gelukkig in de Dapperstraat.
Ik ben erg beïnvloed door de zangerige maar perfecte gedichten van J.C. Bloem, die niet de prins der dichters werd genoemd, maar dat hoefde ook niet.
Ik houd dus van zulke dichters. Ook spreekt het bekende gedicht De zeer oude zingt mij aan; het weet het onbewuste te raken en toch is er een perfecte boodschap in te lezen, heel mooi verwoord. Zoiets maak je niet met je verstand, maar het komt vaak ineens, intuïtief.
Daarom houd ik niet al te veel van verstandelijk gecomponeerde gedichten zoals die van Rawie. De schrijver van Kameraad scheermes, Rogi Wieg, had ook deze magische touch: tederheid met woorden. Een prachtige toon.
Ikzelf ben beïnvloed door — jawel — de berijmde psalmen, oud-Nederlandse Statenbijbels, Dylan, Leonard Cohen, maar ook de Vijftigers.
"Dare I say so, mylord" — Shakespeare, toe maar. "But all the world’s a stage", etc.
Namedropping.
En zelfs Bukowski en Sylvia Plath, een hyperintelligente woordkunstenares met vijf betekenissen in elk woord. Aan de andere kant heeft ze het dan weer terloops over het dichtgroeien van haar vagina na het baren, ook al zegt ze het in raadselen — zoals een echte dichter betaamt. Daarom zo goed in cryptogrammen?
Nou, een gedicht hoeft ook weer niet per se een cryptogram te zijn, maar ook weer niet een Sinterklaasgedicht.
Hoe ik mijn prachtgedichten maak? Er is een systeem in de waanzin, zei iemand eens op het toneel, wat het leven is. Ik heb een grondidee van een emotie, gedachte of observaties, herinneringen als een totaalbeeld, en dat schrijf ik in één — mag ik zeggen — ruk op.
Daarna ga ik schrappen en her rangschikken en lijmen en benen en uitbenen en mooier maken en beter maken en clichés jagen en stopwoordjes killen, en dan blijft er niks meer over wat ik zelf wel mooi vond. Maar je moet ook aan de gezondheid van je publiek denken; niet iedereen heeft geduld met een losgeslagen gek die denkt dat hij een genie is. Daar hadden we vroeger gestichten op de Veluwe voor en tegenwoordig een uitkering en een time released pillenregime.
Maar je moet echter ook niet te lang doorgaan met polijsten, is mijn mening. Bovendien spreekt een gedicht niet alleen de logica aan, maar ook het onbewuste — een heel belangrijke ontdekking voor mij. Een steen uit de rivier is wel gepolijst, maar nooit helemaal symmetrisch. Dat is juist het mooie ervan. Daarom moet je soms ook niet té lang doorgaan met editen aan je gedicht; schrijf gewoon een andere versie of een nieuw gedicht.
Heb ik een vlotte pen? Ja, dat wel. Het komt. Ik typ sneller dan God kan lezen, en die heeft niet eens een leesbril nodig, want Hij weet al wat er komt en hoe het afloopt en wat er uiteindelijk met de schepping gebeurt: totale entropie. Alles verwatert en groeit uit elkaar totdat het licht uitvalt. Dan gebeurt er niets meer. Heel saai.
Is alles dan toch voor niets geweest? Zijn we er toch weer ingetuind? Zoals Alan Watts zegt: het gaat niet om het doel; dansen heeft ook geen doel of eindpunt.
Ik dwaal af, dus daarom: nogmaals dank. Het is weer tijd voor mijn pilletje.
Groet, Simon
Dichten is LANG niet iedereen gegeven...sterker, je bent ermee geboren...een goddelijke gave!
Het mooiste wat je kan overkomen is om
- vroeg of laat - gehoor te geven aan die roeping....
Gedichten komen nooit zomaar uit de lucht vallen - en dan bedoel ik natuurlijk de goddelijke inspiratie - de muzen baart haar kinderen niet, nee, zij staat in verbinding met degenen die ontvankelijk zijn voor haar en zijn of haar antenne op de juiste golflengte heeft afgestemd. Soms in een brainwave, soms in de vorm van associaties - of associatief denken, beter gezegd.
En zodra dat het geval is zijn wij het die daarvoor open staan en er dankbaar gebruik van maken - met alle middelen die ons ter beschikking staan.
Ik ben het voor minstens 90,83 procent eens met de opsomming van de drie belangrijkste kenmerken voor het scheppen van een gedicht, de creatio non ex nihilo.
Hoezo non, zul je vragen...nou, er schuift nog altijd continu een belangrijk gegeven op de achtergrond mee: de conditio sine qua non van een stevige structuur en het waakzaam oog der onnodige herhaling: niet te vaak of te weinig, maar alleen daar waar het moet, nl. het element van het refrein...
Onder dankzegging voor je tips tot slot nog een tweetal punten op de y-grec:
Allereerst ons mentale lexicon en de onmetelijkheid van de mer-à-boire der woorden...wij moeten de juiste eruit zien te vissen, op het kairosmoment van de goede en meest toepasselijke woorden...eens?
Tweedens, het hardop (voor-)lezen!
Dat is m.i. een harde vereiste, ook en vooral voor degenen die menen dat hun gedicht "af" is. Een gedicht is immers nooit klaar, zoals je weet.
Kortom, waak voor overijling en beteugel overmoed, zeg ik tegen de ons omringende goegemeente, alvorens uw nieuwbakken boreling als trotse vader of moeder alhier ten tonele te voeren!
Kortom: doe het goed!
Arriverderci à tutti!
Maximianus Jr.
Dank u hiervoor. Ik ben blij dat het aanspreekt. Dank ook voor uw reactiegedicht, dat ik heel goed begrijp. Volgens mij bent u ook een snelle schrijver; het hoeft, het stroomt gemakkelijk.
Ik begrijp dat u zich misschien zorgen maakt, maar ik ben niet depressief, alleen weemoedig, wat u goed heeft gezien.
En ik begrijp ook uw referenties naar J.C. Bloem, Altijd November, en zelfs Het Huwelijk van Elsschot, trouwens twee van de beste Nederlandstalige gedichten, die mij altijd aangesproken hebben, zodanig dat ik ze zowat uit het hoofd ken.
En de vieze oom Gerard, ja, die zal inderdaad niet koud of warm worden van voorbijschuifelende vrouwenbillen. Dat was ik even vergeten. Een red herring in het plot!
Ja, ik vond uiteindelijk de juiste toon om dit zo op te schrijven. Het is allemaal ook zo gebeurd, en nu ben ik blij dat ik het gemaakt heb. Ik was even in een gedachtenstroom; het is een vervolg op het voorgaande gedicht. Ik keek terug op mijn jeugd. Ja, het moet nog gepolijst worden, maar té gepolijst haalt het leven eruit.
Ik ben blij dat niemand aansloeg op bepaalde taalfoutjes. Ik heb het net allemaal iets verbeterd, en ik kom later nog terug om nog meer te polijsten en te schrappen, misschien. Maar de grondtoon is er, en ik ben altijd blij dat het hier veilig staat, voor jaren. Ik heb vaak meegemaakt dat al mijn teksten opeens weg waren, omdat een site ermee stopte.
Ikzelf vind drie dingen van belang in een gedicht: klank, ritme en betekenis in een mooie verhouding. En het moet ook goed klinken als je het hardop voorleest. Dat vind ik heel belangrijk. En ik besteed veel tijd aan ritme en klank. Ik heb veel dichters bestudeerd, ook Engelse en Franse, en dat zouden meer mensen moeten doen.
Ik heb twee registers — eigenlijk drie — namelijk melancholisch, humoristisch en razend. Maar er zit een systeem in mijn gekte; u weet wel waar dit citaat vandaan komt. Ik heb zoveel associaties dat het schrijven vanzelf gaat, en daarna haal ik de beste stukjes eruit. Het gedicht hierboven had namelijk een andere versie. Dat ging eigenlijk over hetzelfde, maar dan chaotischer.
Ik blijf soms jarenlang aan één gedicht schaven. En soms is dat goed, maar soms niet. Ik weet nu waarom: het onbewuste moet ook aangesproken worden, en niet het logisch verstand — en klank, etc.
Sommige gedichten zijn echt af nu: De Precisie van de Werkelijkheid en bijvoorbeeld Vuurwerk en Gedans. Uiteindelijk zijn ze heel kaal en stevig geworden. Een constructie. Maar zangerige gedichten vind ik soms mooier.
Dank u,
Groet,
Simon Quist
beste Simonis,
even van het hart
dat ik meen dat
een eerstgeborene
somtijds, bij tijd en wijle
in somberheid verwijle
en zich af en toe
zo nu en dan
verloren waant
als oudste zoon
althans - als het ware
Herkenbaar, deze
woordgebaren
Edoch, het is
het jaargetij
van supermaan
en wilde wolf
die het gemoed
heilzaam oprekt,
deo volente
anderzijds
het droeve hart
in oud zeer stort
en neerwaarts trekt
in wederkeer...
Vreemd toch die oom
die zich bedenkt
bij het zien
van vrouwlijk schoon
dat hem passeert
- 't was toch geen dominee,
naar ik hoop? -;)