We noemen hem Kees XXII; vers 027
*027*
de winterwind speelt
met witte wilde haren
en zilverlicht dwingt
als ingewikkeld garen
tussen de bladerloze
ontwortelde dromen
door tot de haarvaten
van ons levensidioom
ook de wolken zijn stil
uit de onwil tot breken
in aanstekelijk huilen
of meesmuilend gejaag
wat de vraag oproept
of dit heden wel bestaat
door een onhandigheid
in de poëtische spagaat
Geplaatst in de categorie: individu

Er is 1 reactie op deze inzending:
maar door mijn haren
als zilverlicht dringend
door takken en twijgen
als blaren die op
golvend watervlak drijven
Nu dringt geen wind
door in gewikkeld garen
van vaten, daar woedden
bladloze demonen
in ontwortelde dromen
Ook hier rijst de vraag
of dit hier en nu
überhaupt wel bestaat
in poëtisch jargon
dan wel lyrisch kwadraat