Kees XXVIII; woorden zonder inhoud
Was het maar zo dat deze stralende lentezon,
al was het maar voor deze ene keer,
de belofte nakomen zou
waar in de geschiedenis al zo vaak over is geschreven,
een belofte die altijd onterecht en ongepast is gebleven.
Was het gefluit en gefladder van de vogels,
in en uit de struiken,
echt helpend voor de wereld
en bruikbaar voor onze gevoelens,
zoals sommige vlinders beweren.
Was eerlijkheid wat werkelijk het langste duurde,
was elke versnelling van leugens terecht
een bron van kwelling voor ons,
wilden we maar blind sturen op de waarheid,
wat zich zachtjes uitspreidt op een bedje van mos.
Was de mensheid niet in staat tot vernietigen,
bestond ze in deze dimensie niet,
maar wilde ze slechts de essentie herkennen,
begrijpen en inzien,
zodat de aarde niet hoeft te gillen in doodsangst.
... *eenieder is vrij om een verbeterde versie te maken* ...
Schrijver: Sjors Boesch, 19 maart 2026Geplaatst in de categorie: individu

Er zijn 5 reacties op deze inzending:
Met die kloten zit het wel snor, maar dat godgegeven hè...daar zal Kees de jongen (of Stoker) wel over struikelen!...
De zon belooft niets en begrijpt nog minder.
Maar zonder zon was er geen ademzucht
Geen liefde haat geen lente in de lucht
Geen hier of nu geen overkant of ginder
Beloftes bloeien op in onze breinen
Maar krijgen zelden vaste voet aan grond
Belijden loopt gesmeerd met volle mond
In weemoed ziet men ze alras verdwijnen
Ons streven is een godgegeven wonder
Ons falen is hermetisch ingebed
In zielezonneroerselen gegoten
Al gaan we met zn allen naar de kloten
Schuif ongehinderd aan aan het banket
De zon komt op maar gaat voor eeuwig onder
deze mirakelse vondst van een doorgewinterde rechtse rakker is een belediging voor
a. Bet Weter himself
b. Monsieur Savant Mieux lui-même
c. het niveau van dit poëziemagazine en het gehalte van de community, waarop wij, gepromoveerde semiprofessionals, door de hooggeleerde h.h. en v.v. redacteuren geacht worden trots te zijn, als vaandeldragers die met brede revieren getooid hun vendels en vendelieren zwaaien naar de kapiteins aan lager wal, de snoepjeseters van twee wallen en de minkukels die struikelen ov Cees Buddinghs ballen...
Cees Buddingh nam me de woorden uit de mond.
"de zon komt op de zon gaat onder.
langzaam telt de boer zijn kloten"
Het staat *eenieder vrij om een verbeterde versie te maken* ...
waarmee maar gezegd wil zijn
dat kalligraferende duizendpoten
en duivelskunstenaars hun pennen mogen likken
als ware het zilveren zwaarden
van wedijverende ruiters in vol ornaat, toernooiridders te paard, met open vizier...
ja, ook gij Bet Weter
Monsieur Savant Mieux
ook gij, Brutus de dolksteker
ook gij, Sappho's zusters
sterke vrouwen
laat u zich niet weerhouden
om dit poëem om te toveren
tot een stralenkrans
die bij uw glanzendzwarte manen past
als ware het een gulden diadeem...