Klotsende triremen
Laten we eerlijk zijn,
de woordenfontein
der afkortingman
met een jee en een cee
nadert stilaan
het bedenkelijk niveau
der randdebielen
wier oren tuiten
aan de voet van de oevers
van gortdroge greppels
der drooggevallen
wadi's van kali's
Zolang de triremen
met geboeide roeiers
het luizige luipaarden
volk dat zijn leuter
koek slikt als zoet
hout vol wansmaak
kraakt het bint
van de ruimen
waar roeiers als slaven
hangen te pruimen
hun dagelijks brood
dat giftig gezwam
dat hij telkens weer bakt
en verpatst als de quatsch
die hij vlak voor
hun stuitend tuitende
oren uitbraakt
Inzender: J.P. Ami, 18 mei 2026
Geplaatst in de categorie: individu

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!