Huwelijkse slakkengang
‘Mijn spriet, mijn spriet’, sprak zij heerlijke zinnen
haar verzilverde voetjes kleurden de grond
proefde haar zoetheid aan mijn slijmende mond
trager dan dauw om haar rijkdom te winnen
ervoer ik de drang haar lenden te minnen
zij verschoof haar mantel in de morgenstond
ik kroop in haar schelpje, verstomd keek ik rond
een schatkamer om in ‘t echt te beginnen
dus, innig omarmd, tweeslachtig geborgen
zijn wij in gemeenschap van goed’ren getrouwd
het gebrek aan speling baarde mij zorgen
in de koolsla vergreep ik mij toen welbeschouwd
aan een naaktslak in de mistige morgen
verdreven uit stand lijd ik nu zwervend koud
... Een tweeluik... ...
Schrijver: E. van Xanten29 juni 2026
Geplaatst in de categorie: taal

Er is 1 reactie op deze inzending:
****