Dorpsgenoot
Uit de stenen stad nam hij gulzig
groene regen mee, om blauwe velden
te doordrenken met zijn loodzware,
zilveren gieter.
Sombere wolken braken
in bonte, blonde schaduwen
uit het hooggebergte—
een dans met de nieuwe liefde,
zoete heimwee naar beminnen.
In zijn betoverde hart
speelde het plezier.
Natte regendroppels
voor zijn zomerse tuin.
Geen duit op zak,
geen cent te makken.
Maar rijk van ziel,
fantasierijk in gedachten.
Eenzame dorpsgenoot,
tegen wil en dank.
Daar lag hij te slapen
op een kille, houten bank.
Geplaatst in de categorie: individu

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!