Dwaas aan de Poort
Als een verwelkte bloem in een vergeten tuin,
zo daalt de hoogmoed af naar haar verval.
Het is een decadente tocht, een traag verlies
van dromen die te droevig zijn voor deze late uren.
Want het leven, zo herinneren de kronieken ons,
schenkt beurtelings voorspoed en bittere tegenspoed,
en de tijd kent geen genade wanneer het lot voltrokken is.
Samen kijken we uit naar de naderende avond,
terwijl de prille ochtenddauw reeds is verdampt.
Zij herkende, vluchtig, de absurditeit van deze wereld,
gevangen in de dwaze toespelingen van een vermoeide ziel.
Laat de vergankelijkheid maar aan het nageslacht,
aan hen die straks de lippen op de doden drukken.
Hoor nu, er klopt een vreemdeling op de poort,
een zielloze gedaante uit de schaduw van de stad.
Hij lacht om zijn eigen, holle ironieën,
hij spot met de orde van de natuur en de waan van de mensheid.
25 september 2026
Geplaatst in de categorie: individu

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!