Als hij praat
Tuimelkruid rolt
over zand, het ruisen
nestelt zich in schelpen.
Zij proeft zijn stem
in het beslagen glas
op het overvolle terras.
Nooit schreeuwt hij—
ijskoud en recht door zee
ontvouwt hij zijn smaak.
Bitterzoet,
met het zuurtje van limoen
likt ze het zout van haar hand.
Zijn timbre
woont in drijfhout,
de kalme cadans
rijmt met haar eb.
Als de vloed jaagt
over bruingroen blaaswier,
grijpt een mui
haar metrum.
4 oktober 2026
Geplaatst in de categorie: individu

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!