De geur van schoenpoets (Barbarossastraat 1968)
We daalden dikwijls diep af in ons gewelf van zelfgenoegzaamheid
Zochten zuchtend naar de graal van het leven
Terwijl onze hospita, een schuwe schaduw van een vrouw,
Onhoorbaar aan onze deur klopte met haar zwabber van zorgzaamheid
De keldergang moest geschrobd, de voetstappen uitgewist
De toekomst duldt geen verleden
Soms betrapten we haar in onze kamers
Waar ze nietsvermoedend het neergedwarrelde denkstof opzoog
Maar vaker hoorden wij zachte geluiden wegsterven in de gang
Bang als ze was ons met haar aanwezigheid te storen
Er was die keer, de ommekeer, een keerpunt in haar leven
Midden in de nacht vierden we onze zegetocht met liters bier en emmers branie
We hesen Harry op het schild en lachten om des keizers baard
Toen klonk de klop op de deur, een omfloerst geluid
dat nauwelijks doordrong tot ons benevelde brein.
‘Hebben jullie dat ook gehoord?’
Zijn waterige pretoogjes en wankele stap voerden hem naar de deur
In de scharnieren schuurde het noodlot
dat wij, immers in de bloei van ons leven, niet herkenden
"Zou het misschien iets rustiger kunnen? Mijn man is vandaag overleden."
Door het trapgat tochtte de lijkenlucht omlaag
En die verdrong voorgoed de geur van schoenpoets
... Medestudent Harry en ik huurden ieder een kamer achterin het souterrain van een herenhuis in Nijmegen. Vóór in de gang had onze hospes zijn kantoor. Hij was secretaris van de katholieke schoenmakersbond. ...
Schrijver: Jacq Zinken5 november 2026
Geplaatst in de categorie: overlijden

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!