Heimwee IX (uit: Ontheemde Gedichten, najaar 2026)
Hier om mij heen bij het glasachtige
ochtendlicht dat het bed leger laat
de kast te groot en overbodig maakt
de schaduw van parfumflesjes bij de
spiegel raakt haar geur die in het diepste
van mijn herinnering leeft als een zee
haar beeld kleeft vast aan het dierbaarste
dat ze mij gaf toen ze speels met mij vree
Ik dacht aan eeuwigheid het mogen
blijven in de luwte van haar lijf
de woorden te wegen die ze sprak
na die nacht dat ze plompverloren
opgaf wat haar eerst zo heilig was
een komst gedrenkt in vergetelheid
... Het gaat in deze dichtbundel om thema's die zich afspelen rondom ontheemd zijn en geen heimwee kennen. Daarbij komt de vraag naar boven: als je geen heimwee kent, lijkt dat dan op het weggeven van je hart dat zij breekt, met zich meeneemt en niet teruggeeft? Wat rest, is een holte. Een echo. Een voortdurend nagalmen van hoe anders het had kunnen zijn. ...
Zie ook: https://kijkgedichten.nl ...outube.com/watch?v=y32GYZk2oXQ
Schrijver: Niels Landstra, 3 september 2026
Geplaatst in de categorie: actualiteit

Er zijn 4 reacties op deze inzending:
wellicht is het wat jij bedoelde
maar dat is niet wat er staat
De gedichten van Niels Landstra nodigen uit tot herlezen
Niels Landstra is dichter, schrijver, schilder en muzikant en was een van de stadsdichters uit het Stadsdichterscollectief Breda, opgericht in 2014. Hij schildert landschappen en stadsgezichten die hij voorziet van gedichten. Hij publiceert in literaire tijdschriften en recent verscheen een nieuwe dichtbundel.
door Lauran Toorians
Er deint nogal wat in Landstra’s bundel Uit de schaduw naar het andere licht. Dat kan lieflijk en romantisch zijn, in een bootje op de kabbelende golven, maar dat lijkt het in de gedichten in deze bundel nooit te zijn. Hooguit is het dat ooit geweest, want er heerst vooral weemoed en nostalgie. Het is natuurlijk altijd riskant om aan te nemen dat de ik-persoon in een literair werk overeenkomt met de auteur, maar we lijken hier vandoen te hebben met een vrouwenverslinder die zijn zestigste verjaardag voelt naderen en moet constateren dat de wilde haren beginnen te dunnen.
naar iets wat in het verleden
diepe indruk heeft gemaakt
wat je graag terug wilt hebben
op zich geen slecht idee
voor een gedicht
maar door de toon en stijl
en het feit dat
die tijd met haar
niet meer terug gaat komen
heb je een zoetsappige
smeekbede gebrouwen
met een raadselachtige slotzin
- of gaat dit tóch over Alzheimer?
Misschien kun je het perspectief
eens veranderen, niet ik, maar hij,
en dan met wat meer distantie
beschrijven wat je ziet.
Dat zou de 'echo', de 'holte'
meer recht doen.