De wachter
Ik sta tussen riet, als grijze schaduw, doodstil
op stelten in laag water, koud en kil
hier fluistert wind door sigaren, supporters der leven
maar ik wacht geduldig op wat de sloot zal geven
Mijn nek, een vraagteken als elastiek gespannen
amber ogen, scannen de rimpelige waterbanen
glinstert iets, een zilveren beweging daar
rimpeling die zegt: leven is hier
Ik tel seconden met mijn hart, rustig als een strohalm
buigt de wereld deze middag open
libelle zoemt, kikkers kwaken hun smakelijke lied
en ik ben de stilte wacht die ziet
Met grommende maag, die ieder herkent
het knagen der hamsters, tandjes ontevreden als wat
ik moet behagen, ik moet voeden
hier zou iets levends voor moeten bloeden
Dan plots, een flits! mijn snavel, scherp en snel
duikt een dolk in ’t water, diep en fel
zilver kronkelt, mijn schat glinsterend in de zon
toch deze mooie prooi gevangen, voor de dag is om
Ik hef mijn blije kop en slik, die glimp van voldoening op ’t land
en spreid mijn vleugels, wijds en grijs als zilverzand
vliegend over bomen, velden, zo hemels en vrij
ben ik, in deze wereld, best blij met mij
Geplaatst in de categorie: natuur

Er zijn 6 reacties op deze inzending:
lijkt me wel leuk als je een keer iets van mij bewerkt!
Zie onze reacties eerder als een compliment, maar ook
als uitnodiging om ook eens buiten je eigen kaders te treden, om ons en anderen alhier met een bezoekje te vereren. Me dunkt dat jij die schroom niet hebt.
Ach, ik ben al een jaar of acht bezig mijn talenten aan den volke te tonen... een eenvoudige vrouwvriendelijke boterlettervreter die graag, net als jij, wil laten zien wat-ie in zijn of haar mars heeft...
Kunnen we elkaar stimuleren en intussen ook nog eens van elkaar leren...dat lijkt me ook zeker de bedoeling van deze site, toch?
ik ben persoonlijk iets positiever ingesteld.
En dan wat woorden veranderen, echt slecht…
Is het gekrenktheid om mijn talent?
Het maakt mij niet uit, ik schrijf gewoon door, zoals ik al jaren doe.
En zeg me niet dat ik niet goed doe, want dat weet ik inmiddels allemaal wel.
Mvg Judith
doodstil als een grijze schaduw,
op hoge poten in die troebele poel,
koud en kil te wezen;
wind klinkt door de lisdodden,
donateurs voor dit leven,
waar zij wacht op wat komen zal
en gaat.
Haar nek, een veeg teken,
dat als elastiek gespannen staat;
haar rode knikkerogen bestrijken
het gerimpelde oppervlak,
een glinstering,
een zilveren beweging waar
de rimpeling al iets verraadt.
Elke hartslag één seconde,
als een strohalm breekt deze middag open,
een libelle zoemt,
kikkers kwaken,
smakelijke liederen zingen rond,
en zij,
zij is degene
die angst inboezemt.
Hongerig,
voor allen bekend terrein:
zij moet behagen,
zij moet voeden,
daar moet dan maar
iets voor bloeden.
Dan:
een flits!
Haar snavel, scherp en snel
duikt als een dolk onder
het waterpeil,
diep en fel,
zilver glinstert,
dat kronkelt in de zon.
Toch maar mooi
die prooi gevangen
voor de avond begon.
Ze heft haar kop en slikt,
voldoening op stand,
spreidt haar vleugels wijds,
grijs als zand;
vliegt over bomen
weg, velden;
vogelvrij is zij
aan elke waterkant.
Zijn blik op zee gericht,
Het wonder van de gouden
Dageraad hebben gevoeld?
Zou ooit de schoonheid van het land
Onder de regenboog
Zijn zinnen en zijn innerlijk,
Zijn hart hebben geroerd?
Zou ooit in zijn demonen
's nachts
Ontdaan van hun gezicht,
Ondine's stem, de waternimf,
Zijn ziel hebben beroerd?
Zou ooit zijn geest zijn overweldigd
Door 't mystieke licht
Van sterren dat hem lichter maakt
Bevrijd van zijn gewicht?
Zou ooit die wachter, net als wij
Een mens van vlees en bloed,
Een glimp der eeuwige
Oneindigheid hebben bevroed?