inloggen
voeg je netgedicht toe

Netgedichten

netgedicht (nr. 10.001):

Katten die katten

Katten die katten, is het niet fijn
Dat een kat naast een dier ook een werkwoord kan zijn
Zo zijn er veel meer, laat ik rustig beginnen
Aai je een katje, dan hoor je hem

Spinnen die hebben vaak veel geduld nodig
Daarom lijkt een hobby niet erg overbodig
Nu is er een spin die tussen de dissen
Zijn draad aan een tak plakt en lekker gaat

Vissen die zwemmen gedwee in een school
Pythagoras, breuken een dal parabool
Als de meester iets saais op het bord staat te krijten
Is heel de klas vissen terstond aan het

Geiten met sikken zo lijkt het te horen
Toch heeft laatst een geit haar sik afgeschoren
Toen haar man dat zag, was hij boos en geschrokken
Die geit is nu al een week aan het

Bokken die zijn vaak wat vunzig en nukkig
Maar toch zijn er ook wat excepties gelukkig
Er zijn op een plaats waar de heuveltjes glooien
Twee smoorverliefde bokjes elkaar aan het

Vlooien die hupsen en springen zo fijn
Zo licht en zo sierlijk, een circus in ’t klein
Maar voor de show begint zijn ze niet te appreciëren
In hun kleedkamer zijn ze nerveus aan het

IJsberen houden een poot voor hun snuit
Want zwart in de sneeuw, dat springt er zo uit
Je zicht snapt daar niks van en gaat dan bedriegen
Je ziet dan geen beer, maar een neus die kan

Vliegen die worden vaak doodgeslagen
Uit ergernis, frustratie, of gewoon om te plagen
Nou, vliegen zouden ook wel (gewoon om te dollen)
Een keer met een mepper een mens willen

Mollen zijn blind zo wordt ons steeds verteld
Zo zien werkelijk niets, wordt altijd vermeld
Toch is er een mol zo overtuigd aan het liegen
Dat iedereen ´t erover eens is: die mol ziet ze

Vliegen, ik weet het, die zijn al geweest
Dus is hier wat ruimte voor een heel ander beest
Een leeuw die tijgert, om de worm eens te pieren
Of een kalvende koe die de boel komt ver-

Stieren die sterven in d’ arena Olé
Van zo’n dood lichaam eet iedereen mee
Maar zo’n ziel vindt die hemel (en nu komt het engste)
Waar stieren een zwaard in een mens kunnen

Hengsten die zijn van een zeer edel bloed
Etiquette derhalve die kennen zij goed
Toch zie je hen vrijwel nooit eten met slabben
Want dat jeukt in den nek, en een hengst kan niet

‘Krabben’ zei de zeegod, jullie wonen in mijn schaal
Toch ontvang ik geen huur, betaal eens, betaal!
De zeegod heeft thans diepe wonden en schrammen
De krab, ja, heeft scharen waar hij flink mee kan

Rammen staan koppig met hun hoeven in ‘t zand
Zelfs voor zwangere ooien zijn ze weinig galant
Een ooi is dus veel liever ramloos bij ’t baren
Dus gaat ze naar het land waar de (ooien)

(Ooie)varen is geen werkwoord, en de varen is een plant
Hé Dichter dit ‘lichtdicht’ loopt zwaar uit de hand
Zonder dat ik hier betwet’rig wil klinken
‘t Lijkt me beter om toch eerst elk dier af te

Vinken zijn vogels die fraai kunnen fluiten
De ‘vinkenslag’ garandeert: faam, wijfies en duiten
Maar één vink zou liever de zon ook eens paaien
En is dus jaloers als hij de haan vals hoort

Kraaien die hebben een hekel aan braaf
En nemen een voorbeeld aan grote broer raaf
Als raaf dat dan beu is, doet ie net alsof hij gaat slapen
Want slapende kraaitjes kunnen niet na-

Apen zijn mensen met net iets meer haren
Iets minder hersens met mitsen en maren
Maar is er een sappige roddel, kun je er bij beide op vertrouwen
Dat ze dat tot vervelens toe uit zullen

Kauwen hebben ook een hekel aan braaf
Maar zij zijn zo klein ze zijn bang van de raaf
Dus kijken zij naar de middelste broers, je weet wel de kraaien
Die zij stout maar wel veiligjes kunnen

Papegaaien die praten ons na op gehoor
Ze houden hun baasjes dus spiegels voor
Derhalve vind ik het niet te bevatten
Dat mijn papegaai steeds zo cynisch loopt te

KATTEN (die katten, is het niet fijn)

Schrijver: Flip Noorman, 8 jan. 2012


Geplaatst in de categorie: lightverse

4,3 met 3 stemmen 230

Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)