Mijn oordeel
Ik was een goed mens
in een wereld van duistere tijd
met een hart dat huilde van spijt
handen, geketend om onschuldige daden
droegen gewicht van verloren genaden
De rechter sprak harde woorden
ik stond daar zonder verweer
hij oordeelde koud als een steen
ter dood veroordeeld
duidelijk klonk het, hoorbaar voor iedereen
Bittere tranen gleden over mijn wang
kijkende naar benee, er was niemand die me zag
in de kerker brulde ik die nacht
niet alleen om stilte
maar om gerechtigheid, zoals verwacht
De volgende ochtend moest ik knielen
op houten planken mocht ik zitten, en heel stil
want de bijl sloeg pas
als zilveren streep, een flits overdag
nadat die belofte nagekomen was
Mijn hoofd rolde in het mandje
ik keek nog even omhoog
terwijl mijn ziel
op vleugels van engelen in de lucht
vrij van de vloek, wegvloog
Plots ontdekte ik de beul op het schavot
zijn rug stond gebogen over de bloedende bijl
met kap op zijn kop, in schaduw van strijd
hoorde ik hem bidden om vergiffenis
smekend om tijd
Maar opeens was ik veel verder
alle leed gleed af als een zachte deken
terwijl ik danste in dikke mist
als vederlicht gestalte zonder lichaam
mijn geest die nooit verloren is…
... Ik schrijf in ogen van een veroordeelde in de geschiedenis. Net om ervan te genieten, maar om te omschrijven hoe iemand zich heeft gevoeld in deze bittere tijden. ...
Schrijver: Judith van Zoomeren, 20 februari 2026Geplaatst in de categorie: geweld

Er is 1 reactie op deze inzending:
met een hart vol spijt; handen gebonden
voor een paar onschuldige daden,
droeg hij de zonde van verloren genade.
De rechter sprak met een scherpe stem,
weerloos veroordeeld tot de dood;
het koude vonnis was duidelijk hoorbaar,
voor eenieder begrijpelijk en voelbaar.
Bittere tranen stroomden over zijn wangen,
hij keek naar de grond. Niemand zag hem
die nacht toen hij schreeuwde in het gevang,
niet om vrede, maar gerechtigheid.
De volgende ochtend moest hij knielen,
in stilte op zijn knieën op kille planken,
want de bijl zou pas als een flits gaan,
als aan deze eis werd voldaan.
Zijn hoofd rolde in de mand;
hij keek omhoog, voordat zijn ziel
op engelenvleugels de hemel in vloog,
bevrijd van de zonde.
Plotseling zag hij de beul op het schavot,
diens lijf gebogen over de bloedende bijl,
met de kap over zijn kop, een schaduw,
om vergeving smeken en snotteren.
De ziel vloog verder zonder verdriet,
dansend in dikke mist als vederlicht figuur
zonder lichaam;
zijn geest die niet verloren is gegaan.