inloggen
voeg je netgedicht toe

Netgedichten over algemeen

netgedicht (nr. 2.649):

De Roep

In ’t schemerlicht van dauw-doorweekt gras,
waar spinrag glinstert als zilverdraad gesponnen,
luistert de aarde naar een verre stem,
die fluistert door de blaren: “Kom, sta op en ga.”

De wind draagt geur van wilde tijm en natte klei,
raakt mijn wang als vinger van een oude vriend,
en in dat zachte strijken voel ik het trekken
aan het hart dat klopt in ritme van de dageraad.

Voeten zakken in het zand, warm nog van nacht,
elke stap een echo in de stilte van het veld,
vogels stijgen op met kreten scherp als mes,
niet om te vluchten, maar om mij voor te gaan.

Maar zie, een wending: in de schaduw van een haag
ligt een steen, gebarsten als oud gelaat,
en uit die scheur groeit een bloem, onverwacht,
die bloeit in kleuren van gemis en nieuw begin.

Zo gaat men, met ogen vol van onbekend licht,
door dalen waar herinneringen als nevel hangen,
het verlangen brandt niet als vuur, maar als gloed in as
die wacht op wind om op te laaien tot ster.

En diep in ’t binnenste, waar ziel en aarde raken,
ontwaakt een weten: gaan is niet verlaten,
maar vinden wat men zocht in elke bocht,
een spiegelbeeld in beek die stroomt en nooit stilt.

En toch blijft men gaan, tot de sterren zwijgen.


Zie ook: https://www.tikzin.be

Schrijver: bart devoldere
7 maart 2026


Geplaatst in de categorie: algemeen

4.0 met 1 stemmen aantal keer bekeken 62

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!

reageer Geef je reactie op deze inzending: