Wachten op Janus Bifrons
In rijen stonden kastanjes, appels in manden,
aan verdrogende oevers
modder zoog de wielen vast –
de wachter zweeg met beide monden.
Minerva ontving van Ceres haar oogst,
waar schuiten scheefgetrokken lagen in slib –
zij brak het gerimpelde brood
en legde een dam;
hier sloeg de wachter vier ogen neer.
Jupiters toorn vuurde bliksemschichten,
de oppermachtige duldde geen juk.
Zwart kolkend water brak uit zijn bedding,
sleurde mens en dier mee naar ‘t diep.
De rivier stroomde ongeremd,
ademde rauw en ongetemd;
spuugde karpers op de kant,
aas voor de uitgemergelde wolven.
Ceres hield het gelaat afgewend,
rouwde om haar verzonken dochter,
op het eiland waar slechts bedolven zaden rustten,
bewaakt door fel sissende adders.
De tweekoppige Janus Bifrons overzag
het onland
waar grenzen schuurden, elkaar verdrongen;
strekte zijn lichaam naar weerszijden uit –
groef een doorgang met geharde handen
en bezweek.
Hij worstelde onder rietkragen,
maar bevroor in het rijk van Proserpina,
zij die in ijzige winters het water stal –
tot hij in touwen van wier tot grenssteen verstarde.
Uit Janus’ offer
werden arm en rijk gevoed.
Minerva bouwde dankbaar door
aan kanalen en dijken.
Onder de Puttmanskrib
ligt Janus Bifrons, de vergeten wachter –
hij die voor eeuwig naar beider zijden kijkt
verstijfd in kleiput verzonken.
... #100 ...
Schrijver: Van Xanten, 29 juli 2026Geplaatst in de categorie: landschap

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!