Tussen de regels van het lichaam
Ik heb ze opgezocht
in inkt die bruin werd van de tijd,
namen zonder gezicht,
data zonder adem.
Een kind, vijf jaar, geen jaartal daarna.
Een doodgeborene die achter de heg
van het kerkhof
een laatste rustplaats vond.
Een vrouw, verdwenen na de bevalling,
daarna alleen nog wit.
Een man, de klei nog aan zijn handen,
op zijn vijftigste al leeg.
Niemand schreef hun vermoeidheid op.
Niemand zag de nachten
dat ze niet konden slapen,
Niemand voelde de rug die knapte
onder wat gedragen moest.
Het lichaam was gereedschap.
Je gebruikte het tot het brak,
en dan pas, heel soms,
mocht het stil zijn.
Ik draag hun klei nog onder mijn nagels.
Maar ik hoef niet te zwijgen
zoals zij zwegen.
Ik mag mijn schouders laten zakken
zonder dat ik me schuldig voel.
Wat zij niet konden opschrijven,
mag ik nu voelen:
dat rust geen verraad is
aan wie voor mij is opgebrand.
Ik lees de regels van hun leven.
Ik leef de ruimte ertussen.
5 augustus 2026
Geplaatst in de categorie: filosofie

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!