De zwarte veer
zwart op het bleke gras
een schacht van dunne pracht
de pennen dicht aaneen
nog open naar de lucht
ooit onder één vleugel
gedragen in de vlucht
een spoor van warme huid
van adem en van kracht
geen nest meer in nabijheid
geen donker boven haar
de ranke lijnen onaangeraakt
de glans van zwart
verblekend onder het ochtendlicht
de stilte om haar heen
een langzaam dichtend zicht
hoe licht kan iets geworden zijn
dat ooit zo dicht verbleef
hoe ver kan iets geraken zonder
dat het verder zweeft
een lichaam zonder warmte
een oorsprong zonder naam
een klein zwart teken
tussen aarde en bestaan
de pennen naar de hemel
de schacht nog in de grond
een vleugel teruggebracht
tot wat de aarde vond
geen beweging meer
geen richting, geen enkel geluid
de open lucht die boven haar ontsluit
zwart nog tegen het bleke groen
door regen zacht gewassen
geen spoor meer van de hoogte
geen schaduw van de vlucht
een stille vorm, gedragen
door de lucht...
5 september 2026
Geplaatst in de categorie: filosofie

Er zijn 2 reacties op deze inzending:
mijn gedicht en je mooie
observatie.
Je benoemt precies de sprong die jij ervaart, van de grond naar de lucht...
.
misschien zit juist daar voor mij de beweging.
De veer ligt op de aarde,
maar draagt nog iets van haar oorsprong, van de vlucht in zich.
‘De tijd’ vind ik daarom een mooie suggestie,
dit geeft weer een andere
manier van kijken.
groet,
Silann
echter maakt de veer
aan het einde een rare sprong
van liggend op de grond
naar gedragen worden
door de lucht...
misschien is 'de tijd'
beter als laatste woord?