Een feest onder Duitse vlag
Achthuizen,
schreef kapelaan Beek,
een meisje met krullen,
een strik in het haar,
slingers aan de huizen,
rood-wit-blauw
tussen de gevels.
Oranje was er niet.
Het was 1943.
Drie maanden
voor het feest
huppelde ik nog
door de Langstraat,
over de Onderberm.
De tram liet zich wachten.
In de verte klonk
de zilveren fluit.
Hij komt.
Op de Hoek
een erepoort.
Vijftig paarden
droegen de pastoor
door zijn domein.
Een zuurstoffles
werd torenklok.
Koos Campfens
liet haar klinken.
In de kerk
het dorp,
katholieken
en protestanten.
Buiten was de oorlog.
De jongens
groot genoeg
om naar Duitsland te gaan
bleven thuis.
Zij feestten niet.
Zij konden
worden opgehaald.
Er werd gedanst,
gezongen,
Achthuizen
vierde feest.
Een paar maanden later
vertrok het dorp
over besneeuwde wegen
naar vreemde adressen.
De pastoor bleef achter
tussen land onder water.
De kerk bleef droog.
De hosties niet.
Hij brak ze
in vieren,
voor de mensen
die er nog waren.
10 september 2026
Geplaatst in de categorie: overig

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!