Grijze asfaltzee
Neonlicht flikkert in een vette plas
blauw baken voor een verloren ziel
de tramlijnen snijden door de stad
ijzer op ijzer snerpt in de kou
de vroege ochtend breekt aan
en dromen worden uitgespuugd
Op de hoek staat een man met lege handen
hij praat zacht tegen een lantaarnpaal
deelt zijn dronken wijsheid met het kille licht
steegjes ruiken naar urine en bier
een monument voor verloren uren
zoekers stuiten op betonnen muren
We waren de koningen van de stoeprand
de nacht was van ons en de drank leek gratis
maar de stad heft haar tol bij het krieken van de dag
de realiteit kijkt ons bleek na
een gure winterjas valt over de straat
op het koude asfalt raken we de illusies kwijt.
25 september 2026
Geplaatst in de categorie: woonoord

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!