Verlangen van de zwerver
De tijd dacht de jeugd in het verleden te laten,
maar uit een eigenzinnige bron welt zij weer op.
Daar gaat de zwerver, die geen spiegel kent,
gedreven door de drang diep vanbinnen
hij zoekt de luwte waar het hart aan wenst,
als witte wolken boven ’t zengend land.
Naakt wil hij rusten in het koele linnen kleed,
waarmee hij door de hete middag reist,
en in de stilte, die geen mens bemeten weet,
de loutere essentie van het wezen prijst.
Hij droomde dat jouw geest in hem verscheen,
een vonk van god, die in zijn ziel herrees;
een jonge knaap noch, teder en alleen,
die spelend in het rulle zand zijn paden las.
Zo trok de jeugd aan zijn misleid gezicht voorbij:
onhandig in haar pracht, een broos verhaal,
zij droeg het offer van de schone mei —
met stomme bloemen, bloeiend zonder taal.
O, metamorfose van de ziel na een lange reis:
in de geheimkamer van het hart bonst het verlangen.
Geen weemoed meer, maar een scheppende, nieuwe start.
30 september 2026
Geplaatst in de categorie: individu

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!