Een eenzaam avontuur
De ronde geheimkamer breekt open,
het okerkleurige linnen valt af,
en hij staat daar, naakt in het kille, vroege licht.
De scheppende start is een moeizaam graf
voor de illusies op zijn getekend gezicht.
Want wat is verlangen als het vlees nog aarzelt,
en de ander slechts een schim blijft in de nacht?
Hij tast naar de warmte van een levend lijf,
de rauwe geur van huid, de zwaarte van het bloed,
maar vindt de wet die aan elk wezen kleeft:
dat men de diepste koorts alleen verdragen moet.
Geen goddelijke vonk die hem nu nog geleidt,
slechts de hartslag van zijn eigen sterfelijkheid.
De donkerblonde jongeheer uit het zomerzand
is een bijzonder aantrekkelijke vreemde geworden,
een broos verhaal dat in de avondzon verbleekt.
Het leven is een harde, veeleisende minnaar,
die wel belooft, maar nooit de harde eenzaamheid doorbreekt.
Toch heft hij de twijfelvoeten, wars van alle spijt,
en wandelt, warm van drift, de open leegte in.
Zijn handen graven in de glooiing van je lendenen,
zoals de wind het rulle zand tot golven slaat;
hij drinkt de zoute stroom, het jachtige bekennen
van twee bezeten lijven in een blinde daad van lust.
De nacht komt warm en ruikt naar opengebroken aarde,
als hij jouw mond als een rijp en dorstig fruit omsluit—
een storm van huid en haar die alle rust ontwaarde,
waarin het ik verdringt en in de ander open spat.
1 oktober 2026
Geplaatst in de categorie: erotiek

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!