Het stenen woud
Herfst in het woonoord. Triestigheid.
Statige huizen? Blokken steen.
We loeren door het glas.
De lucht is grijs. Peilloos laag.
Het behang verkleurt. Alles wordt somber.
Dromen achter glas. Breekbaar gewicht.
Meer niet. We bewaren ze braaf.
Dan de avond. Zwart.
Vretend aan de ramen. Het duister regeert.
Onder de grond. Stilte.
Ik weet het wel. De wortels wachten.
Heel stil. Zij kennen het geheim.
De verstijving. Tot de wereld omslaat.
Met een schok! Dan barst het los.
Het leven! Een wild organisme. Ongrijpbaar.
Het breekt door het asfalt. Woest.
Nat. Herfst. Oude straten. De havenstad.
Blauw verval druipt van de daken.
De muren worden koud.
Een kille huid van steen. Het omsluit ons.
En de bomen? Een paar maar.
Ze verliezen hun blad. Zonder haast.
Ze kennen de tijd. Het verlies.
Het sterft op het plein. In purper.
Het zomergroen? Eerst zo dapper.
Nu moe. Het trekt zich terug.
Geen vlucht, welnee. Pure overgave.
Aan de bittere grond. Berusting.
Niemand op het terrein. Leegte.
Alleen de wind.
Die de herinnering meesleept.
Aan de warme haven.
Hij hangt tussen de huizen. Eenzaam.
Een verdwaald kind. In een stenen woud.
7 oktober 2026
Geplaatst in de categorie: woonoord

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!