De vluchtroute van ‘t moreel
Ik verkrachtte haar zintuigen
sloeg blindelings om me heen
Ik hielp haar om zeep, mijn sirene:
de onbevangenheid.
Ik spoelde onze kiemcel
door een afwaterende goot
naar een diepe put
waarin wij stierven.
Nu liggen de afdrukken van meubels
in het platgetreden kleed
dat waait
onder de striemende wind.
Nooit zal ik in het volle licht
haar schaamrood erkennen
— want ik weet niet hoe dat moet
zo naïef als wij zijn, blijven wij slaan.
Mijn doodgevroren hart
ligt in gruzelementen —
grijp ik naar elke scherf
in mijn caleidoscoop.
Ik smacht naar alle splinters
waartegen ik kan ageren —
ontwijk ik achter glas
mijn allerzachtste vleugels.
Geplaatst in de categorie: actualiteit

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!