de deur die niet opengaat
de kamer stinkt naar citroen en perzik
die niemand meer eet de blinden klepperen
hard alsof een vuist ze opent en dichtrukt
ik blijf op de stoep stof krast mijn keel
de klok slaat door mijn botten over de heide
blaren fluisteren zeg het zeg het toch
mijn mond zit vol zand ik wil roepen
wie luidt loopt al weg voor ik durf
het land was eden zonder blaren mensen
graven voor zichzelf de aartsvader slaat
zijn knuppel stuk op hun rug ik wacht
tot het stof gaat liggen het gaat niet
de kamer stinkt nog citroen de klok zwijgt
de deur
28 oktober 2026
Geplaatst in de categorie: algemeen

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!