Eenzaamheid van weleer
Ik zoek het spoor van reeds vervlogen dagen,
tussen het oude leven dat teloor moest gaan
en ’t vreemde ginds, dat ik niet kan verdragen,
waarmee de stomme massa reeds is begaan.
Ik proef weer de eenzaamheid van weleer
terwijl ik deelneem aan het consumentenverkeer.
De laatste rust ligt achter doof geworden boeken,
verstopt in kamers vol met stof en schande.
Iedere dag opnieuw die doffe ellende
op de voorpagina van de schreeuwende krant.
Ik wil wezenloos een vaag verbond bezoeken,
en zoek een broederschap in een verloren land.
Gedreven door de koorts van ’t samendoen,
— Een oud tuchthuis waarin het falen woont —
ben ik voorgoed in eigen onmacht weggescholen,
nu de gemeenschap aan mijn ziel haar wrede wetten toont.
De brief ligt klaar, het zegel is gebroken,
afscheid van de illusie en de dwaze droom.
De laatste bittere waarheid is gesproken:
Mijn hart drijft stuurloos op een kille rivier.
28 oktober 2026
Geplaatst in de categorie: eenzaamheid

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!