Wat ik tegenkwam 13
Twee zwanen in sloot
gracieus zwemmend achter elkaar
rietstengels flankeren hun wit
Veel wind,
geen leven lijkt er op straat
Kraai tollend in lucht,
drie andere rollenbollen er aan
Oranje besjes aan vuurdoorn
Bruin kastanjeblad hangt droog
De bruinzachte naaldjes
van larix als willen ze strelen
Ik hoor iets en kijk,
zie aan overkant van kanaal man staan,
die kamerjas altijd, nu jack aan
Hij roept en zwaait naar mij
met beide handen en armen
en ik terug alsof vrienden
Een omgekeerde roeiboot,
de bodem vol gaten
Een ekster, opvallend ‘t wit
in dit grauw
Een vrouw met jas om middel geknoopt
Twee kinderen vlug bikend voorbij
Nog twee op e stepjes langszij
Omgekeerde boot op picknicktafel
En, als ik daar zitten wil? denk ik
Ik, die daar nooit zit
Witte besjes aan groene struik
Dan rode aan boom,
teer haar lichtrode blad
Voor voordeur de trouwe rozen,
bloeiends in potjes
Een dikke zachte hommel,
ergens verstopt in de lijst?
verschrikt zoemt hij op
Geplaatst in de categorie: jaargetijden

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!