inloggen
voeg je netgedicht toe dichtwoordenboek

tabblad: netgedichten

< vorige | alles | volgende >

netgedicht (nr. 25681):

dansende mannen

Dansende mannen.

In mijn stad, door mijn straat,
reed vroeger de vuilniswagen,
stapvoets gestuurd door een sjaggerijn,
als ware hij bezig aan een onnozele mars.

En elke jongen, vroeg of laat,
wist dat hij ook vullisman wilde zijn.
Maar niet de man die zo stuurs en dwars
aan het roer wat zat roken en te klagen.

Want de echte vullismannen
stonden gevaarlijk achter op een smalle tree,
vanwaar ze van links en rechts naar benee
de stoep op vlogen om dan ‘n

zak of twee, soms drie, op te halen,
om ze dan gracieus de open muil van de wagen
in te smijten, tegen een razend draaiend
rolwerk aan, dat de vullis zou malen

en dan opvrat. Daarna wisten zij
als in een ballet, weer op hun trede neer te dalen,
terwijl dat mes, nog steeds maaiend
zijn gang ging. De dansende mannen zagen

de straten langs en wat er nog komen zou.
En met een gehandschoend gebaar
maanden zij de ingeslapen chauffeur een gang te wagen
waarbij zij tot een uiterst dansen zouden moeten gaan.

Dan grepen zij zich vast, en ik wou,
als de wagen weer gang maakte,
en zij hun haar achterloos in de wind losmaakte,
dat ook ik ooit een van die dansende man zou

mogen zijn. Dit ballet waarin ik me keer op keer liet gaan,
en waarvoor ik zo nodig de school verzaakte;
niets leek me belangrijker dan een dansende man te zijn.
En zeker niet dat stuk vreten dat de wagen reed.

Hij kon immers niets dan de bediende van de dansende mannen zijn.
Als je vuilnisman wilde worden, was dat van de danser
van het achterwerk. En nooit dat van dat rokende sjaggerijn
dat de wagen onbelangrijk reden deed.

Schrijver: fp. tuinder, 18 mrt. 2009


Geplaatst in de categorie: humor

4,7 met 7 stemmen 307



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)