inloggen
voeg je netgedicht toe

Netgedichten

netgedicht (nr. 10.001):

Sint Barbara en Floris V

Der keerlen God was Floris V
als graaf
Beschermheer van de telers
van het zaad
St. Barbara, ooit steun en
toeverlaat
De patrones van 't proletariaat

Wie op haar hulp kon rekenen
en raad
Vond medestanders tegen al
het kwaad
Een bonte stoet van outsiders verslaafd
Aan gokken, drank en vrouwen,
veelgeplaagd

Edoch, hoe zonderling, nooit
werd gevraagd
- Neen, nimmer had het Barbara behaagd -
Wie van de vlegels vrouwvolk
had belaagd
Of een der gluiperds deernen
had ontmaagd

Was 't tuig dat rondhing bij torreadoren
Als koeienslachters onder matadoren?
Die konden haar, zo wisten zij tevoren
In al haar levensdagen niet
bekoren

Ook Floris kon zich later
amper storen
Die liet - Oostindisch doof -
nooit van zich horen
Zijn lans brak in de Slag
der Gulden Sporen
't Werd stil op 't Muiderslot
en 't gouden koren...

... Van het leven van de heilige Barbara is niet veel bekend, wel zijn er in de loop der eeuwen talloze legendes in omloop geraakt. Volgens de overlevering is zij geboren in 273 na Christus in Nicomedia, een stad in de Romeinse provincie Bythinië, gelegen ten oosten van de Zee van Marmara, tussen de Egeïsche en de Zwarte Zee.
Voor wie geen tijd heeft om het op te zoeken vermeld ik even dat deze zee eigenlijk alleen in naam een zee is, een zoutwatervlakte tussen twee zeeëngten: de Dardanellen aan de zuidkant en de Bosporus aan de noordzijde, waar nu Istanbul ligt.

Haar sterfdag is 4 december, vermoedelijk in het jaar 306.
In tegenstelling tot haar heidense vader Dioscuros voelde zij zich aangetrokken tot de leer van Christus. Om haar te vrijwaren van de vele jongemannen die naar de hand van zijn wonderschone dochter dongen sloot hij haar op in een toren. Ook liet hij een badhuis voor haar bouwen, met slechts twee ramen. Daar zij zich inmiddels bekeerd had tot het Christendom smeekte zij haar vader om een derde raam aan te brengen, om op deze wijze toch de Heilige Drievuldigheid te eren. Toen haar vader daar moeite mee had liet hij haar folteren, maar des nachts genazen haar wonden op miraculeuze wijze.

Als martelares werd zij heilig verklaard en geëerd als beschermvrouwe van vele gilden en patrones van de meest uiteenlopende beroepen als brandweerlieden, mijnwerkers, wapensmeden en artilleristen
...maar ook verschoppelingen, armoedzaaiers, kruimelaars en andere niet nader te noemen dragers van kerven op hun bedelaarsstaf...


En dan was daar nog heer Floris de Vijfde, Graaf van Holland en Zeeland. Een markante figuur in de geschiedenis der lage landen: het Nederlands begint het Latijn als officiële schrijftaal te verdringen, de eerste waterwerken en polders worden aangelegd en dammen en wegen zorgen voor nieuwe nederzettingen. Tegen het einde van de dertiende eeuw liggen steden als Dordrecht, Leiden, Haarlem, Groningen, Utrecht, Gent, Brussel, Middelburg en Zutphen al prominent in het land van wolken, wind en water, het land dat nog niet eens 'van Rembrandt' was. Ook Amsterdam en Rotterdam zijn dan al duidelijk zichtbaar.

Floris was amper twee jaar toen hij zijn vader verloor. Zijn paard zakte met geharnaste ruiter en al door het ijs. Als kind moest Floris 'walsch' en diets leren (Frans en de volkstaal, het Nederlands dus) en reeds op twaalfjarige leeftijd nam hij het bestuur ter hand en wist hij, volgens de kronieken, invloedrijke heren aan zich te binden. De bijnaam 'der keerlen God' (de god van de boeren) had hij te danken aan zijn bijzonder band met de Kennemers.
Geestig, hartstochtelijk, maar ook koel en berekenend. In 1296 werd hij op schandelijke wijze door verraders vermoord... ...

Schrijver: Jean-Pierre Ami, 26 mei. 2021


Geplaatst in de categorie: vrouwen

3,8 met 5 stemmen aantal keer bekeken 77

Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)