inloggen
voeg je netgedicht toe

Netgedichten

netgedicht (nr. 78.683):

Patrones

Wie is die dichter(es)
Die fraaie poëtes
Beschermvrouwe prinses
Der dichters patrones?

Zij leidt de dichterschaar
Van 't Vaderland, voorwaar
En Vlaanderland, nietwaar
'k Heb medelij met haar

Want één ding zit me dwars
Als Neêrlands dichteres
Had lichtgewicht miss Lieke

Te weinig in haar mars
Zij is meer dan een 'zes'
Maar ging niet polemieke

... De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Lieke Marsman mij in de aflevering van 'Zomergasten' niet wist te boeien. Als er in het eerste uur (van de drie!) weinig uitgesproken en verhelderende standpunten uit haar mond komen, ondanks de op zich aparte keuze van de fragmenten, haak ik af. Wellicht beter geweest om op te nemen...

Maar misschien is zij van minder licht gewicht dan ik dacht.
Om de uitzending met Lieke Marsman in een iets bredere context te plaatsen wil ik toch een paar regels uit een recensie overnemen - met dank aan Jan Postma van De Groene.
___________________________________

Het format van Zomergasten, aldus Postma, was niet bestand tegen het gewicht van de al zo jong aangekondigde dood (van Marsman). De schaduw had van het begin als een verstikkende deken over alles heen gehangen. Pas toen het er expliciet over ging, kreeg de uitzending kans haar belofte in te lossen.

Marsman had me (i.e. Jan Postma) altijd in de eerste plaats ernstig en grappig en soeverein toegeschenen, maar dat was niet wat ze in deze uitzending liet zien.
Ze was onverzoenlijk, voor het oog van alles en iedereen. Ze was kwetsbaar en onzeker en onbeschaamd onredelijk. Ze liet zien dat voor wie grip probeert te krijgen op het lot alle middelen gerechtvaardigd zijn. ‘Het is ook gewoon oké om ergens in te geloven en dat het dan niet waar is’, zei ze.

Alle manieren van sterven zijn goed, zei ze. Of althans, ieder mens heeft het recht het onvermijdelijke op zijn of haar eigen manier tegemoet te treden. Laat haar dus vechten, zei ze, laat haar alsjeblieft vechten tot de laatste snik.

Ze vertelde tussen neus en lippen door dat ze bijna geen romans meer leest. Ik (i.e. Jan Postma) snapte meteen wat ze bedoelde. Dat de ficties van anderen onverdraaglijk kunnen worden als jij je uit alle macht probeert vast te klampen aan dit leven.
Ze las nog wel poëzie, zei ze. ‘Want poëzie is ook dit leven.’

Er was veel dat niet werd gezegd. Dingen die niet onder woorden konden worden gebracht, omdat er geen woorden waren of omdat het te pijnlijk was om ze uit te spreken.
De witregels in het gesprek.

Ergens aan het begin van de uitzending vertelde Abbring dat ze het niet drooghoudt bij de laatste regels van het gedicht In mijn mand. Regels die gaan over het geslobber van een hond en hoeveel je van dat geluid kunt houden. Hoe je ervan houdt als van het leven zelf. Dat dat het leven is, dat geslobber van die hond.

Poëzie geeft je juist de kans om je een voorstelling te maken van dat leven dat niet het jouwe is! Dat leven met een hond en een geliefde van wie je allebei zielsveel houdt en van de ondraaglijke gedachte dat je ze zult moeten achterlaten.

Poëzie is de poort naar het leven dat ons eigen nietige bestaan overstijgt. Een poort naar het leven zelf! ...

Schrijver: Max
Inzender: Max de Lussanet, 15 augustus 2022


Geplaatst in de categorie: individu

1.0 met 2 stemmen aantal keer bekeken 54

Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)